Irak kocht Westerse techniek voor atoomwapen

Technologie en kennisoverdracht uit het Westen en de Sovjet-Unie hebben Irak niet alleen in staat gesteld raketten, chemische en biologische wapens, maar ook een geheim atoomwapenprogramma te ontwikkelen. Voor het maken van hoogverrijkt uranium voor de kernbom wist Irak blauwdrukken en onderdelen te bemachtigen van ultra-centrifuges die ook bij Urenco (Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië) in gebruik zijn.

WENEN, 17 OKT. Een van de grote geheimen die Irak bij de ontwikkeling van zijn atoomwapenprogramma nog steeds zorgvuldig koestert, is hoe het land de beschikking heeft gekregen over centrifuges en onderdelen voor de verrijking van uranium.

Behalve door de produktie van plutonium in proefreactoren, probeerden de Iraakse technici door verrijking van natuurlijk uranium tot een hoge graad, de grondstof voor hun atoomwapen te fabriceren. Voor de verrijking hadden ze volgens het IAEA al vier technieken in ontwikkeling: ouderwetse calutrons, een procédé voor chemische scheiding van uranium, gasdiffusie (het systeem dat Frankrijk toepast) en centrifuges. Aanvankelijk werd hoge prioriteit toegekend aan de calutrons, maar het Internationaal Atoom Energie Agentschap heeft de sterke indruk dat de centrifugetechniek steeds meer op de voorgrond kwam te staan. Verrijking met behulp van centrifuges wordt toegepast door de drie landen van het Urenco-samenwerkingsverband: Nederland, Groot-Brittannië en Duitsland, maar ook door de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en Japan.

De inspecteurs van het IAEA hebben in augustus, tijdens hun vierde speurtocht naar nucleaire installaties in Irak, geconstateerd dat de Iraakse centrifuges moeten zijn ontwikkeld met Westerse hulp. Volgens het vierde inspectierapport kon het ontwerp van de aangetroffen centrifuges en onderdelen alleen gemaakt zijn met “substantiële hulp (...) van een persoon of personen met kennis van een in een vroeg stadium ontwikkeld Westers type centrifuge”.

Volgens het vakblad Nucleonics Week, dat zich op deskundigen van het IAEA beroept, zou het gaan om Urenco-centrifuges van het type G1, of apparaten die daar sterk op lijken, die door Irak zijn verbeterd tot een centrifuge die in elk geval sterke overeenkomst vertoont met een nieuwer G2-type, waarmee de verrijkingscapaciteit werd verdubbeld. David Kay, de leider van enkele inspectieteams van het IAEA, ontkent niet dat het hier alleen kan gaan om (een kloon van) centrifuges van Urenco, omdat Urenco met deze techniek voorop liep.

De IAEA-inspecteurs hebben geïmporteerde centrifuge-buizen aangetroffen die niet van het type van de G1-centrifuge van Urenco zijn, maar wel deksels en tussenschotten van het G1-type die zijn geproduceerd door de Zwitserse firma Schmiedemeccanica, zo weet Nucleonics Week te melden. Schmiedemeccanica is waarschijnlijk een toeleverancier van de Duitse Urenco-centrifugefabriek.

Vorig jaar december had Nucleonics Week al een Duitse ingenieur gesproken die de Irakezen in 1988 had geassisteerd bij de ontwikkeling van hun centrifugeprogramma. Volgens deze technicus had Irak blijkbaar de hand weten te leggen op blauwdrukken van het eerste ontwerp voor de G1-centrifuge van Urenco. Nuclear Fuel, een ander vakblad, citeerde, ook in december, Bruno Stemmler, een gepensioneerde ingenieur van de Machinenfabrik Augsburg-Nuremberg AG (MAN) die herhaaldelijk in Irak is geweest. Stemmler wist dat Iraakse technici in 1988 en 1989 waren begonnen met het testen van centrifuge-rotors van het Urenco-type G1. MAN moet een van de belangrijkste toeleveranciers van Urenco zijn, omdat dit bedrijf is gespecialiseerd in de speciale techniek ("vloeidraaien') die voor de fabricage van centrifuge-onderdelen essentieel is.

