Waarom vrouwen zwijgen over seksuele intimidatie

Dit is geen artikel over seksuele intimidatie omdat de zaak Hill versus Thomas net zo min alleen over seksuele intimidatie gaat, als de bestorming van de Bastille alleen maar het opzijschuiven van de gevangenisbewaking betrof. Vrouwen zullen niet vergeten waar zij stonden toen Anita Hill haar mond opendeed. Dit is niet slechts een zaak van twee individuen en wat er al dan niet tussen hen is voorgevallen, daarvoor zijn de aanklachten te ernstig. Juristen vallen over elkaar heen op onbekend terrein, en veel vrouwen kijken toe met het besef dat hier geschiedenis wordt gemaakt, want de ideeën over seksuele conditionering in Amerika zouden wel eens ondersteboven kunnen worden gehaald.

De beschuldigingen van Hill, en de reactie erop van de senaat, pinnen de status van Amerikaanse vrouwen vast op drie posities. De eerste begrijpen we allemaal: Volgens een New York Times-CBS enquête van vorige week is een groot aantal vrouwen op het werk met seksuele intimidatie geconfronteerd. Een onderzoek uit 1981 onder vrouwelijke regerings-employees wees uit dat drieënveertig procent met seksuele intimidatie te maken had gehad; en het grensverleggende onderzoek "Seksuele intimidatie bij werkende vrouwen' van Catharine MacKinnon rapporteert dat tweederde van de werkende vrouwen is lastiggevallen. De hoorzittingen hebben, zo constateerde senator Arlen Spector afgelopen zaterdag in het licht van de gebeurtenissen, “het bewustzijn in Amerika vergroot”.

Wat in de zaak Hill-Thomas naar voren is gekomen omvat meer dan alleen seksuele inbreuken. De onthullingen leggen het tekort bloot in ons politieke systeem om iets voor vrouwen te doen en zij belichten de wijze waarop in de afgeloppen tien jaar economische pressie van een door mannen gedomineerde werkvloer heeft bijgedragen aan de verlamming van het feminisme als een sociale beweging op een brede basis.

Op basis van de inzichten die we inmiddels beetje bij beetje kunnen vergaren naar aanleiding van deze zaak, zouden vrouwen, die als pressiegroep minder effectief waren dan The National Rifle Association, zich kunnen verenigen in een lobby met evenveel mogelijkheden als het mogelijke aantal leden, namelijk de helft van de bevolking. De razernij van vrouwen over de onverschillige manier waarop er met hun belangen als kiezers wordt omgesprongen, overschrijdt de grenzen van de partijpolitiek. Republikeinse vrouwen lopen evenveel kans te worden geconfronteerd met seksuele intimidatie als Democratische vrouwen. Beiden zijn woedend over de manier waarop de zaak aanvankelijk werd aangepakt.

Seksuele intimidatie raakt de kern van de ideologie van conservatieve vrouwen zelf: Het is moeilijk op eigen kracht op te klimmen met de hand van je baas op je knie. En liberale vrouwen zijn gebelgd over de ironie van de omgeving waar de vermeende intimidatie zich voordeed - niet alleen de gebeurtenissen waar Hill op doelt, maar ook andere zaken die tijdens de hoorzittingen aan de orde kwamen - zijn voorgevallen in de Commissie voor Gelijke Kansen waar Thomas en Hill collega's waren. Seksuele intimidatie behoort volgens een vrouwelijke topfunctionaris tot "de cultuur van Washington' . Zij zegt dat de helft van de mannen die nu jammeren over hoe ernstig deze aanklacht wel is, de afgelopen week nog hun hand op de knie van een onderbetaalde vrouwelijke assistent hielden.

Wat gebeurt er als een leger van belaagde vrouwen van zich laat horen? De Hill-Thomas zaak verschaft een belangrijk inzicht in het lot van het Amerikaanse feminisme, en vooral in de vraag waarom het na een bloeitijd in de activistische jaren zeventig gedwongen werd zich terug te trekken om gedurende de individualistische jaren tachtig te stagneren en van de voorpagina's te verdwijnen.

