Turkije bombardeert bases Koerden in Irak

ISTANBUL, 12 OKT. Acht Turkse bommenwerpers hebben gisteren aanvallen uitgevoerd op kampen van de PKK, de Arbeiderspartij Koerdistan, elf kilometer binnen de Iraakse grens, als vergelding voor de bestorming van een Turkse gendarmeriekazerne bij Cukurca in de Turkse grensprovincie Hakkari, vijf dagen tevoren. Daarbij kwamen elf Turkse militairen om het leven. De daders ontsnapten naar Irak.

Dit heeft de Turkse premier Mesut Yilmaz gisteren bekendgemaakt. Over de resultaten van de operatie kon hij nog geen informatie geven. Het Franse persbureau AFP meldt echter dat er drie doden zijn gevallen onder Iraaks-Koerdische guerrillastrijders en 35 gewonden in de dorpen Begowa en Banik, ten noordoosten van de stad Zakho. Tenten zouden in brand zijn geraakt. Er zijn ook beschuldigingen dat napalm is gebruikt. Volgens Turkse bronnen is het onmogelijk dat in de aangevallen vallei burgers leefden.

Het Turkse initiatief kwam niet onverwachts. Na de Koerdische aanval op de gendarmeriekazerne - de vijfde van een reeks die in augustus begon - is er zoiets als een perscampagne op gang gekomen waarin “geen woorden maar daden” tegen de Koerdische “terroristen” worden gevraagd. Allerlei afgezwaaide hoge militairen zijn daarbij aan het woord gekomen.

Daarbij wordt voorbijgegaan aan de Iraakse Koerdenleider Masoud Barzani die tijdens een recent bezoek aan Ankara heeft gewaarschuwd tegen nieuwe aanvallen op het grensgebied. Bij de vorige actie, in augustus, was geen enkele PKK'er getroffen, zo zei hij, maar wel tientallen ongewapende burgers.

Maar de Turkse autoriteiten voelen zich vernederd door de ook sindsdien nog steeds toenemende PKK-activiteit.

Pag 4:

Machteloos gevoel bekruipt Turken

Sinds de aanvang van de strijd in 1984 zijn er 434 Turkse militairen gesneuveld, onder wie 38 officieren (drie generaals), 212 leden van het politiekorps en 24 onderwijzers. Ontvoeringen en vrijlatingen van toeristen trokken de laatste tijd veel aandacht, maar als ergste feit geldt de voortdurende krijgsgevangenschap van zeven Turkse soldaten, van wie foto's in de pers verschijnen waarop men hen “gezellig” ziet eten aan een tafel met PKK-leider Abdullah Öcalan.

Betuigingen dat men de PKK de baas kan, die jarenlang de Turkse pers beheerste, zijn de laatste weken omgeslagen in uitingen van machteloosheid en zelfs defaitisme. Als zo vaak werd de toon aangegeven door de prominente journalist Ali Birand, die in de krant Milliyet al in september de verzuchting slaakte: “Is dit gebied bezig ons te ontvallen?” Hij baseerde deze eventualiteit niet alleen op de toenemende activiteit van de PKK, maar vooral op de gemoedsgesteldheid van de bevolking.

Andere bladen hebben deze geluiden de afgelopen week overgenomen. De Engelstalige Turkish Daily News kwam donderdag met een hoofdartikel onder de titel: Hebben zij het zuidoosten opgegeven? Daarin wordt vooral aan de kaak gesteld dat geen van de partijleiders in hun campagne voor de verkiezingen van 20 oktober de Koerdische provincies heeft opgenomen. Zelfs premier Yilmaz, leider van de Moederlandpartij, durft zich er niet meer te vertonen.

Wellicht als reactie op deze commentaren heeft president Özal plotseling besloten vandaag en morgen de steden Diyarbakir en Van te bezoeken. Met belangstelling kan worden afgewacht wat hij daar te berde zal brengen. In veler ogen is hij nog steeds de enige, die in de praktijk iets voor de Koerden heeft gedaan, namelijk hun recht heeft gegeven vrij hun taal te spreken, iets waarvan zij in deze verkiezingsstrijd dankbaar gebruik maken.

De malaisestemming wordt nog versterkt doordat ook de stadsterreur weer lijkt toe te nemen. In Istanbul werden eergisteren bij twee verschillende aanslagen vier politieagenten en een nachtwaker gedood. De Moederland Partij was tevoren gekomen met verkiezingsaffiches waarop men afschrikwekkende beelden zag van de terreur uit de jaren zeventig onder “oude politici” als Demirel die zich nu weer aandienen. Inmiddels heeft men deze affiches uit de roulatie genomen.

    • Frans van Hasselt