Hoogleraar: opsporingsdienst wordt bedreiging voor de burger

AMSTERDAM, 15 OKT. “Verhalen van de politie dat boeven tegenwoordig schatrijk zijn en dat zij als organisatie niks kan of mag, zijn bedrieglijk. De samenleving wordt niet alleen door zogenoemde "criminele bolwerken' bedreigd maar ook door de reacties daarop van politie en justitie.”

Dat zegt mr. M. Wladimiroff, hoogleraar strafrecht in Utrecht en voorzitter van de adviescommissie strafrecht van de Nederlandse orde van advocaten in reactie op een zaak die vorige week in Den Haag diende. Twee jaar lang volgden tientallen politiemensen en ambtenaren van de fiscale opsporings en inlichtingendienst een "criminele organisatie' die zich bezighield met handel in hasj.

De "leider' hoorde vorige week twaalf jaar tegen zich eisen en kreeg een voorlopige belastingaanslag van meer dan dertig miljoen gulden. De officier van justitie sprak daarbij van "een strak georganiseerd misdaadsyndicaat' en zei zich grote zorgen te maken over aard en omvang van de georganiseerde misdaad in Nederland. Volgens Wladimiroff dienen verhalen over "criminele bolwerken' echter vooral als alibi om politie en justitie meer opsporingsbevoegdheden te geven.

Dat het in de onderwereld om grote bedragen gaat verbaast hem niet. “De samenleving wordt gecompliceerder en grootschaliger en dus de criminaliteit ook. Wanneer het internationale verkeer in het legale bedrijfsleven toeneemt, zal dat ook in het illegale zakenleven gebeuren. Wat met graan gebeurt, gebeurt ook met opiaten.”

Dat justitie en politie de noodklok luiden komt volgens Wladimiroff omdat de overheid nagelaten heeft op die ontwikkelingen in te spelen: “Het ambtenarenapparaat is achtergebleven bij het bedrijfsleven. Het justitiële bedrijf is onvoldoende geautomatiseerd en weinig efficiënt. De rechter schrijft nog steeds met een ganzeveer”.

Verder wijst Wladimiroff op de zijns inziens bedenkelijke ontwikkeling dat opsporing door de "gewone' politie steeds vaker in handen komt van bijzondere opsporingsdiensten. “Je ziet dat andere overheidsdiensten gebruikt worden om strafrechtelijke problemen op te lossen en daarvoor ook allerlei bevoegdheden krijgen. De Economische Controle Dienst, de Algemene Inspectie Dienst, de FIOD: elk departement heeft zijn eigen bijzondere opsporingsdienst. De activiteiten van deze diensten zijn er mede op gericht zoveel mogelijk geld voor het eigen departement binnen te slepen, maar de activiteiten van deze diensten zijn justitieel gesproken niet waardenvrij. Daardoor kunnen gigantische discrepanties ontstaan tussen wat justitie juist zou vinden en wat het eigen departement goedkeurt.”

Zo is er het geval van de Turk die aan de grens wordt aangehouden met een koffer vol geld. De politieman vermoedt dat het om drugsgelden gaat en belt de fiscale opsporingsdienst. Telefonisch wordt de politieman voorgerekend voor hoeveel hij de man moet aanslaan om de inhoud van het koffertje in beslag te kunnen nemen onder het mom van "achterstallige belasting'. Volgens Wladimiroff komt het vaker voor dat politie en belastingdienst bedragen opblazen om de aangetroffen goederen in beslag te kunnen nemen en te behouden. Dat moet ons tot nadenken stemmen, meent hij.

Wladimiroff constateert dat binnen justitie het recht steeds meer gezien wordt als middel om een bepaalde ordening in de samenleving te handhaven en minder als middel om de burger tegen de overheid te beschermen. In dat proces worden waarborgen om het individu te beschermen geëlimineerd. In de woorden van Wladimiroff zijn we bezig "een beer te ontketenen'.

De overheid mag van alles controleren zonder dat iemand verdacht is. Die bevoegdheden staan in de wet. Daarnaast zijn er opsporingsbevoegheden voor het geval iemand van strafbare handelingen wordt verdacht. De laatste jaren is, volgens Wladimiroff, ook nog een tussengebied ontstaan dat niet in de wet geregeld is. In dit uitdijende schemergebied ontwikkelen zich volgens hem allerlei "pseudobevoegdheden'. In dat gebied verschijnt de infiltrant, de informant en de anonieme getuige. Maar ook met wel wettelijke bevoegdheden, zoals het afluisteren van telefoongesprekken ontstaat een schemergebied.

De bedoeling was oorspronkelijk dat van een tap een proces verbaal werd gemaakt. Aan de hand van de - in hun geheel - weergegeven afgeluisterde gesprekken kan de rechter oordelen. In de praktijk zijn lang niet altijd alle taps integraal in het dossier terug te vinden. Het gevaar bestaat dan dat de verdachte niet in staat is om zich te beroepen op eventueel ontlastende gesprekken, want de politie heeft immers al een voorselectie gemaakt.

Er zijn meer handelingen die niet meer door de rechter beheerst worden. Omdat iemand niet te betrappen viel werd een undercover ingezet. Dat beviel en opeens worden overal undercovers ingezet, aldus Wladimiroff. In één extreem geval van bedreiging werd toegestaan dat iemand anoniem getuigde. Vervolgens verschijnen opeens allerlei anonieme getuigen op zittingen waar het maar de vraag is of iemand werkelijk is bedreigd. Hij wil voorkomen dat opsporingsdiensten niet meer naar de officier gaan om toestemming te vragen en evenmin door de rechter gecorrigeerd worden als er iets fout is gegaan.

“Die vrijheid van handelen kun je alleen aanvaarden als je een "wij- zij'-denker bent. Als je een wereldbeschouwing hebt waarin "wij' nooit iets verkeerds doen en straf altijd voor andere mensen is”, aldus Wladimiroff. “De samenleving zijn wij allemaal.”

    • Hans Moll