DE DODELIJKE PASSIE VAN DR GERALD BULL

Arms and the Man: Dr Gerald Bull, Iraq and the Supergun door William Lowther 314 blz., geïll., MacMillan 1991, f 65,50 ISBN 0 333 56069 8

Irak heeft deze week een einde gemaakt aan zijn superkanon-programma, en het zal niet gauw heimelijk hervat worden. De geestelijk vader van het superkanon, de briljante wapenontwerper dr Gerald Bull, was immers al eerder aan zijn eind gekomen, waarna de werkzaamheden aan "project Babylon' waren gestaakt. Het al afgebouwde prototype Baby Babylon, met een loop van 46 meter en een kaliber van 350 mm, was volgens de inspecteurs van de Verenigde Naties die in Irak rondspeuren naar massa-vernietigingswapens al geruime tijd niet meer gebruikt voor zijn ballistische proeven. En de onderdelen voor een tweede, groter superkanon waren nog niet eens uit de verpakking gehaald. Onder het toeziend oog van de VN-inspecteurs is het nu allemaal met snijbranders onklaar gemaakt. Misschien maar goed dat Bull het niet heeft meegemaakt.

Het superkanon was de passie van Bull, die zich aan de duivel verkocht om zijn droom te verwezenlijken. Voor de Iraakse president Saddam Hussein was het superkanon het lokaas om Bull aan zich te binden en zijn deskundigheid ten goede te laten komen aan andere, belangrijker en gevaarlijker onderdelen van zijn fanatieke bewapeningsprogramma. Saddam en het gedreven genie Bull vormden een dodelijk duo.

WAARSCHUWINGEN

Bull had altijd veel geld bij zich, op 22 maart 1990 liefst 20.000 dollar, wat zelfs voor zijn doen een groot bedrag was. Het was een koude en natte dag geweest, en het was al donker toen zijn assistente hem afzette bij het luxe flatgebouw in Ukkel bij Brussel waar hij een appartement had. Boven, op de zesde etage, stonden zijn moordenaars te wachten.

De Belgische politie had later niet veel moeite om uit te maken dat dit een politieke moord was. De onaangeroerde 20.000 dollar en de executiemethode - vijf kogels die van een meter afstand waren afgevuurd op zijn achterhoofd en zijn nek - spraken wat dat betreft duidelijke taal. Het was een moord met een boodschap, een waarschuwing aan toekomstige Bulls. De daders zijn natuurlijk nooit gevonden; het waren vaklieden. Dat neemt niet weg dat er een redelijk vermoeden bestaat wie de opdrachtgever was - de Israelische inlichtingendienst Mossad. Bull had in het voorafgaande jaar een serie subtiele maar duidelijke waarschuwingen gehad - veel te subtiel, dachten vrienden en medewerkers in de wapenindustrie voor de inlichtingendiensten van Syrië of Iran, de andere grote vijanden van Irak. Een videoband was tijdens zijn afwezigheid uit zijn videoapparaat gehaald en netjes opgeruimd, en zijn werkster, zijn secretaresse en zijn vriendin, die allemaal sleutels hadden, wisten van niets. De onbekenden zetten nieuwe glazen in de kast, ze verschoven zijn meubels, ze lieten één lange, zwarte haar op een wit kussen achter.

Bull zelf was ervan overtuigd dat het de Israeliërs waren die achter hem aanzaten. In elk geval niet de Britten, die konden in een handomdraai een eind maken aan zijn bijdrage aan het Iraakse bewapeningsprogramma door actie te ondernemen tegen de vele Britse toeleveranciers (wat ze pas na zijn dood deden). Tegenover een goede vriend liet hij doorschemeren zich te willen losmaken uit de Iraakse greep. Maar hij wist niet waar hij dan zijn geld vandaan moest halen, en in plaats daarvan liet hij zich juist verder verstrikken in de Iraakse bewapeningsrace. Maar zouden de Irakezen hem hebben laten gaan?

