Waarnemers weg uit Kroatië, tijd voor de volgende ronde

De Europese gemeenschap zou haar waarnemers uit Kroatië dienen terug te trekken. Na uitvoerige en herhaalde pogingen een staakt-het-vuren tot stand te brengen, waarbij de waarnemers vaak persoonlijke moed aan de dag hebben gelegd en geen moeite hebben geschuwd om inzicht te verkrijgen in de structuur van de strijd, is deze week wel komen vast te staan dat hun inspanningen vruchteloos zijn. Ze leiden niet tot een staakt-het-vuren en scheppen niet de voorwaarden voor een oplossing van het conflict door onderhandeling en internationale arbitrage.

Beide partijen escaleren en de-escaleren het conflict naar het hen goeddunkt. De Joegoslaven handelen als een alcoholist, die in therapie gaat - niet om op te houden met drinken, maar omdat drinken en erover kunnen zeuren tegen de therapeut veel interessanter is dan alleen maar drinken. De EG vormt een welkom forum om de als nationaal conflict vermomde dorpspolitiek een internationaal cachet te verlenen. De waarnemers fungeren daarbij voornamelijk nog als menselijk schild, wanneer één van de partijen zich wil verplaatsen en vermoedt dat de andere wel eens op haar zou willen schieten.

Op de waarnemers zelf wordt inmiddels voortdurend geschoten, en wel door alle partijen. Nadat de waarnemers vorige week voor de achtste maal hadden geprobeerd een staakt-het-vuren tot stand te brengen, is de vruchteloosheid van hun streven definitief duidelijk geworden. Een tactiek van kleine stappen, heette het, het tot stand brengen van praktische resultaten, desnoods tijdelijk. De Europese pretenties werden steeds bescheidener, totdat het de afgelopen dagen neerkwam op een ruil van gunsten tussen beide partijen. De Kroaten zouden een humanitair hulpkonvooi voor de burgerbevolking in de belegerde stad Vukovar mogen sturen, waarna een eenheid van het federale leger mocht vertrekken uit de Borongaj-kazerne in Zagreb.

Na de definitieve mislukking van deze onderneming gisteren moet helaas worden geconstateerd dat de Europeanen zich hier hebben ingelaten met een nummertje oorlogspropaganda en list. Na veel potentieel gevaarlijk geschuif met het door de Europese waarnemers begeleide konvooi, kwam het tenslotte terecht voor een Kroatisch mijnenveld voor de poorten van Vukovar, dat de Kroaten weigerden weg te halen. Vervolgens weigerden dezelfde Kroaten de militairen uit Zagreb vrije doortocht te verlenen, daar het konvooi immers niet in Vukovar was aangekomen.

De Kroaten hebben, zoals bekend, in Joegoslavië geenszins het monopolie op dit soort perfide spelletjes. Het was in eerste aanleg ook niet hun schuld dat op hun grondgebied - en zoals de Nederlandse generaal Johannes Kosters gisteren bij zijn afscheid in Zagreb benadrukte, uitsluitend op hun grondgebied - een oorlog is ontstaan, en wel een smerige oorlog. Het systematisch ontvolken van steden en dorpen door met mortieren in het wilde weg te schieten, is een praktijk die in deze wereld eigenlijk veel meer verontwaardiging zou moeten wekken. Toch is dit willekeurig vuren één van de voornaamste middelen waarvan de gewapende Serviërs zich bedienen, en ook legereenheden hebben het soms - zoals in Petrinja - nuttig geoordeeld om zonder directe tactische noodzaak de lopen van hun kanonnen op burgerdoelen te legen.

Het gelijk en ongelijk in deze oorlog - moreel, historisch - is natuurlijk iets waarover men lang kan praten, en beide partijen zijn daarop dan ook verzot. Helaas is het een dialoog van doven, die steeds hardhorender worden. In de praktijk wint aan beide zijden de overtuiging veld, dat op één en dezelfde plek uitsluitend Kroaten of uitsluitend Serviërs kunnen wonen. Alleen al gezien de vermenging van beide volkeren, hun locaties en het feit dat ze zo op elkaar lijken, zijn deze gedachten een garantie voor nog vele jaren bloedige strijd. Joegoslavië was één van de modernste, in ieder geval één van de meest "Westerse' landen in Oost-Europa. Maar de regressieve tendensen aan beide zijden nemen hand over hand toe. De maatschappijen van Kroatië en Servië hebben kennelijk te weinig weerstand om zich na decennia communisme en autoritarisme nu effectief te verzetten tegen de heerschappij van de vechtersbazen, de uniformaanbidders, de voorvechters van weer een nieuw totalitair, en nu nationalistisch ideaal.