Als Anita Hill de waarheid heeft verteld aan de benoemingscommissie, dan heeft ze die tien jaar lang verzwegen. Dit tien jaar lange stilzwijgen van haar en het vijfentwintig jaar lange zwijgen van dr. Frances Conley, de neurochirurg wier ervaringen met seksuele intimidatie in de openbaarheid kwamen toen zij afgelopen juni volkomen onverwachts ontslag nam uit haar diverse functies, is representatief voor de algemene stilte over problemen van vrouwen op een door mannen gedomineerde werkvloer. Hill antwoordde op de vraag waarom ze zo lang haar mond had gehouden , dat zij een rol wilde blijven spelen in de beweging voor burgerrechten. Conley antwoorde op dezelfde vraag: “Ik dacht dat ik een goede neurochrirug was”.

Hoogleraar in de rechtsgeleerdheid Emma Coleman Jordan vatte het samen in een recent artikel in The New York Times. “Hou je mond”, schreef ze, “of je zet je met moeite verworven jarenlange opleiding en werkervaring op het spel”. Geen enkele vrouw mag worden beoordeeld op haar beweegredenen om haar mond te houden. Ik ben een dergelijk zwijgen overal in de Verenigde Staten tegen gekomen. De redenen lopen uiteen van tolerantie ten opzichte van seksuele intimidatie in specifieke periodes, tot het publiekelijk afwijzen door vrouwen van bepaalde gewoonten, waardoor ze door hun werkgevers als feministen konden worden bestempeld.

Ambitieuze goedopgeleide vrouwen uit de middenklasse blijken zich vaak moeilijk te kunnen identificeren met de vrouwenbeweging. Ik heb ze de vraag voorgelegd of het aanhangen van feministische ideeën wellicht schadelijk is voor hun carrière. Op dit punt ontmoet ik altijd instemming. Als ik vrouwen ondervraag in een kantoorgebouw is dit het moment dat ik in vertrouwen word genomen. Zij vertellen hun verhalen en vragen anoniem te mogen blijven.

Het zijn de vrouwen met een baan (die het meest te verliezen hebben), die het bangst blijken te zijn om op te komen voor hun specifieke vrouwenrechten en -opvattingen, omdat dat volgens hen gelijk staat aan "professionele zelfmoord'.

De vraag “je bent toch geen feministe”, is een cruciale test voor vrouwen die verder willen komen. Er wordt van hen geëist dat ze hun loyaliteit ten opzichte van hun eigen sekse opgeven.

Dit smoort de kans op een mogelijke collectieve actie van vrouwen op het werk in de kiem. De zusterschap van de middenklasse-vrouwen in de jaren zeventig was mogelijk omdat ze zich organiseerden als "buitenstaanders' op de arbeidsmarkt, ze hadden niets te verliezen en alles te winnen bij een krachtig feministisch optreden. De ambitieuze werkende middenklasse-vrouwen van de jaren negentig zijn "insiders', als zodanig zijn ze gesoleerd binnen mannelijke bolwerken, worden ze tegen elkaar opgezet om te wedijveren om de paar banen aan de top die naar vrouwen gaan en onder druk gezet om vrouwenrechten in te leveren ten einde carrire te kunnen maken.

Iedere vrouw moet zich òf koest houden en voorzichtig zijn niet het evenwicht te verstoren, òf haar strijd alleen strijden en wellicht verliezen. Dat verklaart de heftige reactie van vrouwen op de aanklachten van Hill. Amerikaanse vrouwen zijn verrast door deze manifestatie van hun eigen potentiele gezamenlijke macht. Voor de enige minderheid die een meerderheid vormt, zouden de lessen van de Hill-Thomas-crisis al duidelijk moeten zijn. Als vrouwen gedurende de jaren negentig gevrijwaard willen blijven van seksuele intimidatie op het werk en vertegenwoordigd willen zijn in de senaat, zullen zij een gepolijst feminisme moeten ontwikkelen dat hen de kracht verleent tot solidariteit op het werk. Alleen zo kunnen vrouwen zowel professioneel als persoonlijk op een veilige manier in het dagelijks leven de rechten opeisen die de commissie voor Gelijke Kansen voor hen op papier heeft gezet.

The Washington Post - NRC Handelsblad

    • Naomi Wolf