Bosnie kiest - op hoop van zegen

Bosnië heeft zijn keus gemaakt. Vijftien uur duurde het debat in het parlement in Sarajevo maandag en dinsdag, vijftien uur vol scheldpartijen, woede en bitterheid die uiteindelijk werden afgesloten toen de Servische afgevaardigden opstapten. Het parlement nam uiteindelijk twee verklaringen aan, een waarin de republiek “ondeelbaar en soeverein” werd verklaard en een waarin Bosnië-Herzogovina zijn plaats “als rechtsstaat” binnen enige toekomstige “Joegoslavische gemeenschap” afbakende.

Bosnië is Joegoslavië in het klein: een lappendeken van volkeren die met en door elkaar wonen. Ruim veertig procent van de 4,4 miljoen inwoners is moslim - een volk in de Joegoslavische terminologie -, ruim dertig procent is Serviër en achttien procent Kroaat. Bij de eerste vrije verkiezingen in de republiek hebben deze etnische groepen zich en masse op hun eigen, langs etnische lijnen gevormde politieke partijen gericht: de islamitische Partij van Democratische Actie is de grootste, gevolgd door de Servische Democratische Partij en de Kroatische Democratische Gemeenschap. Sinds die verkiezingen, en al helemaal sinds het uitbreken van de oorlog in Kroatië, is de Bosnische politiek er een van lopen op eieren, van moeizame compromissen en van opperste omzichtigheid als het gaat om problemen die de Serviërs, de Kroaten en de moslims zouden kunnen provoceren.

Niettemin: het bekennen van kleur ten aanzien van de toekomst van Bosnië was onvermijdelijk. Ooit immers zou de republiek, net zoals de andere binnen het oude Joegoslavië, moeten vaststellen hoe ze zich de toekomst voorstelt, buiten Joegoslavië, zoals Kroatië en Slovenië, binnen een hechte federatie, zoals de Serviërs en Montenegrijnen willen, of in een zo los mogelijke confederatie (met mogelijkheden van uittreding), waar de voorkeur van Macedonië naar uitgaat. Uitstel van het besluit zou Bosnië nog kwetsbaarder maken dan het nu al is, met het eeuwige risico dat de Serviërs en de Kroaten binnen de republiek elkaar in de haren vliegen en de burgeroorlog zich naar Bosnië uitbreidt.

Niet bekend

Dat is dan ook de kern van de twee verklaringen die gisterochtend in Sarajevo zijn aangenomen en het is ook de kern van de Servische woede. De Serviërs ergeren zich allereerst aan de Bosnische voorkeur voor een confederatie. Ze ergeren zich verder aan de tweede verklaring, waarin Bosnië onder andere zijn grenzen bevestigt. Dat betekent dat, als die grenzen in een toekomstig Joegoslavië worden geaccepteerd, de in het Kroatische gebied van Krajina geconcentreerde Servische minderheid van Servië afgescheiden blijft: tussen Servië en die Servische enclave in wat nu nog Kroatisch gebied is ligt dat grote Bosnië dat aan zijn oude grenzen blijft vasthouden.

Als die houding prevaleert, komt het mooie Groot-Servië in gevaar dat de Serviërs nu al enkele maanden gewapenderhand trachten te verwezenlijken. Vandaar dat de Serviërs alles hebben gedaan om de uitspraak te verhinderen. De voorzitter van het parlement in Sarajevo, Momcilo Krajisnik, sloot zelfs het debat voor het tot een stemming kwam - een actie die door de niet-Servische afgevaardigden werd genegeerd - en de leider van de Serviërs, Radovan Karadzic, stelde dat “de moslims en de Kroaten Bosnië de hel op aarde binnenleiden, een hel waarin de moslims als volk zouden kunnen verdwijnen”. De laconieke reactie van de Bosnische president Izetbegovic (een moslim): “Karadzic' woorden illustreren precies waarom we niet in het huidige Joegoslavië willen blijven.”.

Daarbij hebben de Bosnische Serviërs zelf boter op het hoofd: ze hebben vooral de moslims van zich vervreemd door eenzijdig vier door overwegend Serviërs bewoonde gebieden in Bosnië en Herzegovina tot autonome regio's uitgeroepen. De Kroaten en de moslims zijn ervan overtuigd dat dat een eerste stap is op weg naar de eenzijdige aansluiting van die gebieden bij Servië. Want dat het een kwestie van tijd was voordat de Serviërs Bosnië zouden betrekken bij de grote strijd voor de vorming van een nieuw Groot-Servië, daarvan zijn de niet-Serviërs in de republiek al lang overtuigd.

De federale minister van defensie Kadijevic waarschuwde gisteren dat de stap van Bosnië “naar oorlog leidt”. Dat is mogelijk. Maar als Bosnië die stap niet had gezet, was de kans op oorlog wellicht nog groter geweest.

    • Peter Michielsen