Andrej Loekanov, ex-communist en ex-premier van Bulgarije: Ineenstorting is schuld van de oppositie; In 1968 heeft het socialisme fundamentele kansen gemist

SOFIA, 15 OKT. Zijn kamer in het bonkige partijgebouw heeft hij nog steeds: groot, hoog en donker. Twee leren fauteuils staan tegen het bureau geschoven, een lage tafel met drie verlepte dahlia's er tussenin. Andrej Loekanov, ex-premier van Bulgarije en inmiddels ex-lid van het presidium van de ex-communistische Bulgaarse Socialistische Partij.

Samen met de inmiddels uit het politieke leven verdwenen Petar Mladenov en de huidige partijleider Aleksandur Lilov heeft hij in november 1989 de gerontocraat Todor Zjikov met pensioen gestuurd. Loekanov was premier tussen september en november vorig jaar totdat hij aftrad onder druk van stakingen en demonstraties. Zondag is hij weer gekozen tot parlementslid. Zijn toekomstige rol is die van opposant, als vooraanstaand lid van een fractie die omstreeks 15 procent van de stemmen heeft verloren bij de zondag gehouden verkiezingen.

Hoe verklaart u dit verlies?

“Het is geen echt verlies. Het verschil met de winnaars zal gering zijn. Het is eerder opmerkelijk dat we meer dan een derde van de kiezers achter ons hebben. Geen ex-communistische partij in Oost-Europa kan ons dat nazeggen.”

Maar vergeleken met vorig jaar heeft uw partij fors verloren.

“Daar zijn twee verklaringen voor. De eerste is de economische ineenstorting van dit land. Wij krijgen daar de schuld van hoewel de zogenaamde oppositie sinds mijn vertrek als premier verantwoordelijk is geweest voor de economische politiek. De tweede verklaring is de algehele normvervaging in Bulgarije: wetten worden niet meer nageleefd, criminaliteit rijst de pan uit. In de politiek vertaalt zich dat in de oprichting van allerlei obscure partijtjes die het elektroraat verbrokkelen.”

De economische ineenstorting van Bulgarije is de schuld van de oppositie?

“Zeer zeker. Door hun prijsliberalisering en hun monetaire politiek is de produktie in dit land met 30 procent gedaald, de levensstandaard met 65% gekelderd en het werkloosheidsscijfer is vertienvoudigd.”

Liggen de oorzaken hiervan niet dieper, in de afgelopen 45 jaar?

“Dat ook. Ons model heeft gefaald, daar wil ik niet omheen draaien. Maar het land heeft niet gefaald. In 1944 was Bulgarije een van de minst ontwikkelde landen in Europa. Sindsdien is er geweldig veel bereikt: in industrialisering, in onderwijs, gezondheidszorg. Het model heeft ook niet altijd gefaald. In het begin heeft het uitstekend gewerkt om enorme hoeveelheden arbeidspotentieel te mobiliseren. Daarna heeft het gefaald omdat het anti-democratisch was en omdat het anti-markt was. Tsjechoslowakije 1968 is een cruciaal moment geweest. Toen heeft het model fundamentele kansen gemist.”

Het model was 20 jaar succesvol en 20 jaar een mislukking? Verklaart dat waarom de huidige oppositie zo fel tegen uw partij is?

“Gedeeltelijk. In de huidige oppositie zit ook veel wraaklust, oude mannen die oude rekeningen willen verffenen. Twee van mijn familieleden zijn vermoord door kringen waaruit zij voortkomen.”

Zijn die kringen weer tot moord in staat?

“Dat wil ik niet zeggen. Ik zeg alleen dat Bulgarije een lang verleden heeft van confrontatie en burgeroorlog.”En die tijden zijn teruggekeerd?

“De tijden van confrontatie zijn zeer zeker teruggekeerd. De uitslag van de verkiezingen van zondag is verontrustend. We hebben nu twee blokken die ongeveer even groot zijn en geen politiek centrum. Ik zeg niet dat een land met twee politieke hoofdstromen niet democratisch kan zijn. Maar in Bulgarije zal zo'n stelsel niet werken, dat voorspel ik u. Laat me practisch blijven. Mijn partij en de huidige oppositie krijgen straks allebei zo'n veertig procent van de zetels van het parlement. En het enige wat daar tussenin zit is de beweging van de Turkse minderheid. Die beweging is anti-constitutioneel en anti-democratisch. Onze grondwet verbiedt partijen op etnische en religieuze grondslag. En niet voor niets, maar om historische redenen. De nieuwe regering wordt straks de gevangene van een organistie die niet-Bulgaars en niet-democratisch is.”

Hoezo? Deze etnisch-Turkse bevolkingsgroep heeft het Bulgaarse staatsburgerschap en deze burgers hebben vrij op de beweging kunnen stemmen.

“Westeuropeanen nemen altijd hun Westers waarden mee naar Oost-Europa. Het maakt ze beperkt van geest. Wie de situatie hier kent, ziet in dat politiek bedrijven op etnisch-religieuze grondslag een tijdbom is. Ik hoef alleen maar naar Joegoslavië te verwijzen, dat lijkt me duidelijk genoeg.”

Welke strategie kiest uw partij als toekomstige oppositiepartij?

“Wij worden geen mechanische nee-stemmers. Maar er zal veel zijn om nee tegen te zeggen. Als die zogenaamde Unie van Democratische Krachten al een politieke kleur heeft, dan is het een rechtse, neo-conservatieve kleur. Als democraat heb ik daar niets op tegen. Maar rechtse politiek strookt niet met de tradities van dit land. De bevolking zal dat straks merken wanneer onze scholen en ziekenhuizen slechts toegankelijk worden gemaakt voor de kaste van de nieuwe rijken. Ik voorspel dat wij bij volgende verkiezingen onze absolute meerderheid terugwinnen. Dit is geen land zonder verleden, zoals de Verenigde Staten. En dan nog: het meest socialistische land ter wereld is Californië, zeg ik altijd. Bulgarije zal snel genoeg merken wat het is om aan de ongeremde krachten van de markt te worden uitgeleverd.”

In augustus heeft u de partijtop verlaten omdat die onvoldoende krachtig heeft stelling genomen tegen de coup in Moskou. Was er in de partijtop heimelijke steun voor de coup?

“Zeer zeker niet. Onze leider, Lilov, heeft alleen geaarzeld omdat hij eerst meer informatie wilde uit Moskou. Dat is geen schande: Bush en Mitterrand hebben hetzelfde gedaan”.

Toch vond u het nodig om uit de partijleiding te stappen.

“Mijn opvatting was dat de partij elke gelegenheid moet aangrijpen om te tonen dat ze een waarlijk democratische en hervormingsgezinde partij is. Bij zo'n lijn past geen aarzeling.”

Is opstappen niet een wat zwaar middel geweest?

“Ik heb de partij niet verlaten, alleen het presidium. Mijn invloed in deze partij hangt niet alleen af van mijn functie, hoop ik. En als parlementslid zal ik mijn rol blijven spelen. Heus, ik zal iemand zijn die iemand is.”

    • Gijsbert van Es