Cubaanse Communisten trots op zichzelf

SANTIAGO DE CUBA, 14 OKT. De Cubaanse regering gaat keihard optreden tegen de diefstal van levensmiddelen en andere goederen en ook tegen corruptie bij de overheid. Kleine criminelen zijn bondgenoten van de contrarevolutie, zo legde Fidel Castro vrijdag uit tijdens de tweede dag van het vierde congres van de Cubaanse Communistische partij. Het strafrecht is aan herziening toe, er moeten veel zwaardere gevangenisstraffen worden opgelegd. “We zijn waarschijnlijk in het verleden te idealistisch en te tolerant geweest”, zei de lider maximo, die nooit te beroerd is om gemaakte fouten toe te geven.

Ook in het afgelopen weekeinde heeft het partijcongres, dat door velen op het eiland en daarbuiten werd gezien als de laatste kans op een fundamentele koerswijziging, zich beperkt tot het aanbrengen van marginale correcties op het tot dusver gevoerde beleid en het uitdelen van gelukwensen aan zichzelf. Een hele dag lang, de zaterdag, lieten de 1800 afgevaardigden zich bijvoorbeeld informeren over de prestaties die de Cubaanse wetenschap de laatste jaren heeft geleverd. Daarbij zijn regelrechte wonderen verricht. Zo maakte een van de vele onderzoekers die het woord mocht voeren de ontdekking bekend van een “bio-actief” middel zonder enige bijwerkingen dat hartkwalen zou voorkomen en genezen. Hij bood de vrucht van zijn inspanningen onder donderend applaus aan Fidel Castro aan, in de hoop dat het wondermedicijn voor de revolutie zou dienen als bron van buitenlandse revenuen.

Het stimuleren van medisch, farmaceutisch en biotechnologisch onderzoek is een van de stokpaarden van Castro. Op zijn instigatie is de laatste jaren een bescheiden “gezondheidstoerisme” op gang gekomen, waarbij vooral Argentijnen en Mexicanen naar Cuba reizen om zich in de staatsklinieken te laten opereren. Cuba, dat met een overschot aan artsen kampt, heeft een volledig bemand ziekenhuis ingericht in Irak en wil hetzelfde doen in Libië, Jemen, de Sovjet-Unie en Zuid-Amerika. Daarnaast tracht het zich te ontwikkelen tot leverancier van vaccins voor de Derde Wereld. Volgens de president moet Cuba een land van wetenschappers worden. Zoals het eerder de opdracht kreeg om zich geheel op het kappen van suikerriet te richten en daarna op de opbouw van de zware industrie. “Wij worden exporteurs van gezondheid, van levensjaren, die nu eenmaal meer waard zijn dan diamanten, goud of olie”, riep Castro, die door de aanwezige geleerden unaniem werd geprezen als de belangrijkste wetenschapsman van heel het land.

Het enthousiasme voor het eigen wetenschappelijk kunnen stelde de afgevaardigden in staat om een marathonsessie lang te vergeten dat het land onder een diepe economische crisis zucht, die door het wegvallen van de steun uit de landen van Midden- en Oost-Europa is veroorzaakt en door de export van geneesmiddelen niet zal worden verholpen. Pas gisteren kwam de toestand van de economie, en met name van de voedseldistributie, in Santiago aan de orde. Ook op dit punt bleek men veel te verwachten van de wetenschap, die moet helpen om de produktie op te voeren, en verder van de inzet van vrijwilligers bij het oogsten. Het opnieuw toestaan van een vrije markt, waarop de boeren een deel van hun produkten zelf mogen verkopen, moet naar de mening van de regering als oplossing worden uitgesloten. “Invoering van een vrije markt zou onder de huidige omstandigheden een teken van desintegratie zijn, een verlies van moraal”, betoogde Fidel. “In tijden van schaarste beperken zelfs kapitalistische landen de handel. In oorlogstijd voeren zij onmiddellijk een streng distributiestelsel in.”

Na gisteren is duidelijk dat de Cubaanse overheid niet over boude plannen beschikt om de met de dag nijpender schaarste aan voedsel, kleding, olie, bouwmaterialen en machineonderdelen het hoofd te bieden. Uit het congres kwamen, zoals te verwachten was, ook geen ideeën voort. De afgevaardigden mochten slechts constructieve opmerkingen maken over de voorstellen van het Centraal Comité en bij gelegenheid liet de televisie zelfs zien hoe zij woedend het invoeren van maatregelen eisten die het partijbestuur zojuist had aanbevolen. Fidel Castro zelf zal vanavond tijdens een massabijeenkomst op het Plein van de Revolutie in Santiago de Cuba vertellen wat de resultaten van deze volksdemocratische bijeenkomst zijn geweest. Daarna keren de partijleden terug naar huis om de broekriem verder aan te halen en nog harder te werken aan de redding van het Cubaanse experiment. Zij hebben geen inspraak gehad in de benoeming van het 225 leden tellende Centraal Comité, waarvan meer dan de helft van het aantal leden “met het oog op de huidige omstandigheden” in de komende weken door Castro persoonlijk zal worden vervangen.

Iets van de frustraties over de huidige gang van zaken kwam misschien toch naar voren in de lange reeks bijdragen aan het "debat' over de hand over hand toenemende criminaliteit, dat vrijdag werd gevoerd. Iedereen kent immers wel verhalen over gestolen fietsen, sieraden die in een donkere straat worden weggerukt, zwarte handel, het bedriegen van toeristen en andere vormen van “gebrekkige sociale discipline”. Het was een lange litanie die de kaderleden samen voordroegen en voor de partijleider moet het een onderstreping zijn geweest van wat hij al wist: de nieuwe mens, waarvan hij en Che Guevara in de jaren zestig hardop droomden, is ook in Cuba niet geboren. Of beter gezegd: geboren is hij wel, want meer dan de helft van de Cubanen is van na de revolutie en heeft dus niet anders gekend dan een maatschappij die materiële prikkels wilde vervangen door solidariteit en idealisme. Maar ook de nieuwe mens blijkt behoefte te hebben aan kauwgum en mooie kleren. En wat hij niet krijgt, neemt hij soms met geweld.

Castro hoorde de klaagzang aanvankelijk met deelneming aan en interrumpeerde met anekdotes en de vaderlijke raadgevingen die hij uit hoofde van zijn functie nu eenmaal aan iedere Cubaan van hoog tot laag meent te moeten geven. Waarom vraagt de chef van de arbeidsbrigade "Martelaren van de Coubre" niet om meer geweren, als hij er nu maar twee heeft om te schieten op mensen die 's nachts groente stelen? De oorlog tegen de contrarevolutie is toch een zaak van heel het volk?

Hij greep echter in, toen enkele sprekers lieten doorschemeren dat de diefstallen niet alleen te wijten zijn aan een gebrek aan politieke scholing bij de delinquenten, maar ook te maken zouden kunen hebben met het voedseltekort. Misdaad is een universeel verschijnsel, dat kapitalistische maatschappijen, hoe welvarend zij ook zijn, nog harder treft dan de landen van het socialisme. Het bewijs? “In Nederland heeft men het allergrootste aantal fietsen per hoofd van de bevolking en toch is de diefstal van fietsen het grootste probleem dat dat land kent.”

    • H.M. van den Brink