Verkeerde voorlichting over affaire-Bosio

DEN HAAG, 15 OKT. Minister Hirsch Ballin (justitie) en zijn voorganger Korthals Altes hebben de Tweede Kamer verkeerd geïnformeerd over de affaire-Bosio. Dit blijkt uit schriftelijke antwoorden die Hirsch Ballin nu heeft gegeven op vragen van het Kamerlid Lankhorst (Groen Links).

Het gaat in deze zaak onder meer om een vondst door de Belgische autoriteiten in 1985 van een container met drugs in de haven van Antwerpen. Uit de antwoorden van de minister blijkt dat deze vondst te danken was aan een tip die de Nederlandse politie aan de Belgen had doorgegeven. Op haar beurt was de Nederlandse politie getipt door een anonieme informant, met wie zij via de Amerikaanse narcoticabrigade DEA in contact was gekomen.

De Tweede Kamer ging er op grond van een vertrouwelijke brief die Hirsch Ballin begin dit jaar schreef tot nu toe vanuit dat de drugsvondst louter te danken was aan informatie die Bosio, een in Arnmhem woonachtige Franse ondernemer, had verstrekt. “Nader ingesteld onderzoek”, zo laat Hirsch Ballin nu weten, heeft uitgewezen dat deze brief onjuist was. Dat viel eerder dit jaar ook af te leiden uit antwoorden van de Belgische minister van justitie aan de Senaat, waarin melding werd gemaakt van een tip van de Nederlandse douane. Daarmee sprak de Belgische bewindsman in feite de beweringen van Hirsch Ballin tegen. Hirsch Ballin stelt nu: “Het heeft helaas enige tijd gevergd om alle benodigde informatie over de gang van zaken te vergaren.”

De affaire en de onjuiste informatie, op grond waarvan de Tweede-Kamercommissie voor de Verzoekschriften een klacht van Bosio afwees, zullen waarschijnlijk nog deze week in de Tweede Kamer aan de orde komen.