Ook zonder consensus nu controle mogelijk op mensenrechten

Op de vorige week in Moskou afgesloten CVSE-conferentie over de rechten van de mens is in enkele opzichten een opmerkelijke vooruitgang geboekt. De belangrijkste verworvenheid is de afspraak dat in gevallen van bijzonder ernstige schendingen van mensenrechten er niet langer consensus tussen alle achtendertig deelnemende staten (alle Europese staten, Canada en de VS) nodig is om in actie te kunnen komen. Zelfs tegen de wil van staten kunnen er nu rapportage-missies worden gestuurd om ter plaatse poolshoogte te nemen.

Bovendien vormen gedetailleerde bepalingen die de staten beperkingen opleggen bij het uitroepen van de noodtoestand, een waardevolle aanvulling op de Bill of Rights van de CVSE.

De conferentie heeft aangetoond dat er langzamerhand een grens is bereikt bij de normstelling op het gebied van de mensenrechten. Nagenoeg alle belangrijke mensenrechtenkwesties die Oost en West jarenlang verdeeld hebben gehouden, zijn in de afgelopen anderhalf jaar opgelost. Dat heeft geresulteerd in een uitgebreide "catalogus' van mensenrechten die ten dele zeer gedetailleerd is. Dat heeft ertoe geleid dat er vorige week in Moskou "bij gebrek aan beter' uitgebreid gesproken is over een "restcategorie' van mensenrechten waarbij gaat het om relatief minder belangrijke thema's als de gelijkheid van mannen en vrouwen, de vrijheid van artistieke expressie en de rechten van gehandicapten.

"Relatief minder belangrijk' in vergelijking met kwesties als bijvoorbeeld de bescherming van minderheden. Vooral over de positie van de vrouw zijn in het in Moskou aanvaarde document vele regels volgeschreven. Dat de hieraan bestede aandacht door een aantal deelnemers als vrij overtrokken werd beoordeeld kwam op humoristische wijze naar voren door een "privé-actie' van een aantal vrouwelijke leden van de Amerikaanse delegatie. Dezen beantwoordden de door Canada ingediende voorstellen over de positie van de vrouw met een gefingeerd conferentievoorstel, waarin één grote parodie op de Canadese voorstellen was neergelegd. Een "diplomatiek grapje'...

Mede door bepalingen als die over de gelijkheid van man en vrouw, maakt het Slotdocument van Moskou toch niet bepaald een goed uitgebalanceerde indruk en is daarop nogal wat kritiek mogelijk. Zeker als we kijken naar de beschamende bepaling over de bescherming van minderheden in Europa. Die valt slechts op door haar geringe omvang en vooral door haar nietszeggendheid. Westerse delegaties uit Frankrijk en Griekenland hebben op dit uiterst belangrijke gebied elke vooruitgang effectief weten te blokkeren en gaven daarmee een duidelijke weerspiegeling van het ontbreken van de politieke wil bij de betrokken staten om tot een oplossing van dit "kruitvat' te komen. Zo beweren de Fransen nog steeds geen minderheden te hebben. Zelfs de explosie van Corsicaanse bommen in Parijs vermag hen niet tot andere gedachten brengen.

Belangrijke vooruitgang is wel geboekt bij de procedures voor het toezicht op de naleving van de mensenrechten. Tijdens de laatste "grote' vervolgbijeenkomst in Wenen (1986-1989) was reeds een zogenoemd toezichtsmechanisme overeengekomen. Dit mechanisme gaf alle CVSE-staten het recht zich vèrgaand in te laten met (vermeende) schendingen van mensenrechten in andere CVSE-landen. Een van de grote tekortkomingen vormde echter het ontbreken van een onafhankelijk element: in het mechanisme was immers geen enkele rol weggelegd voor onafhankelijke deskundigen. Bovendien was het voor de CVSE zo kenmerkende en verlammende beginsel van de consensus volledig van toepassing, waardoor uitspraken in het kader van de CVSE tegen de wil van de betrokken staat ondenkbaar waren.

Tegen deze achtergrond zijn de in Moskou gemaakte vorderingen van groot belang. Na moeizame onderhandelingen werd men het eens over de instelling van missies van deskundigen en rapporteurs die zich onder bepaalde omstandigheden in CVSE-staten op de hoogte moeten gaan stellen van mensenrechtenschendingen en daar eventueel ook oplossingen voor kunnen aandragen.

Het spectaculairste onderdeel van "Moskou' is het mechanisme voor "bijzonder ernstige' mensenrechtenschendingen, omdat hier het vrijwel onaantastbare consensusbeginsel is verlaten: iedere CVSE-staat kan nu in deze gevallen ook tegen de wil van de betrokken staat een onderzoekscommissie naar een andere CVSE-staat sturen. De steun van negen andere CVSE-staten is daarvoor voldoende.

Dit is een belangwekkende doorbraak, waarbij het feit dat de Britten zich tot het allerlaatste moment tegen dit onderdeel hebben verzet, een pikant detail vormt. Kennelijk bestaat er Britse vrees voor te veel buitenlandse "pottekijkers' in Noord-Ierland. Toch zitten er enige merkwaardige kanten aan dit mechanisme. Het kan namelijk in werking worden gesteld zonder dat de "aangeklaagde' staat eerst de kans krijgt om zijn visie op de zaak te geven (hoor-en-wederhoor) of zelf orde op zaken te stellen.

In de internationale betrekkingen is dit een hoogst ongebruikelijke zaak. Een Nederlands compromis-voorstel, dat erop gericht was om de Britten over de streep te trekken en dat het crisismechanisme wilde uitbreiden met een eraan voorafgaande uitwisseling van informatie, was dan ook alleszins verdedigbaar. Het zou de beschuldigde staat immers, althans gedurende enkele dagen, de gelegenheid hebben geboden zelf eventuele misstanden te herstellen. Onder de druk van een overweldigende meerderheid - gefrustreerd als zij was over de machteloosheid om iets te doen aan het bloedbad in Joegoslavië - moest de Nederlandse delegatie dit informele voorstel echter weer laten varen. Het resultaat is een crisismechanisme, dat in beginsel vatbaar is voor misbruik: het kan immers gemakkelijk gebruikt worden als een stok om de hond te slaan.

Alleen de procedure voor de samenstelling van een missie, die een aantal dagen in beslag kan nemen, vormt nu een periode, waarbinnen de betrokken staten nader tot elkaar kunnen proberen te komen.

    • A. Bloed