Bangemann: ander mededingingsbeleid

BRUSSEL, 15 OKT. De Europese Commissaris voor industriepolitiek, M. Bangemann, wil dat andere Commissarissen voortaan nauwer betrokken worden bij ingrijpende beslissingen inzake de concurrentiepolitiek van de EG. Hij heeft zijn visie neergelegd in brieven aan de voorzitter van de Europese Commissie, Delors, en aan Sir Leon Brittan, de Commissaris voor mededinging.

Aanleiding is de beslissing van de Europese Commissie, begin deze maand, om de voorgenomen overname door het Franse Aérospace en het Italiaanse Alenia van de Canadese vliegtuigbouwer De Havilland te verbieden. Volgens Bangemann is in die beslissing, die werd genomen met een meerderheid van één in de 17 leden tellende Commissie, te weinig rekening gehouden met de noodzaak dat de Europese luchtvaartindustrie een sterkere positie verwerft op de wereldmarkt.

Sir Leon voerde aan dat de overname van De Havilland tot een onaanvaardbare monopoliepositie van het nieuwe concern op de markt voor turboprop-toestellen zou leiden geleid, waarvan concurrenten als British Aerospace, Fokker en Saab-Scania en potentiële nieuwe vliegtuigbouwers grote schade van zouden ondervinden.

Commissaris Bangemann stelt nu voor dat de onderzoeken naar de toelaatbaarheid van fusies, overnemingen en joint ventures niet meer uitsluitend door het departement van Sir Leon worden uitgevoerd, maar dat andere Commissarissen daarbij ook worden betrokken. In het geval van De Havilland had bijvoorbeeld ook de Commissaris voor transportzaken een stem in het kapittel moeten hebben evenals Bangemann zelf.

In kringen van Sir Leon meent men dat het voorstel tot een “onwerkbare” situatie zou leiden, de procedure veel langer gaat duren dan de voorgeschreven vijf maanden en dat er veel meer ruimte zou komen voor lobbying. Commissievoorzitter Delors ziet waarschijnlijk weinig heil in Bangemanns voorstel.