Feyenoord

Feyenoord heeft gisteren in een kort geding voor de president van de rechtbank van Den Bosch, mr. E. André de la Porte, ontbinding geëist van de overeenkomsten met zijn financier HCS.

Namens Feyenoord voerde mr. J. Mentinck aan dat HCS sinds 30 augustus geen geld meer heeft betaald aan de club en dat Feyenoord wil onderhandelen met nieuwe sponsors. HCS wil zich volgens zijn advocaat mr. M.W. Josephus Jitta wel terugtrekken als sponsor maar niet zonder zijn belangen veilig te stellen. Dat wil zeggen dat HCS het recht opeist met Feyenoord en de toekomstige sponsor het beleid te bepalen. Het voornaamste bezwaar van Feyenoord richt zich op de feitelijke zeggenschap die HCS wil uitoefenen over de aankoop en verkoop van spelers. De financiële waarde van de spelers vormt het onderpand voor HCS bij zijn ondersteuning.

Mr. Mentinck stelde dat het voor Feyenoord onmogelijk is nieuwe sponsors te vinden terwijl de terugtredende geldschieter zich nog uitdrukkelijk met het beleid van de club bemoeid. Bovendien, aldus Mentinck, zijn de belangen van HCS voldoende gewaarborgd door de aanwezigheid van HCS-topman J.A.M. van der Weijden in het Feyenoord-bestuur. Feyenoord kampt al een aantal jaren met ernstige liquiditeitsproblemen. In 1986 ging de club een overeenkomst aan met HCS dat jaarlijks tweeënhalf miljoen gulden betaalt voor reclame en shirtsponsoring. Daarnaast staat het ook garant voor het exploitatieverlies van Feyenoord en heeft het zich verplicht om het bestaande tekort aan te zuiveren tot 1994. De schuld van Feyenoord aan HCS zou inmiddels zijn opgelopen tot bijna veertien miljoen gulden. De club moet onmiddellijk 300.000 gulden aan achterstallige loonbelasting betalen. Daarnaast heeft zij een schuld van 1,6 miljoen gulden bij het Contractspelers Fonds KNVB. De uitspraak van het kort geding is op 25 oktober.