Nederlandse obligatiemarkt stabiel

UTRECHT, 14 OKT. Bij een duidelijke daling van de koersen van Amerikaanse "treasuries' en een wisselend beeld op de Europese obligatiemarkten liet Amsterdam afgelopen week per saldo weinig veranderende rendementen zien.

De animo van grote beleggers was daarbij minder na de recente forse emissie opbrengst van de laatste staatslening. De markt blijft zich zijwaarts bewegen, en is feitelijk nog steeds in afwachting van een vooral Duitse rentedaling in het licht van de neergaande economische conjunctuur in de meeste industrielanden. Afgelopen week waren er ook bezorgde geluiden van het IMF, dat stelde dat een dreigend tekort aan kapitaal op mondiaal niveau negatieve gevolgen zou hebben voor rente en groei. Minder positief binnenlandse nieuws betrof het voorlopige inflatiecijfer van het CBS, waaruit bleek dat ons land met een inflatie van 4,4 procent over de afgelopen twaalf maanden het op vijf na hoogste inflatie tempo in Europa kent; de afgelopen jaren kende ons land juist de meest lage en stabiele geldontwaarding. Mede als gevolg hiervan is inmiddels het renteverschil met Duitse staatsleningen in het tien jaars segment tot boven de 40 basispunten opgelopen. De gulden handhaafde bij dit alles haar positie in het EMS en tegenover de Duitse mark. Naar aanleiding van de G-7 vergadering waren speculaties over dollar en yen factoren die mede zorgden voor enige verschuivingen in het EMS. De Franse frank staat inmiddels op de laatste plaats; ook het pond sterling stond tijdelijk als zwakste genoteerd, wellicht mede naar aanleiding van de verkiezingsonzekerheid in dat land. De Spaanse peseta blijft bovenaan staan maar is op de terugtocht, waarbij de centrale bank afgelopen week zelfs ingreep om de daling enigszins af te remmen.

Internationale obligatiemarkten

Na de hosanna-stemming op de Amerikaanse obligatiemarkt in de voorgaande weken moesten de koersen de afgelopen week terrein prijsgeven. Directe aanleiding was de woensdag gehouden, teleurstellend verlopen veiling van 7 jaars staatsleningen, voor een totaalbedrag van 9,28 miljard dollar. Vrijdag kon de bekendmaking van de index van producentenprijzen (onveranderd in september) nog voor enige opluchting zorgen waardoor het verlies van de 30jaars treasury beperkt bleef tot 10 basispunten (7,89 procent). Ondanks het feit dat de inflatie aldus onder controle lijkt gaf de Fed gedurende de gehele week signalen dat een monetaire verruiming (nog) niet aan de orde is. Toch kon de korte kant van de Amerikaanse yieldcurve nog bogen op een relatief goede performance, getuige het tot een ongekend hoog niveau van 2 procentpunten opgelopen rendementsecart tussen 30- en 2-jaars leningen. Naast de bovengenoemde veiling was de verkoop van treasuries door buitenlandse (institutionele) beleggers hiervoor verantwoordelijk. Ook de Engelse "gilt' markt had, door het wat onzekere politieke klimaat, te kampen met buitenlandse verkopen. Deze internationale verschuivingen kwamen voornamelijk ten goede aan de Franse obligatiemarkt, die dan ook als enige kon bogen op een significante rentedaling van ongeveer 8 basispunten.

De eurokapitaalmarkt kan terugzien op een tot dusver goed verlopen jaar. Gedurende de eerste drie kwartalen werden voor een equivalent van 175 miljard dollar leningen geëmitteerd, 50 miljard meer dan gedurende de vergelijkbare periode in 1990. Voor deze stijging waren met name de Canadese dollar- en de Ecu-leningen verantwoordelijk. In het Canadese dollarsegment werd, mede dankzij een rente-ecart van zo'n 175 basispunten ten opzichte van Amerikaanse leningen, voor een totaalbedrag van 14 miljard (omgerekend naar Amerikaanse dollars) geëmitteerd; 10 miljard meer dan in de eerste drie kwartalen van 1990. De Ecu-markt steeg met 15 miljard tot 28 miljard dollar, hetgeen voor een groot gedeelte op het conto kon worden geschreven van de gemiddelde emissie-omvang, die met 75 procent toenam.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank Robeco.