Een zitting onder het teken van meineed

De slachtoffers van het mediacircus rondom Hill versus Thomas zijn in volgorde van opkomst: de president van de Verenigde Staten, rechter Thomas, de Senaat, professor Hill, de wijze waarop hoge functionarissen in Amerika worden benoemd, het politieke systeem en nu, na de goedkeuring van de benoeming, het Hooggerechtshof en de rechtstaat zelf. Vier ingrediënten bepaalden de discussie: de algemene geschiktheid van Thomas voor het hoogste rechterlijke ambt, zijn opvattingen over maatschappelijk gevoelige zaken als abortus, zijn houding tegenover vrouwen en Anita Hill in het bijzonder en, bij voorbaat en tenslotte, het ras van de kandidaat-opperrechter.

De president draagt een kandidaat voor het Hooggerechtshof voor (in beginsel voor het leven) zodra daar een plaats open valt. De Senaat beoordeelt de kandidaat en laat daartoe een onderzoek verrichten door zijn judiciary committee, een van de permanente commissies. In het panorama van de scheiding der machten houden de uitvoerende en de controlerende macht elkaar op die manier in evenwicht bij het handhaven van de derde, de rechterlijke macht. Complicaties zullen zich des te gemakkelijker voordoen indien Senaat en Witte Huis partijpolitiek gesproken niet in dezelfde handen zijn. Dat is nu het geval. De Democraten vormen in beide huizen van het Congres de meerderheid en hebben daardoor de macht de commissievoorzitters te benoemen.

Bij de benoeming van opperrechters speelt de politieke voorkeur van de president een, soms beslissende, rol. Indien de Senaat in meerderheid die voorkeur niet deelt, ontstaat er al snel een probleem. De Republikeinen klagen nog over de aanpak van Roosevelt in de jaren dertig, de Democraten hadden in Reagan hun eigen zondebok gevonden. Bush heeft met de voordracht van Clarence Thomas de littekens opengereten. De tegenstanders beschuldigden de president onmiddellijk van dubbelspel. Zijn keuze voor een zwàrte conservatief dwong immers de bekende voorvechters van "civil rights' aan Democratische kant zich rekenschap te geven van de "zwarte stem thuis'.

De tactiek van het Witte Huis deed de oppositie naar andere wapens omkijken. De kleur van de kandidaat had al een verzwakking van de tegenstand veroorzaakt, op zijn weigering om in te gaan op vragen over uitlatingen die een licht zouden kunnen werpen op zijn functioneren als opperrechter werd geen passend antwoord gevonden. Hoewel de meerderheid van de Senaat de presidentiële voorkeur nauwelijks deelde, begon zich langzamerhand zijn benoeming af te tekenen.

Geheel in lijn met de in het Amerikaanse systeem normale praktijken had de commissie inmiddels het sleepnet uitgeworpen in de hoop een rot visje te kunnen verschalken dat rechter Thomas wellicht in de maalstroom van het leven had achtergelaten. En jawel, de speurhonden van de commissie kwam het verhaal ter ore dat een medewerkster van de rechter tien jaar geleden klachten had over zijn vrouwonvriendelijke gedrag. Zo verscheen de vroegere assistente, aanvankelijk als geheime bron van de commissie, maar na een lekkage naar de pers als Anita Hill op de hoorzitting. Anita vertelde haar verhaal over Thomas' pochen op porno, potentie en sodomie, Clarence sloeg terug met een verwijzing naar de lynchpartijen waarvan zwarten in het Oude Zuiden eens het slachtoffer waren. Wat de senatoren hier lieten ophangen was volgens de rechter het stereotype van de zwarte man als het onverzadigbare seksdier. De aanwezigen en de kijkers thuis sidderden.

