Andriessen ziet af van kolencentrale

ROTTERDAM, 14 OKT. Minister dr. J.E. Andriessen (economische zaken) wil afzien van de bouw van een conventionele kolencentrale op de Maasvlakte bij Rotterdam. Zijn voorkeur gaat nu uit naar een decentrale opwekking van elektriciteit en de invoer van elektriciteit uit Noorwegen.

In zijn ogen kan daarmee worden voldaan aan het noodzakelijk geachte vermogen van 600 megawatt. De minister liet dat vanmiddag per brief aan de Tweede Kamer weten. Om zijn alternatief door te voeren heeft de minister instemming nodig van de Samenwerkende Elektriciteitsproducenten (SEP). De SEP had vanmiddag nog geen kennis genomen van de brief.

Minister Andriessen raakte begin dit jaar in de problemen met zijn voornemen een conventionele kolencentrale te bouwen. De voorzitter van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven schorste toen zijn eerder genomen besluit over de bouw van de centrale, omdat Andriessen procedurele omissies zou hebben begaan. Vorige week werd Andriessen door rechter mr. A. Brenninkmeijer, lid van de Centrale Raad van Beroep in Utrecht, beschuldigd van het onvolledig inlichten van de Kamer.

Andriessen sprak in het verleden, net als de SEP, twijfel uit over de vraag of via het decentraal opwekken van elektriciteit (warmte-krachtkoppeling) het gewenste vermogen van 600 megawatt kon worden bereikt. Hij gaat er nu van uit dat dit toch kan, doordat de SEP aan het eind van de jaren negentig extra elektriciteit uit Noorwegen kan invoeren. Zodoende vervalt het belangrijkste argument van de minister voor een conventionele kolencentrale: de noodzaak om van voldoende elektriciteitsvermogen verzekerd te zijn. Om diezelfde reden wijst hij het alternatief van kolenvergassing nog steeds van de hand.

PvdA, CDA en D66 reageerden vanmiddag positief op het voornemen van de minister. Wel stelt het CDA de vraag of het plan van de minister voldoende realiteitsgehalte heeft. Een definitieve goedkeuring kon het CDA daarom nog niet aan het voornemen geven.

    • Tom-Jan Meeus