"Circa 1492' in Washington; Expositie toont wereldbeschaving in Columbus' tijd

Tentoonstelling: Circa 1492: Art in the Age of Exploration, t-m 12 jan. in de National Gallery of Art, Washington.

Wat er precies in het jaar 1492 is gebeurd, vermeldt de titel van de tentoonstelling "Circa 1492, Art in the Age of Exploration' niet. Bij de feestelijke voorvertoning in architekt Pei's witte kunstkathedraal in Washington, de National Gallery of Art, werd wel over de kunstvoorwerpen gesproken, maar een verklaring voor het jaartal 1492 werd er niet gegeven. Wat is er met dat jaar? In de inleiding van de catalogus wordt het duidelijk. Voormalig nationaal bibliothecaris Daniel Boorstin schrijft daarin over het onderwerp dat tegenwoordig met zoveel taboes is omgeven: Columbus zette voet aan land in Amerika. Door het groeiende besef dat Amerika al tienduizenden jaren eerder door indianen was ontdekt en dat die indianen na de komst van Columbus, op zaterdag 12 oktober 499 jaar geleden, zijn gedecimeerd of erger, is Columbus een omstreden onderwerp geworden.

"Circa 1492' is ook de eerste van een reeks tentoonstellingen en tegententoonstellingen, die in Washington en in de rest van Amerika naar aanleiding van het vijfeeuwse jubileum van de komst van Columbus naar Amerika worden gehouden. De National Gallery blijft aan de veilige kant van het Columbusdebat, beperkt zich niet tot Europese ontdekkingen maar toont de kunst in drie continenten ten tijde van de grote verkenningen (dus niet ontdekkingen). “Deze tentoonstelling herinnert ons aan de oceanen van onwetendheid, de vergezichten van menselijke schepping die nog onbekend zijn voor Europeanen in de Tijd van Verkenning”, schrijft Boorstin bescheiden.

Wie door het tiental zalen loopt, kan het Europa van de vijftiende eeuw nog onmogelijk als de navel van de toenmalige wereldbeschaving zien. Columbus was lange tijd symbool voor overwinning en overwicht van de Westerse beschaving. "Circa 1492' doet moeite om ook de waarde van alle andere toenmalige beschavingen te tonen en legitimeert daarmee de historische rol van alle niet uit Europa afkomstige minderheden die op het Amerikaanse continent wonen: een echte multiculturele uitstalling van waren, van elegante Ming-schilderingen tot angstaanjagende goden van de Azteken.

De tentoonstelling is ook multicultureel gefinancierd, niet alleen door de gebruikelijke rijke particuliere Amerikaanse instellingen als de Rockefeller Foundation en Ameritech, maar ook door de giganten uit het wereldcentrum in opkomst, Nomura Securities en de Mitsui Taiyo Kobe Bank.

De monstershow heeft wel een Europees perspectief, omdat ze die gebieden laat zien waarheen Europeanen in die tijd op ontdekkingsreis gingen. De islamitische rijken in het Midden-Oosten zijn relatief mager vertegenwoordigd, hoewel ze in die tijd een belangrijke rol speelden. Om hun eigen handelsroutes te beschermen en exclusief te houden grendelden de moslims voor Europeanen het Verre Oosten af. Daarom probeerden de Europeanen Japan en China via een westerse route of rond Kaap de Goede Hoop bereiken.

De zeshonderd kunstvoorwerpen op de expositie komen behalve uit Europa en het Mediterrane gebied uit gebieden die toen in Europa bekend waren: uit Centraal-Amerika (indianenstammen), uit Japan (Muromachi-periode), China (Ming-dynastie), Korea (Chosõndynastie), India en de koninkrijken in de noordelijke helft van Afrika. Het is een verzameling uit een tijd dat de aarde door de veelvuldige verkenningstochten naar het nieuwe continent voor het eerst werkelijk als rond kon worden ervaren en de eerste aanzetten werden gegeven voor een soort wereldgemeenschap.

