"Politie België laks over illegale handel in dieren'; Veel exotische dieren belanden in Belgische fricandellen

ROTTERDAM, 15 OKT. Op zondag 16 juni werd de Antwerpse hoofdbrigadier A. van Acker door een twintigtal onbekenden "gespuwd en gestampt', toen hij foto's en filmopnamen wilde maken op de dierenmarkt van Mol. Van Acker stapte naar de Procureur des Konings om zijn beklag te doen.

Dit voorval zou uitmonden in de bekeuringen van afgelopen zondag wegens illegale handel in beschermde dieren, een actie die was voorbereid door Belgische en Nederlandse ambtenaren van justitie, politie en inspectiediensten. Van Acker mocht deze keer niet mee de markt op, omdat de "gerechtelijke instanties' bevreesd waren voor een herhaald handgemeen.

Om zeven uur 's ochtends waren inspecteurs in burger de markt opgegaan om te kijken hoe de handel er uitzag. Een uur later rapporteerden zij in het crisiscentrum, waarna ze teruggingen om de processen verbaal op te maken. De actie duurde tot half elf en leverde samen met de inspanningen aan de grens dertien processen verbaal op, hoewel er sprake zou zijn van talloze overtredingen en een bende de halve dierenmarkt in haar macht zou houden.

Duidelijk is dat de actie bij voorbaat in brede kring bekend was. “De Gazet van Antwerpen bij voorbeeld heeft al weken iemand 's zondags op de markt, omdat men bij Justitie had opgestoken dat er een actie op handen was,” zegt Van Acker. “Maar ach, wat hadden we dan gemoeten? Als we die markt met dranghekken hadden afgezet om later uit te kammen, was er niemand gekomen.”

Nederland en België hebben net als de andere EG-lidstaten in 1973 de CITES-overeenkomst (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora) van Washington getekend. Toch tiert de handel in bedreigde diersoorten welig, zo bleek ook uit de dertien processen-verbaal van afgelopen zondag.

In het laatste nummer van het blad "Politie, dier en milieu' wordt gesteld dat de smokkel van bedreigde dier- en plantesoorten "in criminele kringen grote belangstelling geniet'. Drugskoningen zouden er via handel in al dan niet valse certificaten veel zwart geld mee kunnen witwassen. Stierf begin deze eeuw nog één diersoort per jaar uit, begin 1980 was dat één soort per dag en nu één soort per uur. De internationale dierenmaffia is daar goeddeels debet aan, zo stelt het politie-blad.

Hoewel de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van landbouw volgens zeggen van eigen ambtenaren het laatste jaar tegenwerking heeft van de leiding van dit departement, heeft Nederland de grenzen redelijk dicht wat Schiphol en de Rotterdamse haven betreft. Het verkeer met de zuiderburen is echter volstrekt ongecontroleerd.

Binnen de Belgische politie is Van Acker een eenling. De gemiddelde agent in België heeft naar zijn zeggen nooit van CITES gehoord. Daarom heeft hij de Nederlandse, 153 pagina's tellende, lijsten van de CITES-appendices een keer of honderd gekopieerd en als boekwerk afgegeven op de politie-bureaus in Vlaanderen. De kosten van de 15.000 kopieën droeg hij zelf.

Voor zover agenten in België bemoeienis hebben met dierenbescherming zijn het "heren op rust', gepensioneerden die geen wortels meer hebben in de korpsen. Van Acker probeert daarom opsporingsambtenaren te interesseren voor CITES-delicten en hen aan het werk te zetten bij nog op te richten organisaties als Provant (provincie Antwerpen), Provost (provincie Oost Vlaanderen) en Prolim (provincie Limburg), zoals hij die noemt.

De al te vrije interpretatie van het verdrag kan Van Acker niet over zijn kant laten gaan. Zo weet hij dat een Nederlandse dierentuin enkele jaren geleden vijf leeuwen overdeed aan een Belgische handelaar. Ze zouden naar een Safari-park gaan, maar kwamen terecht bij de slacht. Een levende leeuw brengt in België 14.000 francs op, een dode 56.000. Veel van dat soort "exoten' belanden ondanks hogere idealen uiteindelijk in Belgische fricadellen.

Een ander voorbeeld geldt vijf tijgers die een Belgische handelaar van een circus had overgenomen. De aanhanger waarin de beesten zaten kantelde tijdens het transport vrijwel in de tuin van de handelaar, die vervolgens naar Belgische regelgeving mocht zeggen wat er mee gebeurt. Dus werden ze afgeschoten. Een vel van een tijger is ruim vier maal meer waard dan een "gevulde'. De Belgische justitie kwam in dit geval wel in actie en nam de huiden in beslag, maar moest ze later teruggeven. Huiden kunnen in België niet verbeurd worden verklaard.

Die elastische uitleg van het CITES-verdrag levert volgens Van Acker bizarre situaties op. Op de markt van Mol moet het dan ook niet worden gezocht. “In de zijstraten en de parkings, daar moet men kijken. Een auto, waarop staat "dierentransport' vertrouw ik wel. Maar kijk in zijstraten eens onder de zetel van een vrachtwagen. Daar vindt men slangen. Een half uur na de actie van zondag kreeg ik nog de tip dat daar een wasbeer verkocht is. En het blijft niet bij vrachtwagentjes met huis-, tuin- en keukengerei. Er komen zelfs kraanwagens en bulldozers, die dieren vervoeren. Daar is men totaal niet op bedacht.”

Probleem bijft voor Van Acker hoe België de regels wil naleven. “Je mag in dit land bij voorbeeld wel een kuifeend hebben, maar je mag hem niet verhandelen of vervoeren. Dat alles is zo gecompliceerd, dat weinig agenten in staat zijn goed te handelen.”

Als voorbeeld noemt Van Acker het geval in Oostmalle waar een buffel werd geslacht, hetgeen de wet niet verhindert. Een buffel is immers een rund en runderen zijn niet beschermd. Resultaat was 800 kilo corned beef. Een serieuzer toezicht op de naleving van CITES vergt meer, gericht opgeleid, personeel. Maar op kosten en personeelsproblemen zit het vast in België. Het CITES-verdrag wordt als futiliteit beschouwd. Van Acker probeert met Provant, Provost en Prolim de eenheden op te zetten die België volgens hem hard nodig heeft.

    • Bram Pols