Iedereen de kluts kwijt

Nederland is niet het enige land in Europa dat de kluts kwijt is. Jarenlang heeft het de schijn kunnen ophouden - een schijn waarin het zelf geloofde - dat een supranationaal Europa, waarnaar het streefde, heel wel zijn veiligheidsbeleid buiten de supranationaliteit zou kunnen houden.

Welnu, onlangs heeft het onderuit de zak gekregen van zowel de supranationalisten (die overigens minder supranationaal-gezind bleken dan het had aangenomen) als van degenen die niets van supranationaliteit moeten hebben. Het gevolg was dat het tussen alle stoelen kwam te vallen en nu zijn politiek opnieuw zal moeten overdenken.

Maar, zoals gezegd, Nederland is niet de enige in die positie. Frankrijk, welks naoorlogse beleid gebaseerd was op de vooronderstelling dat de economische reus Duitsland Frankrijks politieke leiding zou blijven aanvaarden, ziet, na het herstel van de Duitse eenheid en het wegvallen van het tegenwicht ten oosten van Duitsland, de premissies van zijn politiek ondergraven. Het is, evenzeer als Nederland, de kluts kwijt, al weet het dit beter te verbergen.

En Duitsland? Ook dat heeft zijn plaats in het Europa van na de Koude Oorlog nog niet bepaald. Er wordt van alle kanten een beroep op zijn - meestal economische - steun gedaan, maar het wordt geremd door de vrees opnieuw uitgemaakt te zullen worden voor de bullebak van Europa. Het houdt liever iedereen te vriend (behalve dan, zoals uit Genschers optreden in Haarzuilens bleek, quantités négligeables als Nederland).

Meer in het bijzonder huivert het een keus te doen tussen zijn twee naoorlogse steunpunten: Frankrijk en de Verenigde Staten. Vandaar dat het, ook na het einde van de Koude Oorlog, nu eens met deze, dan weer met gene gemeenschappelijke verklaringen aflegt die elkaar op z'n minst lijken tegen te spreken en aldus Duitsland de geur van onbetrouwbaarheid geven.

Ook deze maand gaf, wat dit betreft, grond voor twijfel. Op 2 oktober deden Genscher en zijn Amerikaanse collega een voorstel voor een "Noordatlantische raad van samenwerking', die ook de Oosteuropese landen, zelfs de Sovjet-Unie, zou bevatten en de Amerikaanse droit de regard in Europese veiligheidszaken zou versterken. Negen dagen later spreekt Genscher zich, met zijn Franse en Spaanse collega's, uit voor een veiligheidsbeleid zonder de Verenigde Staten. Hoe rijmt hij het één met het ander?

Dat is een vraag die ook menige Duitser zich zal stellen. The Economist van deze week citeert een Duitse ambtenaar aldus: “We kunnen niet van twee wallen blijven eten, want op den duur komt onze wens voor een Europese veiligheidsidentiteit in conflict met ons geloof in een sterke Atlantische alliantie”. Bovendien: “Als wij de Franse lijn volgen, maken we het moeilijker voor nieuwe leden om tot de Europese Gemeenschap toe te treden, en we willen nieuwe leden”.

In wezen is het Duitse dilemma hetzelfde als dat van Nederland, dat ook de Atlantische geit en de Europese kool wil sparen. Het verschil is er alleen één van omvang: een Nederlands dilemma treft alleen Nederland; een Duits dilemma treft - als gevolg van 's lands macht, ligging en verleden - iedereen.

De innerlijke tegenspraak in de Duitse politiek betreft overigens niet alleen de veiligheid, maar ook de democratisering van het Europese besluitvormingsproces. Vorige week maandag zei minister Stavenhagen, bij bondskanselier Kohl verantwoordelijk voor Europese zaken, in het programma Newsnight van de BBC dat de Nederlandse voorstellen op het laatste gebied nog niet ver genoeg gingen naar Duitse smaak, en die voorstellen had de Duitse minister Genscher een week eerder juist om zeep helpen brengen... Is er sprake van onenigheid binnen de Duitse regering?

In normale omstandigheden zou minister Van den Broek zijn Duitse collega eens om uitleg vragen over de (schijnbare?) tegenstrijdigheden in de Duitse politiek, zoals hij precies twee jaar geleden deed, toen Genscher ook, kort achtereen, uitspraken deed die niet helemaal met elkaar leken te kloppen. Helaas zijn de heren nu nauwelijks meer on speaking terms.

Misschien valt deze tegenstelling, die geen wezenlijke is (want de Duitse en Nederlandse posities ontlopen elkaar, zoals gezegd, niet veel), nog wel, volgens het recept van de staatsman Elco Brinkman, uit te praten onder een goed glas. Het rechttrekken of verzoenen van andere tegenstellingen over de toekomst van Europa - tegenstellingen die openbaar worden, nu de discipline van de Koude Oorlog is verdwenen - vergt wel iets meer.