Brussel schenkt ABP vrijheid om meer in het buitenland te beleggen

DEN HAAG, 17 OKT. De Europese Commissie heeft gisteren een richtlijn aangenomen waarbij de beleggingsrestricties van pensioenfondsen wordt opgeheven. Voor het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds zal de verplichting vervallen om 95 procent van het vermogen in Nederland te beleggen.

In oktober vorig jaar heeft de Europese Commissie de eerste stappen gezet op weg naar voltooiing van de interne markt op het terrein van de pensioenfondsen. De Commissie wil het kapitaalverkeer in de EG volledig liberaliseren en daarom wordt de EG-ministers nu een richtlijn voorgelegd die het overheden verbiedt om pensioenfondsen aan restricties te onderwerpen.

Een woordvoeder van het ABP toonde zich ingenomen met het besluit van de Europese Commissie. “Als het ABP meer in het buitenland mag beleggen, kan het rendement hoger worden, en kunnen de premies dus omlaag. Maar we zullen niet in één klap onze buitenlandse portefeuille vergroten. Dat is een proces van jaren”, aldus de ABP-woordvoerder.

Tot 1988 was het ambtenarenpensioenfonds ABP verplicht om het hele vermogen in Nederland te beleggen. In dat jar kreeg het ABP toestemming om maximaal 5 procent in het buitenland te beleggen. Sindsdien heeft het pensioenfonds de buitenlandportefeuille geleidelijk uitgebreid tot 4,5 procent. “De kritische grens van 5 procent zou pas volgend jaar of op zijn laatst in 1993 worden bereikt”, aldus de woordvoerder van het ABP.

Het ABP heeft een vermogen van 160 miljard gulden en neemt volgens het Amerikaanse blad Pension & Investments de tweede plaats in op de ranglijst van top-300 fondsen. Het ABP-vermogen is vooral uitgezet onderhandse leningen (65 procent van het totale vermogen) en obligaties (13 procent).