Componist Dutilleux destilleert uit duistere beelden pure poëzie

Concert door Noordhollands Philharmonisch Orkest o.l.v. Lucas Vis met David Geringas (cello). Werken van Stravinsky en Dutilleux. Gehoord: 12-10 Musis Sacrum Arnhem.

“Muziek is, gelukkig, niet alleen gemaakt volgens een recept”, noteerde Henry Dutilleux in het Hollands Dagboek van 10 oktober. Maar verderop schreef hij: “De kunst van het componeren is ook een wetenschap.” Tussen deze twee polen (wetenschappelijke discipline en onbekommerde intuïtie) speelt zich het mysterie van de creatie af.

Dutilleux heeft zelf zijn “recept” omschreven als een techniek van thèmes à croissance progressive: motieven die pas in het verdere verloop hun herkenbaar afgeronde vorm krijgen. Maar bij Beethoven komt al het cyclische principe voor en niemand heeft zo treffend met allusies en metamorfoses gewerkt als Bartók in zijn strijkkwartetten.

Nog zo'n recept bieden de talrijke spiegelingen - overigens het terrein bij uitstek van Anton Webern. Een voorbeeld is te vinden in Trois strophes (1976-1987) voor cellosolo, magistraal vertolkt op het vijfde en laatste concert in het project “Ode aan Henry Dutilleux” door David Geringas. Het eerste deel mondt uit in een motief van negen noten als een citaat uit Bartóks Muziek voor snaren, slagwerk en celesta, dat meteen gespiegeld wordt. Nog frappanter is de toepassing in het Celloconcert “Tout un Monde lontain...” uit 1970. De inspiratiebron, mystiek morbide teksten van Charles Baudelaire, bood de componist een aanknopingspunt in het deel Miroirs als een evocatie van het doodsbed van twee geliefden: “Onze harten zullen branden als twee vurige fakkels, waarvan de lichten als in een dubbele spiegel, in onze geesten weerkaatst zullen worden.”

In beelden als dood, droom en duistere nacht is Dutilleux op zijn best, de nacht op te vatten als symbool voor een vrije, fantasierijke vorm. Als geen ander is Dutilleux in staat een wereld van schimmige flageoletten en etherische echo's op te roepen, niet als onderdeel van een boeiend leerstuk (Kagel), een vorm van muzikaal autisme (Kurtág) of griezelkabinet (Crumb), maar om er pure poëzie uit te destilleren.

Dutilleux schaaft en vijlt, de twee meest recente werken op het concert in Arnhem konden daarvan als "work in progress' getuigen: Musique de l'Instant (1986-1989) en Diptyque “Les citations” (1985-1991). De eerste compositie was oorspronkelijk bedoeld voor 24 strijkers, later voegde de componist cimbaal, pauken en ander slagwerk toe. De Diptyque, geschreven voor het Aldeburgh Festival had eerst de vorm van een trio, vervolgens werd er een contrabas aan toegevoegd en overdacht Dutilleux een altviool, tot het zijn definitieve vorm vond als een miniconcert voor hobo met begeleiding van contrabas, clavecimbel en slagwerk.

Het eerste deel is een eerbetoon aan Britten, het tweede aan Dutilleux' in de oorlog omgekomen collega Jehan Alain. Al eerder orkestreerde Dutilleux de orgelmuziek van deze componist.

Diptyque klinkt boeiend en subtiel, vol verstuivende klankkleuren, maar ook met ruige free jazz-injecties. Alleen op de werking van de dubbeltonen in de hobo heeft Dutilleux zich verkeken: die klinken veel te materieel. Ook het publiek experimenteerde: het blafte in een spatiële vorm vanuit alle hoeken in de zaal alle subtiliteiten aan flarden. Vernietigende hoestbuien haalden echter niets uit in Stravinsky's veel te massief verklankte Chant du Rossignol, een weinig gelukkig begin. Maar gaandeweg overtuigde het Noordhollands Philharmonisch Orkest steeds meer, en kennelijk geïnspireerd door Geringas' dynamisch musiceren werd het celloconcert met zijn steeds zachtere noten een ontroerend besluit van een gedurfd project, waar de orkesten in de Randstad een voorbeeld aan kunnen nemen.

    • Ernst Vermeulen