"Huiskamerplan' voor verpieterd Mercatorplein

One two three o'clock, four o'clock rock! Op de fiets naar het Mercatorplein in Amsterdam-West daveren de opzwepende klanken van oude rocker Bill Haley door mijn hoofd. Op dat plein, in een gebouw van de grote bouwmeester Berlage, heb ik op een dansschool bij de ondeugende ritmes van Bill, Jerry Lee en Elvis jarenlang flink de petticoats laten wapperen. Veilig in de wetenschap dat Berlage zelf van zijn plein de "feestzaal der stad' had willen maken, met een bioscoop, cafés, een warenhuis en een schouwburg of volksgebouw.

Maar Berlage werd door zijn opdrachtgever teruggefloten en het Mercatorplein, het middelpunt van de stadsuitbreiding 'Plan West' uit de jaren twintig, kreeg een veel soberder aanblik. Nu ik er voor het eerst sinds lange tijd kom, blijkt het plein sleets: “moedeloos, lamlendig en verpieterd”, zoals Max van Rooy, kleinzoon van Berlage, schrijft in het zaterdag verschenen boek Een gat in de ruimte. Tegelijk presenteerde stadsdeelraad De Baarsjes het Plan van aanpak dat het plein weer tot "de huiskamer van het Plan West' moet maken. Vorige week riep het ministerie van VROM het Mercatorplein uit tot "landelijk voorbeeldproject' en reikte aan het stadsdeel daarom de Vinex-prijs uit, waaraan een bedrag van twee ton is verbonden.

Het hot item is de reconstructie van een van de twee torens die oorspronkelijk het ruim 150 meter lange plein begrensden. Er waren tijdgenoten van Berlage die deze als “zinloze hoekoplossingen” en “nutteloze esthetische accenten” verfoeiden. Hoezeer zij zich vergisten, bleek in 1961, toen de toren in het noordoosten wegens instortingsgevaar werd neergehaald. Sindsdien is daar, zoals Van Rooy het zegt, een gat in de ruimte. Dit weekend is de toren provisorisch teruggebouwd, een met groen gaas bespannen staketsel van steigers. Zo transparant is de bakstenen architectuur van Berlage nooit geweest, maar toch wordt de illusie gewekt dat het plein voor het eerst in dertig jaar weer af is.

Wijkwethouder Marie Louise Boel maakte zaterdag bekend dat de twee ton van de Vinex-prijs worden besteed aan een prijsvraag onder vier teams van architecten en stedebouwkundigen. Zij moeten voorstellen doen voor de inrichting van het plein, een betere oplossing voor het verkeer (er razen drie- tot vijfhonderd auto's per uur langs) en een toren. Stedebouwkundige Rein Geurtsen laat desgevraagd weten voorstander van een hedendaagse toren te zijn. “De twee kiosken die vroeger op het plein stonden zou ik graag in hun oorspronkelijke vorm terug zien komen, maar de toren niet. De stad is veranderd sinds de tijd van Berlage, de betekenis van torens ook. Niets zou hem meer hebben verontrust, dan te ontdekken dat zijn werk niet meer tot nieuwe ideeën inspireert.”-

Van de Dam loopt er één lange rechte lijn via het Mercatorplein naar het café aan de kop van Sloterplas. Vooral op luchtfoto's uit die tijd is goed te zien dat bewust is gepoogd er een stadswijk van te maken in plaats van een eindeloze huizenzee. Plan West, of het 6000-Woningen Plan zoals het in 1922 werd genoemd, was niet avantgardistisch, maar wel uniek door zijn omvang en de eenheid van stedebouw en architectuur. “Het is plotseling ontstaan, dit West, het is uit de grond verrezen als een stad op zichzelf,” schreef stedebouwkundige Cor van Eesteren in 1926.

Minstens even belangrijk: dit was het eerste grote project van gesubsidieerde woningbouw door particuliere ontwikkelaars, "eigenbouwers' zoals ze toen heetten. Het was ook de ontwikkelaar, Van der Schaar, die zijn veto uitsprak over Berlages "feestzaal' (Five six seven o'clock, eight o'clock rock!).

Nog altijd is het percentage particulier bezit op en rond het Mercatorplein hoog voor Amsterdamse begrippen. Daardoor neemt de hoeveelheid overleg en noodzakelijke overtuigingskracht exponentieel toe. “In één blok vind je soms elf eigenaren,” zegt Eddy van Vollenhoven, hoofd sector wonen en werken van deelraad De Baarsjes. “Toen wij met de eerste renovaties in de buurt begonnen was 85 procent van de woningen particulier bezit. Dat is nu rond de 65 procent. Vorig jaar heeft de gemeente 1200 woningen in deze wijk aangekocht, bijna een derde van het aantal in de hele stad.” Een belangrijk onderdeel van het plan is het vergroten van het winkelaanbod. Zo is het idee ontstaan het 3500 vierkante meter grote binnenterrein van een van de gesloten bouwblokken aan het plein te overkappen, bijvoorbeeld voor een supermarkt.

De eigenbouwers zorgden wel voor woningen toen de nood hoog was, maar voorzieningen voor het onderhoud op de lange termijn troffen ze niet. Het Mercatorplein en omgeving is er relatief hard op achteruit gegaan. “Vooral de poorten die juist zo karakteristiek zijn voor deze buurt, blijken ernstig verzakt, soms met een halve meter,” aldus Van Vollenhoven. “De plannen zullen veel geld kosten. Dat kan het stadsdeel niet alleen.”

Inmiddels heeft de centrale stad toegezegd de grondkosten voor zijn rekening te nemen bij de herbouw van de nieuwe toren en de bijbehorende poort; ook heeft de deelraad anderhalf miljoen gekregen uit het Stadsvernieuwingsfonds. De eerste fase - renovatie van achthonderd panden, herinrichting van het plein, een "nieuwe' toren - moet in 1996 klaar zijn. Nine ten eleven o'clock, twelve o'clock rock!.

Een gat in de ruimte: Berlage's Mercatorplein en de reconstructie van een toren door Rein Geurtsen en Max van Rooy, uitg. De Balie, ƒ29.50.

    • Tracy Metz