De rol van ir. Stemmler wordt ook genoemd in het boek Exporteure des Todes van de verslaggevers van Der Spiegel Hans Leyendecker en Richard Rickelmann, dat voor een belangrijk deel gaat over Duitse leveranties van materialen aan Irak en aan Brazilië, dat al evenzeer met Duitse hulp een verrijkingsprogramma en een kernenergieprogramma heeft opgebouwd. Brazilië heeft op zijn beurt (legaal) uranium geleverd aan Irak en hielp dat land bij de uraniummijnbouw.

Urenco doet geen mededelingen tot een onderzoek naar de herkomst van de in Irak gevonden centrifuge-onderdelen, dat nu op verzoek van het IAEA wordt verricht, is afgerond. De in Irak ontdekte deksels en tussenschotten waren identiek aan onderdelen in een zending met bestemming Irak die vorig jaar door de Duitse douane werd onderschept. Machines waarmee Irak zelf de onderdelen wilde fabriceren, zouden bij Siemens in Duitsland zijn besteld, maar nog niet geleverd, en een zending machine-onderdelen van Schaublin AG, een Zwitserse fabriek, zou zijn geblokkeerd door het handelsembargo. De Duitse justitie heeft bovendien vastgesteld dat de Duitse firma Inwako GmbH vorig jaar nog componenten van Britse makelij, voor de magnetische lagers die de verrijkingscentrifuges aan de bovenkant op hun plaats houden, naar Irak heeft geëxporteerd.

Verrassend, gezien de strikte afspraken die Urenco met zijn toeleveranciers heeft over geheimhouding van ontwerpen en gegevens, is de constatering door IAEA-inspecteurs dat Irak de G1-centrifuge had weten te verbeteren met de zeer speciale "taatslager' aan de onderkant van de centrifuge die in het G2-type van Urenco dienst doet. Het belangrijkste onderdeel is een metalen kom waarin zeer fijna groefjes zijn gegraveerd, die een dun laagje olie bevatten. Op dat olielaagje draait met zeer hoge snelheid een bol waarop de as van de centrifuge staat. Door die techniek is er geen direct contact tussen de bol en de kom, en zijn de wrijving en slijtage uiterst gering.

Als zou blijken dat Irak in staat is geweest Urenco-technologie te importeren of na te maken, zal een nader onderzoek moeten uitwijzen hoe en met wiens hulp geheime informatie aan Bagdad is doorgespeeld of leveranties zijn gedaan. Vermoed wordt dat dit via één of meer van de toeleveranciers van de centrifugefabrieken in de drie Urenco-landen gebeurd zou kunnen zijn. Op het ministerie van economische zaken in Den Haag en bij Ultra Centrifuge Nederland in Almelo, de Nederlandse Urenco-poot, wordt het vrijwel uitgesloten geacht dat er via een Nederlands toeleveringsbedrijf informatie naar Irak zou kunnen zijn gelekt. Maar een andere deskundige, die goed op de hoogte is van de strikte beveiligingstechnieken die de Urenco-landen hanteren, zegt veelbetekenend: “Je kunt nooit vermijden dat een technicus met kennis van het systeem, naar Irak reist.”

Dan zijn er ook nog vermoedens over een mogelijke "Pakistan-link' met Irak. Nadat de Pakistaanse metallurg dr. Abdul Quader Khan tijdens een verblijf in Nederland in 1974 geheime technische gegevens van Urenco had gestolen (waarvoor hij later bij verstek is veroordeeld) heeft Pakistan in de jaren '80 verrijkingscentrifuges van het Urenco-type G2 weten te bouwen. Deskundigen achten het uiterst onwaarschijnlijk dat Pakistan een deel van zijn geavanceerde programma voor kerneneregie zou hebben verkocht of overgedragen aan Irak, maar onmogelijk is het niet.

