"Sir Georg'

Op zijn 59ste is Georg Kessler terug in het land waar hij ooit, van december '65 tot juni '70, bondscoach is geweest. En in hetzelfde Sittard, waar hij nu de scepter zwaait bij Fortuna, speelde hij destijds als verdediger in het shirt van Sittardse Boys. Overigens zweeft in de spelonk van mijn geheugen het gegeven rond, dat Kessler ook nog eens een half-aanvallende spil bij de prominente amateurclub Maurits is geweest. Misschien is het niet helemaal waar, maar de herinnering is goddank het enige paradijs waaruit wij niet verdreven kunnen worden. Had ik dat maar bedacht! Helaas - iemand uit de achttiende eeuw was mij voor.

Intussen is Kessler een markante bondscoach geweest. Een man, die het voortdurend over discipline had en dat in goed Nederlands, maar met een Duitse tongval, steeds weer in de harde koppen van zijn Oranje-klanten trachtte binnen te hameren. Lo Brunt, de machtige secretaris-penningmeester van de KNVB had hem binnengehaald, nadat hij de latere "sir Georg' een lezing plus een training had horen en zien geven. Kessler was op een bijna maniakale manier gek op de details van de voorbereiding. Op diverse punten had hij groot gelijk. De selectie placht nogal eens met eieren te gooien tijdens de gemeenschappelijke maaltijden. Ook bleef het bestek niet altijd op zijn plaats liggen onder Kesslers voorgangers. Menig international uit de roerige zestiger jaren vergat gaarne zijn tafelmanieren. Maar de bondscoach overdreef soms. In Polen aangekomen, waar het Nederlands elftal een belangrijke interland met 2-1 zou verliezen, verbood hij de spelers het kasteel waar zij zouden verblijven, te betreden alvorens hij met een DDT-spuit de vertrekken te lijf was gegaan.

In die jaren was Kessler een in wezen verlegen, maar tegelijk zeer eerzuchtig man, die lang niet altijd de juiste toon tegen zijn spelers aansloeg. Hij had, zoals meer coaches, de neiging de realiteit uit het oog te verliezen. Zo sloeg hij eens, in een zeldzame poging joviaal te doen, zijn arm om de schouders van Jan Ruiter, de keeper van Anderlecht, met de woorden “Jan, als jij het mij toestaat, maak ik van jou de beste doelverdediger van de hele wereld”. Ruiter wist, dat hij dat niet was, noch ooit zou worden, maar wat moest hij anders zeggen dan “Ja mijnheer Kessler, heel graag”?

Aan de andere kant waren de ijver en de toewijding van Kessler toch ook weer hartverwarmend. Hij heeft verschrikkelijk zijn best gedaan bij Oranje, bij Anderlecht en recentelijk bij de FC Antwerp en Standard Luik. Het is een man die in korte tijd orde op zaken stelt. In Berlijn, waar hij eveneens trainer was, namelijk bij Hertha BSC, behoorde hij tot de notabelen van de stad. Zijn smoking zat altijd onberispelijk en zijn woord bij de club was wet.

Maar in Nederland, waar het voetbalgebeuren vaak recalcitrantie uitstraalt, is de afstandelijke, deftige, stijve man uit het Saarland nooit volledig geaccepteerd. Hij had te maken met lastige spelers en eigenzinnige clubs (Ajax en Feyenoord voorop). En menigmaal kon hij de geselecteerde spelers niet opstellen. Cruijff dwong hem eens tot een schorsing, toen het wereldtalent een zakenreisje naar Italië voorrang verleende boven de plicht tijdig in het trainingskamp te verschijnen. Toen het eindtoernooi om het WK van 1970 aan de kim verscheen, werd de bondscoach tegengewerkt door de grote clubs, die weinig heil zagen in het spelen op grote hoogte en soms in enorme hitte. Organisatorisch is Kessler een uitblinker. In contactueel opzicht vloog hij zelden hoger dan het maaiveld, al herinner ik mij avonden in zijn bungalow op het sportcentrum in Zeist, waar met behulp van een fles wijn de sfeer wat losser werd en de pure voetballiefhebber de overhand kreeg op de man, die zich graag hoogdravend uitdrukte.

Op een moeilijk te omschrijven wijze heb ik toch de jaren door sympathie voor "sir Georg' behouden. Geen bruller langs de lijn, maar wel dat generaalsachtige, stramme optreden. Sommigen gniffelden besmuikt bij zijn speeches. Anderen accepteerden het en deden wat hij verordonneerde. Ik ben benieuwd, hoe dat in Sittard gaat werken.

    • Herman Kuiphof