Parijs, Bonn, Madrid: meerderheidsbesluit in veiligheidspolitiek

PARIJS, 12 OKT. Frankrijk, Duitsland en Spanje hebben zich uitgesproken voor een Europese Politieke Unie die met gekwalificeerde meerderheid zou moeten besluiten over een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid en een gemeenschappelijke defensie. De Westeuropese Unie ( WEU) zou de besluiten van de EPU moeten uitvoeren.

De ministers van buitenlandse zaken van de drie landen, respectievelijk Roland Dumas, Hans-Dietrich Genscher en Francisco Fernandez Ordonez, verklaarden dit in een gemeenschappelijk communiqué dat werd uitgegeven na een lunch op het Franse ministerie van buitenlandse zaken. De ministers zagen af van een persconferentie.

Het is de eerste keer dat Parijs en Bonn, gesteund door Spanje, zich uitspreken voor beslissingen met gekwalificeerde meerderheid over het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Politieke Unie. In de regel heeft in de EG besluitvorming met gekwalificeerde meerderheden alleen plaats in de Raad van ministers (van buitenlandse zaken) en niet in de Europese Raad van staats- en regeringsleiders die volgens Parijs en Bonn de "grote orientaties' voor het buitenlands beleid zou moeten vaststellen.

Dumas, Genscher en Fernandez Ordonez zeggen in hun verklaring dat een gemeenschappelijk buitenlands beleid en veiligheidspolitiek een “noodzakelijk onderdeel” van de EPU vormen, “met op termijn een gemeenschappelijke defensie”. Dit is geheel in lijn met het vorig jaar april gelanceerde voorstel van president Mitterrand en bondskanselier Kohl voor een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Gemeenschap. Evenmin nieuw is de Frans-Duitse opvatting dat de WEU het EPU-beleid zou moeten uitvoeren. Bij de WEU zijn negen EG-landen, onder wie de vier grote (Frankrijk, Duitsland, Engeland, Italie) alsmede Spanje aangesloten. De overige WEU-leden zijn de Beneluxlanden en Portugal.

Duitse diplomaten zeiden gisteren in Parijs dat Nederland dat als voorzitter van het EG-overleg optreedt, direct zou worden geïnformeerd over het overleg dat door minister Hans van den Broek (buitenlandse zaken) eerder deze week werd gekritiseerd als een “poging het EG-voorzitterschap over te nemen”. Ook Belgie en Denemarken hebben kritiek geoefend op het Frans-Duitse overleg waarvoor aanvankelijk ook andere EG-landen werden uitgenodigd. Alleen Spanje, dat de Franse opvattingen over een zelfstandige Europese defensie volledig steunt, was in Parijs vertegenwoordigd.

Het Frans-Duitse voorstel inzake de toekomstige rol van de WEU staat haaks op de Brits-Nederlandse opvatting dat de WEU een brugfunctie tussen de EPU en de NAVO moet vervullen. In het Parijse communiqué wordt coördinatie met de NAVO niet genoemd. De Britse en Italiaanse regering hebben zich daarvoor onlangs uitgesproken in een memorandum dat is ingebracht in de intergouvernementele conferentie van de twaalf EG-landen over de Europese Politieke Unie. Begin december heeft in Maastricht een Europese Raad van staats- en regeringsleiders van de EG-landen plaats waarop besloten zal worden hoe de EPU alsmede de Europese Monetaire Unie (EMU) gestalte zal worden gegeven.

    • Jan Gerritsen