Hoe raak ik mijn boeken kwijt? Dat vraagt mij de ...

Hoe raak ik mijn boeken kwijt? Dat vraagt mij de antiquaar Willem Huijer, voor zijn honderdste catalogus. Het is, dacht ik, voor de antiquaar een weet. Alleen voor de koper blijft het een vraag. De verzamelaar neemt de antiquariaatscatalogi titel voor titel door, streept er opgewonden een paar aan en componeert een bestelbriefje. Hij ontvangt de boeken pakjesgewijs, rukt het karton opgewonden open en componeert de verworven werken tussen hun soortgenoten op de plank.

Hij pinkt een traan weg over de titels die "helaas al verkocht' waren en zet zich welgemoed aan de volgende catalogus.

Alleen al dit ritueel kost me een aantal uren van de dag. Waar haal ik in godsnaam de tijd vandaan al die boeken ook nog te lezen? Meestal wandel ik er alleen maar langs. Dan neem ik, met mijn hoofd in oordruppelhouding, de teksten in me op die op de ruggen geschreven staan. Een niet onbevredigende leeservaring.

Men zou zeggen, met dit roofdiergedrag lijkt het onmogelijk afstand te doen van ook maar het geringste deel van de buit. Toch is het me tweemaal in mijn leven overkomen dat ik een grote portie van mijn bibliotheek heb weggedaan.

Waarom doet iemand boeken weg? Omdat hij hoopt een nieuw leven te kunnen beginnen. Een belachelijke hoop die alleen maar de kop kan opsteken wanneer men walgt of wanneer men verhuist. Nu, de eerste keer dat ik boeken wegdeed was het uit walging. Vanaf mijn veertiende levensjaar had ik boeken over Goethe verzameld. Ach, toen was een boekenstalletje op elke markt nog heel gewoon. Ook de kelders van antiquariaten werden in de jaren daarna op Goethe nagevlooid.

De manie nam zulke ernstige vormen aan dat ik, op vakantie in Griekenland, Goethe in het Grieks kocht en op vakantie in Sauerland Goethe in het Plattdütsch.

Op mijn dertigste kon ik - zomaar op een rimpelloze winternamiddag - ineens geen Goethe meer zien. Binnen vierentwintig uur waren ze het huis uit, al die zo noest opgespaarde titels. Een paar duizend moeten het er zijn geweest. Het luchtte boven verwachting op.

En toen ik voor het eerst verhuisde deed zich inderdaad de tweede gelegenheid voor zich van aanslibsels en overtolligheden te ontdoen. Een verhuizing maakt wegdoenerig. Men is dan zo helemaal in de stemming van grote schoonmaak, face-lift, een nieuwe lente en een nieuwe huid. Met het betere werk verblijdt men de antiquaren. Met het mindere werk verblijdt men neef en nicht. Met het verzamelde werk van Boudewijn Büch teistert men de vuilnisman. Daar vliegt de vaderlandse poëzie het raam uit. De opluchting bleek zo mogelijk nog groter.

Maar, helaas, niets leert men van die opluchtingen. Men zit nog niet in zijn nieuwe vel of men is al weer geheel de oude.

Het ritueel is te sterk. Er is geen boek of het is van Goethe, ook als het niet van Goethe is. En met een verhuizing verandert men van voordeur, niet van hoofd.

Men weet hoe het gaat. We kopen een boek over een bepaald onderwerp dat ons aantrekt en we kopen er een paar bij. Voordat we het weten hebben we tien boeken over het onderwerp. We kopen er nog eens bij omdat we er al "iets' over hebben.

Dan is men verloren. We kopen daarna elk boek dat er een beetje bij past. Zo komt het dat zich in onze bibliotheek, haast ongemerkt, cellen en kernen gaan vormen.

Kernen van Goethe en andere overtolligheden die zich proprio motu uitbreiden om ons op een dag toe te grijnzen als waarachtig iets van een "collectie'.

Ook al is men, als verzamelaar, tot het onvermijdelijke inzicht gekomen dat het onmogelijk is alle boeken over een bepaald thema "compleet' bij elkaar te krijgen, toch speelt bij elke nieuwe titel die men er bij koopt even - heel even - de gedachte door het hoofd dat die aankoop dan tóch maar mooi "eentje minder incompleet' betekent.

Hoe men zichzelf bedot...

Intussen weet de verzamelaar - het is zijn enige zekerheid - dat de dag van de opluchting opnieuw aanstaande is. Maar tot het zover is leeft hij in voortdurende vreze voor die dag.

    • Gerrit Komrij