Al deze omineuze ontwikkelingen spelen zich af tegen de bloedige achtergrond van steeds meer afgerukte armen en benen, vluchtelingen en doden - al meer dan duizend, maar dit officiële getal wordt door deskundigen als een propagandistisch understatement beschouwd. De derderangs politici die dit alles in gang hebben gezet, kunnen steeds moeilijker terug. Dat geldt zowel voor de Serviërs, die na hun "successen' op het slagveld en de dood van zoveel vaderlandslievende vechters, weinig reden hebben nu af te zien van het streven aan Kroatië gebieden te onttrekken. Het geldt net zo goed voor de Kroaten, die het niet ontgaat dat een wapenstilstand nu in de praktijk het verlies van zo'n beetje de helft van het theoretische territorium van de republiek betekent. En de in Kroatië regerende partij HDZ heeft de kiezers een glorieuze nationale toekomst beloofd, niet een onafhankelijk Zagreb-plus-omgeving na een verloren oorlog.

Dit is de bloedstollende ambiance waarin de EG-waarnemers hun goede trouw inbrengen. Die blijkt keer op keer verspild, omdat de partijen in het conflict niet van goede wil zijn. Zij wensen geen wapenstilstand of compromissen, zij willen oorlog, omdat ze denken daarmee iets te kunnen winnen en tot op heden niet van het tegendeel konden worden overtuigd. Op hetzelfde moment waarop zij staakt-het-vurens ondertekenen, of in Den Haag vrome beloften afleggen, hergroeperen zij hun troepen, plaatsen nieuwe kanonnen, of roepen nieuwe reservisten op. Niet altijd misschien zijn de individuen met wie de Europese Gemeenschap praat, zelf te kwader trouw. Maar in dat geval staan er wel anderen, daadkrachtiger leden uit het eigen kamp gereed om het vuile werk te doen en de gemaakte afspraken voor list en bedrog te gebruiken.

Het is bepaald niet zo, dat het met de goede trouw van de partijen in het Joegoslavische conflict beter gaat. Het is meer, dat beiden er uit propagandistische overwegingen de voorkeur aan geven dat de ander het eerst wegloopt uit de onderhandelingen in Den Haag. De Servisch-Montenegrijnse politicus Branko Kostic heeft gisteren de Europeanen er opnieuw van beschuldigd bevooroordeeld te zijn, en gewaarschuwd dat het geduld van het "Servische volk' op is. De Kroatische hardnekkigheid uit zich anders, omdat hun nationalisme niet als het Servische op trots isolationisme is gebaseerd, maar meer op de neiging zich de Centraal-Europese politieke wereld in te slijmen. Maar ook de Kroaten hebben al laten weten, dat het met de Haagse onderhandelingen geheel anders moet. Eerst erkenning van de Kroatische soevereiniteit en de zelfstandige staat, dan zien we verder, luidt hier het parool.

Het is wel duidelijk dat tegenover zoveel obstructie de Europese benadering, de speurtocht naar een compromis dat recht doet aan de rechten van de Servische minderheid in Kroatië en tegelijkertijd militair geweld als middel tot grenswijziging geen precedentwerking verschaft, voorshands geen enkele kans maakt. Elke Europese helikopterpiloot die onder deze omstandigheden onder vuur wordt genomen, is er één te veel. De landen van de EG hebben geen beroepsofficieren of diplomaten in dienst, om ze in Joegoslavië zonder duidelijk aanwijsbaar doel nog langer door obscure Rambo's als schietschijf of schild te laten gebruiken.

Wat dan wel? Dat is een andere discussie. Natuurlijk is het zinnig dat de waarnemers voorshands in Bosnië-Herzegovina blijven, om te zien of een uitbreiding van het gewapende conflict naar die streken kan worden voorkomen. En dan is er de vraag of het zenden van een gewapende macht en het opleggen van een regeling een werkbare oplossing is. Het alternatief daarvoor is vreselijk: isoleren van de strijdende partijen en kijken hoe het afloopt. Natuurlijk zou dat een slecht voorbeeld zijn voor de anderen in Oost-Europa, die popelen om degenen die hun nationale aspiraties in de weg staan een kopje kleiner te maken. Er is één troost: erger dan in Kroatië, waar de relatieve welvaart van de afgelopen jaren het de partijen mogelijk maakt steeds zwaardere wapens te hanteren of te kopen, lijkt het elders nauwelijks te kunnen worden. En dan: er zijn gevallen bekend van alcoholisten die, na beëindiging van de therapie en op zichzelf teruggeworpen, alsnog ophielden met drinken.

    • Raymond van den Boogaard