De tentoonstelling viert een combinatie van schepping en ontdekking die tot de grote ontwikkelingen in communicatie, technologie, kunst en wetenschap hebben geleid. Toch doen de selecties van gebieden buiten Europa willekeurig aan, omdat het daar anders dan in de Europese afdeling aan een thema ontbreekt.

Van Europa worden drie belangrijke ontwikkelingen uit die tijd getoond: de cartografie, de artistieke ontdekking van het perspectief en meer precieze kennis van de anatomie.

De kunstig bewerkte kaarten met schitterende illustraties laten in het verloop van de tijd een steeds zuiverder beeld van de wereld zien. De kunstig versierde Catalaanse atlas uit 1375 van de joodse cartograaf Abraham Cresques is al beïnvloed door de reizen van Marco Polo. Deze atlas bevat Oost-Azië, maar het Amerikaanse continent ontbreekt. Ook de gebruikelijke mythische afbeeldingen uit voorgaande eeuwen zijn er niet meer op aangebracht.

De herontdekking van het werk van de Griek Ptolemaeus uit de tweede eeuw na Christus versnelt de cartografie. Bepaalde vaste, bekende kernpunten worden gefixeerd met lijnen waarlangs de rest van de wereld zo goed mogelijk wordt ingevuld. Het wereldbeeld ontwikkelt zich dan steeds verder naar de gebruikelijke uitgespreide globe met lengte- en breedtegraden. De wereldkaart van Martin Waldseemüller uit 1507 is al zeer modern, het produkt van de Genovees Battista Agnese uit 1543 is bijna hedendaagse geografie.

De Duitse schilder Albrecht Dürer reisde veel en ging niet alleen ver met de ontwikkeling van het perspectief in schilderingen, maar hij registreerde ook de vruchten van de ontdekkingen zoals exotische dieren uit verre landen, zoals leeuwen en sterrebeelden. De breedheid van het werk getuigt van zijn grote nieuwsgierigheid. Een begeleidende film verklaart de ontwikkeling van perspectief in kunstwerken aan de hand van Dürer, Leonardo da Vinci en Michelangelo ( gesponsord door voorzitter Ryuzaburo Kaku van Canon, de filmfinancier).

Rond 1492 hebben alleen nog Zuid-Nederland en Vlaanderen deel aan het Europese centrum. Een tryptiek van Hiëronymus Bosch toont een apocalyptisch tafereel. In die tijd dacht men dat het einde der dagen naderde dus dat er haast moest worden gemaakt met de kerstening van de wereld buiten Europa. Westafrikaanse koninkrijken hebben ook in die tijd een bloeiperiode bereikt met koperen beeldjes. En dan wandelt de bezoeker verder langs Chinese en Japanse schilderingen op zijde van landschappen met regen. Merkwaardig dat Nederlandse meesters in weergave van licht nauwelijks regen hebben afgebeeld. In Japanse en Chinese zijdeschilderingen is het vaak te zien. Regenvegen tonen de afhankelijkheid van de elementen en geven het landschap een sereen en verslagen karakter.

Verder zijn er draagbare relikwieënkasten, kleurig bewerkte Japanse harnassen, Zen-Boedhisten in contemplatie, porceleinen Koreaanse vazen met koel blauwe blaadjes en kronkelende takken en later beeldjes voor Incagraven rond Peru.

De tentoonstelling is soms onsamenhangend omdat alleen gelijktijdigheid als maatstaf gold maar ademt zeker niet de boetieksfeer die soms uit multiculturele evenementen straalt. De verscheidene culturen uit die tijd worden niet mooier voorgesteld dan ze zijn. Bij de Azteken komen de mensenoffers ter sprake. In een Chinese schildering wordt een man onthoofd. Er zijn geen schappen voor de Taino-indianen die Columbus voor het eerst op de Caraïbische eilanden aantrof. Die cultuur was door Europese ziekte-epidemieën en wreedheden van de Spanjaarden in de zestiende eeuw uitgestorven. En daar begint de controverse die het hele volgende jubileumjaar zal worden uitgestreden.

    • Maarten Huygen