Nobelprijs economie voor Brit R.H. Coase

ROTTERDAM, 15 OKT. De Britse econoom Ronald H. Coase heeft vanmorgen de Nobelprijs voor economie gekregen. Hij geldt als grondlegger van de economie van het recht.

Volgens Coase kan door verandering van rechtsregels voor sommige economische problemen, zoals milieuvervuiling, vaak een betere oplossing worden gevonden dan volgens de klassieke benadering.

In 1960 formuleerde hij in een beroemd artikel (The Problem of Social Costs) het Coase-theorema. Dat houdt in dat je "externe effecten' (zoals vervuiling) kunt "internationaliseren' (meerekenen in het economisch gedrag) door onderhandelingen. Volgens Coase maakt het voor de omvang van de vervuiling en van de produktie niet uit of de vervuiler het slachtoffer een vergoeding geeft, of andersom. Natuurlijk heeft elke oplossing wel aparte gevolgen voor de inkomensverdeling.

Beroemd is het voorbeeld van Coase over de stoomtrein. De vonken van die trein zetten akkers in brand. In de zomer moesten de treinen daarom stilstaan. Coase betoogt nu dat als de boeren van een vergoeding verzekerd zijn, ze geen prikkel krijgen om andere gewassen te telen die minder snel branden (aardappelen in plaats van graan). Als je de spoorwegmaatschappij recht op vervuiling geeft, hebben de boeren die prikkel wel. De kosten van hun gedragsverandering zijn waarschijnlijk veel lager dan de kosten van de spoorwegmaatschappij als de treinen niet kunnen rijden.

Coase, wiens eerste artikel al in 1937 verscheen, doceerde jarenlang aan de universiteit van Chicago. Het aantal artikelen dat hij al die jaren publiceerde is op de vingers van twee handen te tellen, maar ze brachten stuk voor stuk een stroom van discussies en onderzoek op gang. In 1988 vatte hij in "The Firm, the Market and the Law' zijn werk kort en bondig samen. Ook in Nederland krijgt zijn werk de laatste jaren steeds meer bijval, zoals blijkt uit boeken van Holzhauer-Teijl en van Theeuwes c.s.

    • Kees Calje