Groei Italiaanse economie hapert

Het gaat matig met de Italiaanse economie. De problemen in de publieke financiën blijven een belemmering voor de industriële produktie, zonder veel uitzicht op een structurele oplossing. Voor volgend jaar wordt een groeistijging voorspeld, maar verwacht wordt dat Italië daar minder van profiteert dan andere landen omdat het enorme begrotingstekort een blok aan het been blijft.

Vorige week heeft de Banca d'Italia zich in de discussie over de begroting gemengd door erop te wijzen dat de concurrentiepositie van het Italiaanse bedrijfsleven de afgelopen jaren sterk achteruit is gegaan en dat een sanering van de overheidsfinanciën nodig is om te voorkomen dat de schade nog groter wordt.

De huidige begroting, met een ingreep van ruim negentig miljard gulden om uit te komen op een tekort van bijna 200 miljard gulden (ruim 10% van het bnp), is volgens de bank onvoldoende. Het belangrijkste bezwaar is dat de extra inkomsten niet structureel zijn: het gaat om eenmalige inkomsten uit een belastingamnestie en privatisering.

Het parlement is deze week begonnen aan de begrotingsbehandeling, en het is onduidelijk wat er overblijft van de regeringsvoorstellen. De vakbonden hebben bijvoorbeeld fel geprotesteerd tegen een van de weinige structurelere maatregelen, een loonstop voor ambtenaren. Zij hebben voor volgende week dinsdag een algemene staking van vier uur uitgeschreven.

In het roerige politieke klimaat roepen politici van verschillende partijen bovendien dat er vervroegde verkiezingen moeten komen als de belangrijkste elementen uit de begroting niet worden aangenomen door het parlement.

De onzekere situatie heeft veel ondernemers ertoe gebracht om investeringsbeslissingen uit te stellen tot er meer duidelijkheid is over de begroting. Ook de onzekerheid over de uitkomst van de onderhandelingen over beheersing van de arbeidskosten is een factor hierbij. Het uitstel van de investeringen wordt verder gevoed door de lichte daling in de orders uit binnen- en buitenland.

Het bruto nationaal produkt is in het tweede kwartaal met 0,3 procent gestegen. Vergeleken met dezelfde periode in 1990 bedroeg de stijging 1,4 procent. De werkgeversorganisatie Confindustria verwacht wordt dit jaar een tegenvallende groei van ongeveer één procent.

De groei die er is, zit vooral in de dienstensector. De industriële produktie lijkt, ondanks de schommelingen per maand (in juli een daling van 2 procent), op de nulgroei te zitten. De bezettingsgraad van het machinepark is in het tweede semester met 4,2 procent gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 1990. De toegevoegde waarde in de industrie is in het eerste semester met 1,1 procent gedaald, terwijl die in de dienstensector met 2,2 procent is gestegen.

Ondanks een zekere stagnatie in de produktie is het aantal arbeidsplaatsen in de twaalf maanden tot augustus met 165.000 gestegen; hiervan waren er 35.000 in de industrie. Maar een teken aan de wand is volgens veel analisten dat er in het noorden, het industriële hart van Italië, 15.000 arbeidsplaatsen zijn verdwenen.

Het officiële werkloosheidspercentage blijft schommelen rond de tien procent. De mogelijkheid bestaat dat het de komende maanden iets gaat stijgen: een aantal grote bedrijven wil mensen gaan ontslaan om de teruglopende winstmarges tot een herstructurering dwingen.

De achteruitgang in de concurrentiepositie wordt ook zichtbaar in de verslechtering van de handelsbalans. In de eerste zeven maanden van dit jaar is de import met 4,3 procent gestegen. Die groei wordt slechts gedeeltelijk gecompenseerd, want de export ging met 3,4 procent omhoog.

Het tekort op de handelsbalans is hierdoor over deze zeven maanden gestegen naar 11,1 biljoen lire, bijna 17 miljard gulden. Deze achteruitgang geldt voor alle grote sectoren, met uitzondering van de metaal.

De verslechtering van de handelsbalans geldt ten opzicht van alle grote industrielanden behalve Duitsland, waar de eenwording is gevolgd door een stijging van de importen uit Italië. Volgens de Banca d'Italia moet deze vrijwel algemene verslechtering van de handelsbalans een van de belangrijkste argumenten zijn voor maatregelen om de concurrentiepositie van Italië te verbeteren.

De stijging van de importen wordt ook zichtbaar in de groei van de binnenlandse vraag, die sneller is dan die van het bruto nationaal produkt. Tegenover een bnp-groei van 0,3 procent stond in het tweede kwartaal een groei van de binnenlandse consumptie van 1,3 procent ten opzichte van een jaar daarvoor.

Een hoopgevend bericht voor de Italiaanse ondernemers kwam gisteren uit Bangkok. In de marge van de vergadering van de zeven belangrijkste industrielanden zei de gouverneur van de Italiaanse bank, Carlo Azeglio Ciampi, dat de rente iets omlaag zou kunnen. Hij stelde dat wel uitdrukkelijk afhankelijk van de uitkomst van de begrotingsdebatten in het parlement.

    • Marc Leijendekker