Op wie slaat het gewekte publieke ongenoegen terug? De kritiek op de presidentiële keuze was aanvankelijk politiek bepaald. Een nederlaag werd niet gewenst in het Witte Huis, maar was incasseerbaar. Nu nemen zwarten het verwijt over dat de voorkeur van Bush voor zijn zwarte kandidaat door opportunisme was ingegeven en dat hij met zijn keuze van Thomas onzorgvuldig te werk is gegaan. Er zijn immers voldoende zwarte rechters in de aanbieding die niet een dergelijk afzichtelijk skelet in de kast verbergen. De senatoren op hun beurt krijgen uit de zwarte gemeenschap te horen dat het allemaal erom begonnen was om zwarten in opspraak te brengen. Zwart tegen zwart; voorlopig zal Thomas de laatste zwarte kandidaat voor een hoge en politiek gevoelige functie zijn, zo is de redenering.

Thomas zelf heeft, blijkens de reacties, met zijn opmerking over de zwarte man bij de zwarte Amerikaan een snaar getroffen. De plotselinge confessies over vergelijkbaar slachtofferschap kunnen straks boeken vullen. De zwarte vrouwen voelen zich op hun manier in de hoek gezet. Als een blanke vrouw Thomas had beschuldigd (de rechter is met een blanke getrouwd), had de commissie de zaak onmiddellijk aangepakt. Achter gesloten deuren zou het de kandidaat duidelijk zijn gemaakt dat hij beter kon wegwezen. Nu het om een zwarte vrouw ging, hebben de senatoren getracht de zaak in de doofpot te stoppen, is het speculatieve verwijt - dat geen recht doet aan de intentie van de progressieven in het land om de rechter hoe dan ook te vloeren. Dat een blanke vrouw in de getuigenbank de zwart-wit verdeling nog onevenrediger zou hebben gemaakt, met alle gevolgen voor het publieke debat van dien, hebben nog maar weinigen durven suggereren.

Blijven over de in hun beroepsleven geslaagde vrouwen, blank en zwart, die, vóór Thomas aan zijn tegenaanval begon, een paar dagen lang zich ontwikkelden tot de zwaarst wegende factor in de discussie. Zij herkennen zich wellicht het meest in het verhaal van professor Hill. Zij kennen mannen behalve als echtgenoot of minnaar als baas, als werkgever en als concurrent - in het laatste geval dikwijls een gefrustreerde omdat positieve discriminatie de vrouwen nog wel eens een voorsprong geeft.

Velen van hen, zo willen legio getuigenissen in de media, zijn of waren het slachtoffer van "sexual harassment' ofwel ongewenste intimiteiten. In hun reactie is Thomas uitgegroeid tot een bijna bovenmenselijk symbool, zondebok voor (in Amerika strafbaar) mannelijk wangedrag tegenover vrouwen - waarbij de schuldvraag in dit speciale geval er niet meer toe deed. In hoeverre het tegenverwijt van de rechter tot vrouwelijk zelfonderzoek aanleiding heeft gegeven, is tot dusver nog niet onderzocht. Dat daarvoor reden zou kunnen zijn, ook aan zwarte zijde, suggereert het commentaar van een ondervraagde zwarte man dat "deze zuster' (Anita) in haar leven niet heeft weten te bereiken waarop zij recht meende te hebben.

Het land heeft nu een opperrechter die onder de verdenking staat niet alleen de voorgeschreven seksuele code te hebben geschonden, maar ook meineed te hebben gepleegd. Hij of zij, dat wel. De getuige ging vrijwillig aan de leugendetector. De Amerikanen staan nu voor de keuze. Zij kunnen voortgaan op de heilloze weg om alles te willen weten van hun leidslieden en ze stuk voor stuk ook aan de leugendetector zetten. Of zij buigen de procedure terug naar waar het om begonnen was: het onderzoek naar het vermogen van een bepaalde kandidaat om de voor hem of haar bedoelde functie naar behoren te vervullen.

Klachten als van Hill behoren thuis in de strafrechtspleging. Vrees voor de gevolgen kan geen reden zijn om tien jaar te wachten op de goede gelegenheid. Meineed staat in vette letters boven deze hoorzitting, maar niemand zal een poging wagen daarnaar een onderzoek te doen.

    • J.H. Sampiemon