Twijfel aan verklaring getuige zaak-Bruinsma

AMSTERDAM, 12 OKT. De advocaat van de 35-jarige ex-rechercheur Martin H., die wordt verdacht van de moord op Klaas Bruinsma, beschuldigt de politie ervan in de loop van het onderzoek twee verklaringen van een getuige in omloop te hebben gebracht: eén op naam en één anoniem. De anonieme verklaring is voor de verdachte belastend, de verklaring op naam is dat niet.

“De politie heeft gesjoemeld met processen-verbaal in deze zaak”, zegt Mr. J. Boone, raadsman van de verdachte. Boone vroeg gisteren de Amsterdamse rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren en de voorlopige hechtenis van zijn cliënt onmiddellijk op te heffen.

De 37-jarige Klaas Bruinsma, omschreven als leider van de grootste misdaadorganisatie in Nederland, werd op 27 juni van dit jaar voor het Hilton Hotel in de hoofdstad doodgeschoten, na een woordenwisseling in een groep van vier mannen. Martin H. is volgens de politie een van de vier mannen geweest. De politie baseert zich op een verklaring van de portier van het Hilton. Deze getuige herhaalde gisteren echter voor rechtbankpresidente mr. E.J. van Schaardenburg nooit te hebben geweten wie met Bruinsma het Hilton verliet, noch om hoeveel mensen het ging. De man hield ook vol dat hij niet wist dat hij een andere verklaring had afgelegd. Ook ontkende hij dat hij de politie toestemming had gegeven hem als anonieme getuige op te voeren. Hij legde eerder, op 16 juli, op naam, voor de rechter-commissaris een voor Martin H. niet belastende verklaring af. Desondanks wil de politie het anonieme proces verbaal in de bewijsvoering houden omdat het, volgens het hoofd van de afdeling ernstige delicten W. Woelders, om "een wezenlijke bijdrage' gaat. Wel gaf Woelders toe dat er een "vergissing' was gemaakt door de getuige noch de rechter-commissaris te vertellen dat het om twee tegenstrijdige verklaringen van een en dezelfde persoon ging. Ook was het aan de kroongetuige toegeschreven verhaal niet door de centrale inlichtingendienst nagetrokken, wat in dit soort gevallen - anonieme getuigeverklaringen - standaard is.

Waarom de twee andere mannen die in gezelschap van Bruinsma gesignaleerd waren - J.V. en K.R., bekenden van de politie - nooit als verdachten zijn aangemerkt werd op de zitting niet duidelijk. Nadat ook een tweede getuige zich had gedistantieerd van een proces-verbaal meende Boone dat zijn cliënt diende te worden vrijgelaten. De rechtbank doet op het niet-ontvankelijkheidsverweer op 25 oktober uitspraak. Tot die tijd blijft H. ondanks zijn verzoek om vrijlating vastzitten.