Ecodrome informeert over milieugedrag

DEN HAAG, 17 OKT. Nederland krijgt een nationaal milieupaviljoen, Ecodrome genaamd, dat volgend jaar tijdelijk in Zoetermeer zal staan. Daarna moet het ergens permanent worden gevestigd om, zoals de initiatiefnemers het noemen, “bezoekers te informeren over de positieve keuzen die zij kunnen maken in hun milieugedrag”.

De Stichting Nationaal Milieupaviljoen Ecodrome ontvouwde vanmiddag in Den Haag haar plannen. Blijkens het ontwerp van architect Wim van Rijn wordt het Ecodrome een futuristisch ogend gebouw, waarbij ook het materiaalgebruik opvalt: in principe zo milieuvriendelijk mogelijk. Het complex bestaat uit een cirkelvormig middengedeelte met daaromheen drie driehoekige vleugels.

Het Ecodrome begint als onderdeel van de Floriade die volgend jaar in Zoetermeer wordt gehouden, van april tot medio oktober. De stichting streeft ernaar het demontabele milieucentrum daarna een vaste plek te geven. Volgens secretaris P. Spijkerman, initiatiefnemer van het project, hebben al enkele gemeenten concrete belangstelling getoond, waaronder Zoetermeer zelf. Ook de universiteiten van Utrecht en Groningen hebben interesse. Indachtig het doel van het Ecodrome moet het, vindt de stichting, op een plek komen die met het openbaar vervoer goed bereikbaar is.

Het nationaal milieupaviljoen, dat ongeveer 2000 vierkante meter groot wordt, leent zich voor permanente en tijdelijke exposities, vergaderingen, congressen en kan een ook rol krijgen in het onderwijs. Het ministerie van onderwijs en wetenschappen ontwikkelt een lespakket voor de bovenbouw van het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs (dus voor leerlingen van 10 tot 15 jaar), dat aansluit op de inhoud van het Ecodrome. Het kan “een landelijk educatief milieucentrum” worden, zegt Spijkerman. Het is niet de bedoeling de bezoeker op belerende wijze te doordringen van het belang van een schoon milieu. “We willen gewoon laten zien wat je er zelf aan kunt doen”, zegt Spijkerman “en dat er al een hoop gebeurt.”

Het ontwerp is het resultaat van een prijsvraag die was uitgeschreven onder architecten van de Rijksgebouwendienst. Winnaar Wim van Rijn gaf zijn plan als titel "Attractie' en het is volgens de stichting “een toonbeeld van milieubewust bouwen”. Van Rijn zocht naar materiaal dat onder de gegeven omstandigheden geen of de minste schade aan het milieu toebrengt. Of het daarmee ook zo goedkoop mogelijk is - om maar even de discrepantie tussen ecologie en economie aan te stippen - is de vraag. “Onbekend maakt duur”, zegt Van Rijn er zelf van. Aan echte berekening van de meerkosten waagt hij zich niet “en misschien is het op lange termijn zelfs goedkoper”. In elk geval worden de bouwkosten op dit moment op ruim 3 miljoen gulden geraamd. De kosten van inrichting, exploitatie en werving meegerekend zal het milieupaviljoen in optima forma 13 miljoen vergen. Daarvan is dank zij subsidies en bijdragen uit het bedrijfsleven nu 9 miljoen binnen.

Milieuvriendelijk bouwen betekent bijvoorbeeld dat - waar mogelijk - schilderwerk achterwege wordt gelaten. De vloer wordt van vurehout, dat afkomstig is van produktiebossen uit Zweden, en zal het met de kleur daarvan moeten doen. Voor de wanden wordt "va-gips' gebruikt, afkomstig van het Gelderse energiebedrijf PEGEM. Het is een afvalprodukt van kolencentrales, dat wordt gemengd met oude kranten. De wanden in de toiletten worden bekleed met een nieuw produkt, een soort confettiplaat, die samengesteld is uit versnipperde melkpakken. De toiletten zelf worden doorgespoeld met regenwater dat op het dak wordt verzameld. Het doorgespoelde water komt in het riool terecht, het restant van het regenwater gaat naar de vijver die om het Ecodrome ligt.

Zo zijn er meer voorbeelden waaruit blijkt hoe het gebouw in zijn materialen weerspiegelt wat de bedoeling ervan is. De Rijksgebouwendienst hoopt zo de doelstellingen van het "duurzaam bouwen' in de praktijk te brengen. De glazen gevel van het ronde middengedeelte bestaat uit hard glas, waarvan de afzonderlijke platen via kabels tegen elkaar hangen en niet in aluminum lijsten. Kit hoeft niet te worden gebruikt. Het straatwerk in en rondom het complex is van betonsteen, “maar alleen daar waar je loopt”, zegt Van Rijn. De rest bestaat uit houtsnippers van gerecycled hout. De randen langs het water worden opgebouwd uit juten zandzakken.

Het liefst had de architect het gebruik van betonnen palen geheel achterwege gelaten, maar de bodemgesteldheid liet dat niet toe. Dus laat Van Rijn "ecopalen', zoals hij ze noemt, aanrukken; gemaakt van gekraakt (en dus hergebruikt) betonafval. Geen grind dus; dat is een schaarse grondstof. Een koelinstallatie was een ander taboe voor het milieucentrum; ventileren gebeurt met behulp van een boven- en onderdak en een open ruimte daartussen. Vijftien meter hoge pylonen dragen de dakconstructie.

De bezoeker van het Ecodrome zal aan de hand van tien thema's, uiteenlopend van "klimaat en ruimte' tot "verkeer en vervoer' de betekenis en van het milieu worden duidelijk gemaakt. Dat gebeurt aan de hand van de exposities in de driehoekige gebouwen, "bioscoopachtige ruimtes', aldus Van Rijn. In totaal is er 1300 meter expositieruimte beschikbaar; water loopt als een "blauwe draad' door de diverse thema's. Bezoekers komen nadat zij de themashows hebben gezien in het theater, Aquadrome geheten, waar door middel van beeld en geluid het verhaal van de eerste waterdruppel wordt verteld. Vervolgens kunnen ze naar het "Kenniscentrum' waar allerlei informatie over het milieu ligt verzameld.

Het Ecodrome is het resultaat van publiek-private samenwerking. Het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer heeft een voortrekkersrol en levert ook de grootste subsidie in de bouwkosten. De voormalig secretaris-generaal van dat departement, prof.drs. W. Lemstra (tegenwoordig burgemeester van Hengelo) is voorzitter van de stichting. Ook andere departementen doen mee, net als de VEWIN (waterleidingbedrijven), de VEEN (elektriciteitsbedrijven) en VEGIN (gasbedrijven). Tot de deelnemende particuliere bedrijven behoren IBM, Tetra Pak, Volmac, Moret, Ernst & Young en Koninklijke Van Poll.