President hakt knopen door, premier capituleert; Algerije dit jaar toch naar stembus

De Algerijnen zullen nog dit jaar naar de stembus kunnen gaan. Dat heeft president Chadli Benjedid gisteravond in een rede voor radio en televisie meegedeeld. Op 26 december zullen, voor het eerst sinds Algerije in 1962 onafhankelijk werd, parlementsverkiezingen worden gehouden, waaraan meerdere politieke partijen deelnemen. Aan de vorige parlementsverkiezingen van 1987 mocht alleen nog maar de eenheidspartij FLN meedoen.

Chadli's aankondiging betekent dat premier Sid Ahmed Ghozali gecapituleerd heeft voor de wensen van de president. Chadli Benjedid weigerde Ghozali's verzoek om de nieuwe kieswetten in een tweede lezing aan het parlement voor te leggen. Toch is Ghozali niet afgetreden, hoewel hij diverse malen gedreigd had dat te zullen doen als het parlement zijn voorstellen voor een nieuwe kieswet beslissend zou veranderen.

Zondagnacht legde het parlement - na vijf maal de stemming te hebben uitgesteld - Ghozali's dreigementen naast zich neer. Het stemde - na slepende onderhandelingen achter de schermen tussen de leiding van het FLN, de president, en de premier - voor nieuwe kieswetten, die zeer veel lijken op de eind maart aangenomen kieswetten. Zij zijn allemaal “op maat van het FLN gesneden” en zodanig opgesteld dat het FLN aan de macht blijft.

Ghozali had, na zijn benoeming in juni als premier een prachtige leuze bedacht voor de nieuwe verkiezingen. Deze moesten de Algerijnse nationale instellingen “vanuit de legaliteit naar de legitimiteit voeren”. Dat streven is mislukt. De door iedereen als oneerlijk beschouwde kieswetten van maart zijn slechts een heel klein beetje bijgesteld. Het aantal toekomstige parlementariërs, dat volgens de kieswet van maart 542 moest bedragen, werd zondagnacht op 432 gesteld. Het FLN hoopt daarmee alsnog voldoende eigen kandidaten in het nieuwe parlement te krijgen.

Ook de grenzen van de kiesdistricten werden iets veranderd, maar zij zijn nog steeds zodanig dat er veel minder FLN-kiezers nodig zijn om hun afgevaardigde in het parlement te krijgen dan FIS-kiezers (het radicaal-islamitische FIS, oftewel het Front voor de Islamitische Redding, is de belangrijkste concurrent van het FLN).

Het belangrijkste strijdpunt was de mogelijkheid voor mannen om - zonder volmacht en uitsluitend op vertoon van het familieboekje - ook namens hun vrouw(en) te stemmen. Ghozali wilde die bepaling schrappen omdat de Algerijnse grondwet nadrukkelijk stelt dat “het stemrecht voor alle Algerijnen individueel en persoonlijk is”.

Maar het FLN, dat steun verwacht van de conservatieve en traditioneel ingestelde burgers op het platteland, wilde hiervan niets weten. De automatische stem van echtgenote(s) - ongeveer acht procent van de Algerijnse gehuwde mannen heeft meer dan één echtgenote - kan immers grote electorale winst opleveren.

Volgens woordvoerders van Ghozali zal president Chadli de Raad van de Grondwet, het hoogste juridische orgaan van Algerije, alsnog om een uitspraak vragen over dit zeer omstreden recht van de man om (ongevraagd) namens zijn vrouw te stemmen. Maar de president zelf zei hierover niets.

In zijn ferme redevoering kondigde hij aan dat hij onder geen beding onrust of geweld zal tolereren. Verwijzend naar de onlusten van mei en juni, die door het FIS waren uitgelokt als protest tegen de kieswetten van april, zei Chadli: “Sommigen wilde hun wil aan anderen opleggen (...) Mijn standpunt, wat dat betreft, is krachtig en duidelijk. De deuren naar de democratie staan open. Noch de burgers, noch de staat zullen gedrag accepteren dat de grondwet en de wet overschrijdt (...) De islam mag nooit een factor van vernietiging en onenigheid worden (...) Het meerpartijen-systeem zal niets opleveren als de acties van iedereen niet door verantwoordelijksgevoel worden gedragen.”

Het was een onmiskenbare waarschuwing aan het FIS, dat door de overheid verantwoordelijk wordt gesteld voor de onlusten van mei en juni. Bij die onlusten vielen volgens de regering 55 doden, en volgens Algerijnse mensenrechten-groeperingen 300 doden.

Het staat niet vast of het FIS aan de verkiezingen gaat deelnemen. Daarover moet de majlis el-choura, de hoogste leiding van het FIS, nog beslissen. Tot dusver stelde de partij als primaire voorwaarde voor deelname aan de verkiezingen dat eerst zijn gearresteerde leiders moesten worden vrijgelaten, met name zijn woordvoerder sjeik Abassi Madani, en de zeer charismatische prediker sjeik Ali Belhadj.

De afgelopen maanden dreigden vrijwel elke vrijdag de imams (gebedsleiders) van het FIS in de moskeeën van Algiers met het uitroepen van de Jihad, de Heilige Oorlog, als de gevangen leiders niet terstond op vrije voeten zouden worden gezet. Maar het bleef bij die dreigementen. De leiders in de gevangenis gingen in hongerstaking, maar braken die weer af, met het argument dat de islam zelfmoord verbiedt. Een paar dagen geleden wees het militaire tribunaal van Blida, dat hen wegens oproerkraaierij en opstand tegen de staat en de openbare orde moet vonnissen, hun verzoek tot voorwaardelijke invrijheidsstelling af. Want de militairen zijn vastbesloten om het FIS zodanig in tweeën te breken, dat er een gehoorzame partij overblijft, die men onder controle kan houden en waarmee het FLN desnoods een coalitieregering kan vormen.

Niemand weet of die strategie succes heeft, want er is een patstelling ontstaan. Het FIS moge door onderlinge conflicten geplaagd worden, maar het is nog steeds bijzonder sterk. Geen van de sociaal-economische problemen, die Algerije in steeds ernstiger mate teisteren, is ook maar enigszins opgelost. Daarvoor waarschuwde Chadli zelf in zijn speech van gisteravond. De woede van de jongere kiezers, die hen richting FIS drijft, is dan ook geenszins afgenomen.

Tegelijkertijd beseft iedereen dat als het FIS niet aan de verkiezingen meedoet, deze totaal ongeloofwaardig worden. De oppositiepartijen roepen dan ook in koor dat de FIS-leiders moeten worden vrijgelaten. Of zij het eerlijk menen, is een tweede.

    • Michael Stein