Kinderboek

Schrijfster Thea Beckman van het kinderboek "Het wonder van Frieswijck' vindt dat de anti-racistische critici “er niets van begrepen hebben” (NRC Handelsblad, 18 oktober).

Dat is een begrijpelijke, doch verkeerde reactie van iemand die aangevallen wordt. Ik laat even in het midden of Beckman werkelijk verdachte bedoelingen heeft gehad - ik gun haar het voordeel van de twijfel - en of het boekje werkelijk corrumperende invloeden heeft op de jeugd. Beckman begrijpt blijkbaar niet dat de gekleurde gemeenschap buitengewoon gevoelig is voor welke vorm van neerbuigendheid (of erger) ook, tegenover deze gemeenschap. Het is dit gemis aan oog voor deze gevoeligheid dat ik Bekcman verwijt (iets dat niet kan worden afgedaan met “cliché-matige verontwaardiging”: Marc Chavannes, 9 oktober).

Enige tijd geleden kwam Fassbinders toneelstuk "Het vuil, de stad en de dood' in opspraak wegens een al dan niet op waarheid berustend Duits volksbeeld van "de jood'. We konden op de televisie een woedende rabbijn Soetendorp waarnemen die eiste dat het toneelstuk zou worden verboden (censuur!). Er is toen in grote mate aan de joodse bezwaren tegemoetgekomen. Waarom kan, indien er veel rekening wordt gehouden met de joodse gevoeligheden, dit ook niet gelden voor de allochtone bevolking? Bekcman zou er beter aan doen rekening te houden met deze gevoeligheden, dan deze - heel gemakkelijk en neerbuigend - af te schilderen als onbegrip.

    • Brian Tjoe-Nij