In het Engelse Urenco-laboratorium (British Nuclear Fuels Limited) wordt momenteel onderzoek gedaan naar de herkomst van de centrifuge-onderdelen die het IAEA uit Irak heeft meegenomen en de wijze waarop die gefabriceerd konden worden. Bij Ultra Centrifuge Nederland is nog niets bekend over dit onderzoek. UCN maakt wel ernstig bezwaar tegen het feit dat het IAEA nu zo ver gaat dat het de centrifuge-onderdelen aan de pers toont. Deze week toonde IAEA-inspecteur David Kay de in vettig plastic verpakte onderdelen zonder enig voorbehoud aan NRC Handelsblad.

Het IAEA heeft honderden onderdelen van centrifuges in Irak aangetroffen, waarvan een deel in het land zelf is gefabriceerd, maar waarvan een deel ook moet zijn geïmporteerd, heeft Kay in zijn rapport aan de VN vastgelegd. Bij die onderdelen waren rotors, dempers, geavanceerde lagers en centrifuge-mantels. De maat van de rotors kwam qua ontwerp en afmeting nauw overen met de G1-types die Urenco vroeger heeft gebruikt. De G2-centrifuge draait bij voorbeeld in Almelo nog op grote schaal. Centrifuges worden gemaakt van een speciaal soort koolstofloos staal met nikkel en kobalt, "maraging steel', dat slechts in een klein aantal landen gemaakt kan worden. Irak bleek over een aantal platen van dit staal te beschikken.

Met spijt in zijn stem zegt David Kay van het IAEA dat de Irakezen nu juist de documenten over de centrifugetechniek die zijn inspectieteam in Bagdad had ontdekt, hebben teruggekaapt. Bij de zesde IAEA-inspectietocht, van 22 tot 30 september, werd het team onder leiding van Kay dagen lang onder bedreiging met vuurwapens vastgehouden op een parkeerterrein in Bagdad. De inspecteurs hadden op 23 september, 's morgens om 10 uur vier dozen met geheime documenten gevonden in een kelder onder het Nucleair Ontwerp Centrum. Toen ze om kwart voor vier 's middags met hun buit wilden vertrekken, brak paniek uit onder de Irakezen en werden de inspecteurs tegengehouden. De dozen met documenten werden geconfiskeerd en na veel getouwtrek kregen ze het grootste deel terug. Een aantal belangrijke stukken, vooral die over de centrifugetechniek voor het verrijken van uranium, werden echter achtergehouden.

Meer dan 40.000 pagina's tellen de overgebleven dossiers die nu op het hoofdkantoor van het IAEA uit het Arabisch worden vertaald. “De Irakezen waren perfecte bureaucraten, alles werd beschreven”, zegt Kay, die in zijn rapport aan de VN haarscherp aangeeft hoe Irak door de behandeling van zijn inspectieteam opnieuw alle internationale afspraken en de resoluties van de Veiligheidsraad aan zijn laars heeft gelapt.

Niettemin kan Kay een zekere bewondering voor de deskundigheid die de Irakezen op het terrein van atoomwapens hebben weten op te bouwen, niet onderdrukken. “Na 1981, toen Israel de proefreactor (destijds door Frankrijk geleverd) had gebombardeerd, hebben ze kennelijk een duidelijk politiek besluit genomen: nu moet alles op alles gezet worden om een atoomwapen te bouwen. Ze hebben een groot, geheim programma opgezet. Daar werd onbeperkt geld, mankracht en deskundigheid voor ingezet. Ze beschikken nu over duizenden deskundigen, maar wij hebben de volledige personeelslijst. Nu het programma onder internationale druk wordt stopgezet, kunnen wij altijd de sporen van die deskundigen nagaan.”

Het IAEA heeft voorlopig nog de handen vol aan Irak. Van de Veiligheidsraad heeft het agentschap (een orgaan van de VN) de opdracht gekregen niet alleen alle gevoelige installaties te inspecteren, maar die ook allemaal onschadelijk te maken zoals in de resoluties van de Veiligheidsraad is vastgelegd. Volgens David Kay worden alle installaties voor het voorbewerken en verrijken van uranium, alle brandstof en grondstof voor de Iraakse proefreactoren die al een kleine hoeveelheid plutonium hebben geproduceerd, hetzij fysiek onklaar gemaakt zoals met het superkanon gebeurde, hetzij in beslag genomen en uit het land weggehaald.

    • Karel Knip
    • Theo Westerwoudt