"Ben ik net aan het rekenen, komt er een vliegtuig over, raak ik de tel kwijt'

"Je hoort ze wel, maar we letten er niet op', zegt Jessica, leerling van de Christelijke basisschool Kinheim in Zwanenburg. Tussen half negen en half elf 's morgens zijn er 45 vliegtuigen over de school gevlogen. Een sonore brom, die soms uitgroeit tot een dreigend gebrul. "Da's een joekel van de KLM, een Boeing 747', wordt er gefluisterd. Elke tweeënhalve minuut zakt er langs het schoolraam traag een vliegtuig naar beneden, landingsgestel uit, klaar om neer te strijken op Schiphol. In één oogopslag zien de kinderen welke maatschappij daar vliegt. Ze herkennen de beeldmerken op de staart en sommigen weten ook nog welk type het is. Een van de leerlingen heeft vanaf het begin van de schooldag geturfd. "Moet ik die helicopter ook meetellen?', vraagt ze gewetensvol.

Het is rekenles, de zeventien leerlingen van de 7e en 8e groep zitten in rijtjes achter elkaar sommen te maken. Meisjes naast meisjes, jongens naast jongens. Meester de Vries, tevens hoofd van de Kinheimschool, loopt door de klas om hier en daar wat bijstand te verlenen.

Aan de muur hangt een kranteknipsel over het 75-jarig bestaan van Schiphol. Hoe in 1916 boer Knibbe verzocht werd zijn grond te verkopen en er in 1917 vier houten loodsen in een weiland stonden. Als er even gepauzeerd wordt, haalt Palwasha een blauw KLM-zakje met cocktail amandelen uit haar rugzak en laat haar vriendinnen meegenieten. Haar vader werkt op Schiphol.

"Zomers als de ramen openstaan, moet ik mijn verhaal wel eens onderbreken omdat m'n woorden de achterkant van de klas niet halen', zegt schoolhoofd De Vries, maar goedbeschouwd valt het lawaai hem mee. Hij lijkt meer gebukt te gaan onder het overheidsbeleid ten aanzien van de kleine scholen.

Wel heeft De Vries de indruk dat de kinderen drukker zijn dan in zijn vorige standplaats Haarlem. Maar of dat door het vliegtuiglawaai komt of misschien door de uitstoot durft hij niet te zeggen.

Ook kleuterjuf Huisman, afkomstig uit het stille Renkum, heeft de indruk dat de Zwanenburgse kleuters harder praten en sneller afgeleid zijn. Maar ook zij kan niet bewijzen dat de overkomende vliegtuigen daarvan de oorzaak zijn. "Er zijn nogal wat kleuterspelletjes waar je stilte voor nodig hebt', zegt ze, "en dan is het lawaai wel erg hinderlijk.' Ze heeft besloten zich zo min mogelijk van de vliegtuigen aan te trekken: "Als je je er aan gaat ergeren, ben je verloren.'

Huisarts Ojik, die al sinds 1967 actievoert tegen de toenemende geluidsoverlast, en een bekende figuur is in Zwanenburg, weet uit eigen ervaring dat vooral baby's en kleuters schrikreacties vertonen als er een vliegtuig laag overkomt. "Vliegtuiglawaai went niet', is zijn stellige overtuiging, "het is onheilspellend, misschien omdat het van boven komt.'

Maar wat vinden de kinderen van de vliegtuigen die dag en nacht over hun hoofd koers zetten naar de landingsbaan? Het is duidelijk een onderwerp dat ze na aan het hart ligt, want tijdens de discussie gaan de vingers telkens met bosjes de lucht in. "Stel', begint meester de Vries, "ik ben de president van Nederland en ik zeg: wèg met dat vliegveld.' Een verontwaardigd "nee' komt uit vrijwel alle kelen. Alleen Arjen vindt dat Schiphol best mag verdwijnen. "Ik word er knettergek van', zegt hij onomwonden.

"Schiphol moet blijven', vindt Michèle, "want anders raakt mijn vader zijn werk kwijt.' Ook de vader van Palwasha verdient er zijn brood. Esmée krijgt flink wat bijval als ze verkondigt dat ze de vliegtuigen juist leuk vindt om naar te kijken. En Elsebet is bang dat het "ineens zo stil zal zijn' als Schiphol er niet meer is. "Je zou het gaan missen', denkt ze.

Ook Pieter die nog niet zo lang in Zwanenburg woont vindt dat de vliegtuigen niet mogen verdwijnen. "Ik zou niets meer te doen hebben, want ik bestudeer ze altijd met een verrekijker.' Vier kinderen in de klas zijn in Amsterdam geboren en pas later naar Zwanenburg verhuisd. "Hier is veel ruimte om te spelen, je kunt overal naar toe', zegt een van hen. "Amsterdam is druk, er is zoveel verkeer en autolawaai, het is hier veel stiller.'

Dit zijn allemaal voordelen van het wonen in Zwanenburg, oppert meester De Vries, maar zijn er nu ook nadelen te noemen? Weer gaan alle vingers omhoog."Als we in de tuin zitten is het vervelend', vertelt Esmée. "soms is het zo'n kabaal dat je elkaar niet kunt verstaan.' Bovendien, zo vertelt ze, is het witte tafeltje op het terras altijd zwart.

"Ze zouden iets moeten uitvinden dat de vliegtuigen op water kunnen vliegen', suggereert Jessica als oplossing voor de luchtvervuiling. Marc vindt het vervelend als hij net een verhaal aan het vertellen is, en hij moet door een vliegtuig weer opnieuw beginnen. Arjen heeft vaak op school last van het vliegtuiglawaai, vooral als hij ingespannen bezig is: "Ben ik net aan het rekenen, komt er een vliegtuig over, raak ik de tel kwijt.' Ook Pieter merkt soms dat hij opnieuw moet beginnen als hij afgeleid wordt door het vliegtuiglawaai. Jessica heeft zelf geen last van de vliegtuigen, maar ze vindt het wel zielig voor de dieren in het natuurgebied Spaarnewoude. "Daar zouden ze eigenlijk niet overheen moeten vliegen.'

Ook 's nachts gaan de vluchten door en de meeste kinderen zeggen daar hinder van te hebben. "Je kunt er niet van in slaap komen', zegt de een. "Als ze erg laag over gaan word ik er soms wakker van,' merkt een ander op. Maar, zegt Rody slim, soms heeft het vliegtuiglawaai ook wel voordelen. "Je kunt in de klas snel even praten als je stil moet zijn van de meester. Hij hoort het dan toch niet.'

In het tekenonderwijs gaat het al 102 jaar om het waarnemen en verbeelden van de werkelijkheid, hoezeer de opvattingen over wat die werkelijkheid behelst in de loop der tijd ook veranderd mogen zijn. Tekenen naar de natuur maakte plaats voor natuurlijk tekenen. De "spiegel van de kinderziel' werd opengeklapt, maar in de dagelijkse praktijk van de basisschool blijkt helaas voor de verbeelding maar bitter weinig ruimte te zijn.