Townes Van Zandt

Deze week begint de Amerikaanse folkzanger Townes Van Zandt aan een toernee door Nederland, die hem onder andere in 's-Hertogenbosch, Utrecht en Amsterdam zal brengen.

Townes wie?

Goede vraag. Een jaar geleden had ook ik nog nooit van de man gehoord. Zijn naam dook op in een tv-documentaire over John Hiatt, die enkele collega-songschrijvers noemde die voor hem van grote betekenis waren geweest: Guy Clark en Townes Van Zandt. Daarop ben ik meteen naar de platenwinkel gesneld. Professionele critici vertrouw ik niet, maar een belangrijke artiest zal nooit een knoeier aanbevelen. Hiatt had niet overdreven: Clark is een goede zanger-songschrijver in het folk-country-genre, maar Van Zandt bleek nog beter. Hij is een zanger die in het klassieke rijtje thuishoort van de folkmuziek: Jimmie Rodgers, Woody Guthrie, Hank Williams, de vroege Bob Dylan (die zelf een bewonderaar van Van Zandt is).

Ik ben geen onverdeeld liefhebber van het genre: folk- en countrymuziek neigen naar saaiheid en voorspelbaarheid. Ook de muziek van Van Zandt lijdt daar soms onder, maar op zijn betere momenten haalt hij het niveau van zijn beroemde voorgangers. Hij is het type charismatische artiest waarvan je na één plaat weet dat je alles van hem wilt horen en hebben. Hij zingt alleen zijn eigen liedjes en hij maakt nooit commerciële rotzooi.

Op elke plaat - hij heeft er vanaf 1976 een kleine tien gemaakt - staan wel enkele liedjes die je nooit meer vergeet. Spoedt u naar de betere platenzaak, draai "For The Sake Of The Song', of "Be Here To Love Me', of "You Are Not Needed Now', of "At My Window', en u zult mijn enthousiasme begrijpen. Was u een bewonderaar van Neil Young? Of van de Engelse zanger Nick Drake, die andere kampioen van de melancholie, die in Nederland eveneens nog veel te onbekend is? Dan zal Townes Van Zandt u niet teleurstellen.

Blijft de vraag: Townes wie?

Over de man achter het werk is weinig bekend. Van Zandt leidt een teruggetrokken leven in een primitief huisje-zonder-telefoon op het platteland van Tennessee. De interviews met hem zijn schaars. “Ik had een prettige jeugd”, schreef hij eens sarcastisch, “ik herinner me er niets van, maar dat is mij verteld.” Hij groeide op in een vooraanstaande familie in de oliebusiness in Fort Worth (Texas), maar hij wortelde er nauwelijks, want na zijn achtste jaar verhuisde het gezin om de twee jaar.

Na een explosie van creativiteit halverwege de jaren zeventig die in vijf elpees resulteerde, werd er bijna tien jaar lang weinig meer van hem vernomen. Pas de laatste vier jaar heeft hij weer enkele interessante platen gemaakt. Hij was òf aan de drank òf in de greep van depressies - òf beide. Aan een interviewer vertelde hij dat hij soms overrompeld wordt door “een volledig verlies van betekenis en motivatie”. “Het is vaak gebeurd dat de depressie puur fysiek werd, het deed dan zo'n pijn. Het verscheurde me, het verscheurde mijn hersens, mijn hele lichaam tot het punt waarop ik mijn hoofd vasthield en het uitschreeuwde. Er waren keren dat ik mijn handen pakte en het vreemde gevoel had dat ik ze zou afhakken als ik een machine had, en dat alles dan goed zou zijn.”

Op de foto's van zijn platen zie je hem schrikbarend snel verouderen. In de muziekkrant Oor beschreef Jos Kessels een optreden van Van Zandt in de beginjaren tachtig in Texas. “De barkeeper ging met een pet rond, het honorarium voor de zanger. Ik zat inmiddels aan een tafeltje, naast een meisje. Het eerste wat me opviel was dat ze een slecht gebit had, het tweede dat ze beschonken was (...) Ze bleek de vaste vriendin van Townes. Ik probeerde haar duidelijk te maken dat ik uit het verre Nederland kwam. Het drong niet tot haar door. Ze vroeg of ik alle platen van Townes had. Ik knikte. "Kun je een keer bij ons langskomen, dan neem ik ze op. Hij heeft nog maar de helft'.”

De andere helft kan hij deze week in Nederland kopen, waar hij zich dan tevens kan verbazen over het feit dat dezelfde cd's in de ene zaak twee keer zo duur zijn als in de andere zaak - maar dat is een ander verhaal.

    • Frits Abrahams