ZUINIGE TANTE

Zijn gewelddadige dood was eigenlijk onontkoombaar: Bull werkte onvermoeibaar naar zijn eigen ondergang toe. Dat beeld dringt zich op uit de fascinerende biografie door de Canadese journalist William Lowther Arms & The Man: dr. Gerald Bull, Iraq and the supergun. Het is een thriller, extra pikant omdat Het Waar Gebeurd Is. De hoofdrol wordt gespeeld door een miskende visionair, tegengewerkt door de middelmatige bureaucraten die hij om hun middelmatigheid heeft geschoffeerd. Een genie dat zich pas gelukkig voelt als hij werkt aan de verwezenlijking van zijn passie en dan, door geldgebrek gedwongen, wel moét uitkomen bij schimmige en min of meer criminele werkgevers: achtereenvolgens Zuid-Afrika, China en Irak. En dan dat einde, op die donkere, natte dag.

Lowther was al bezig aan zijn biografie toen Bull werd vermoord en hij had de medewerking van zijn familie. Hij vermeldt daarbij speciaal Bulls zoon Michel, een uiterst waardevolle bron omdat deze sinds 1981 nauw met zijn vader samenwerkte. Maar ook sprak hij met collega-geleerden, employés van Bulls bedrijf en zijn persoonlijke assistente in Brussel, Monique Jaminé, de vrouw die hem op 22 maart 1990 bij zijn moordenaars afzette. En met contacten bij geheime diensten.

Gerald Vincent Bull werd in 1928 in Canada geboren als negende kind van een drankzuchtige advocaat. Hij kwam min of meer bij toeval in de wapentechnologie terecht: hij was een zeer snelle leerling en kwam als zestienjarige van school af, twee jaar te jong om de medische opleiding te gaan volgen die hij zich had voorgesteld. De zuinige tante die hem opvoedde vond het geen goed idee dat hij twee jaar zou rondhangen, dus het werd luchtvaartkunde aan de universiteit van Toronto. Het was de tijd van de Koude Oorlog, en hij rolde als vanzelf in de wapentechnologie.

Via de ontwikkeling van raketten kwam hij uit bij het superkanon, de rode draad in zijn leven. aanvankelijk nam hij er slechts ballistische proeven mee, maar al vrij snel kwam hij tot de overtuiging dat het mogelijk moest zijn satellieten in een baan om de aarde te brengen met behulp van een groot kanon, tegen een fractie van de kosten van een raketlancering. En passant werd hij een autoriteit op het gebied van neuskegels van ballistische raketten - een deskundigheid waarvoor Saddam Hussein later grote belangstelling had.

Project HARP - High Altitude Research Programme - begon in 1961. Met de steun van een Canadese universiteit en het Amerikaanse leger, dat een 400 mm kanon leverde, Betsy genaamd, met een loop van 21 meter, en met de tegenwerking van de eersten van de vele vijanden die hij in de loop van zijn leven maakte, begon hij in Barbados proeven te nemen. Op 18 juni 1963 behaalde Bull zijn eerste grote succes: het door hem ontworpen projectiel Martlet II, met een gewicht van 170 kilo, bereikte een hoogte van 92 km, een wereldrecord. Na verlenging van de loop met een buis van 16 meter kwam de Martlet II 150 kilometer hoog. De Amerikanen gebruikten HARP tegelijkertijd voor anti-ballistische raketproeven.

VOOR EEN SCHIJNTJE

Maar het Amerikaanse leger moest wegens de Vietnamoorlog bezuinigen, en de Canadese steun kwam tot een einde omdat Bull daar met zijn geregelde aanvallen op de bureaucratie een aanzienlijk aantal vijanden had gemaakt, en project HARP stierf een stille dood. Bull was echter ook een briljante ontwerper van conventionele projectielen, met een anderhalf maal zo groot bereik als alle andere bestaande granaten. Vervolgens ontwierp hij ook een geavanceerd 155 mm artilleriestuk, de CG-45.

De CG-45, op basis waarvan de Zuidafrikanen en Oostenrijkers hun zwaar geschut verder ontwikkelden, is een systeem dat in zijn soort wordt beschouwd als 's werelds beste. Maar zowel de Verenigde Staten als de Sovjet-Unie gaven onder druk van de wapenlobby de voorkeur aan hun eigen, zij het mindere geschut - en zo kwam Bull uit bij de paria-landen, de landen die buiten het erkende circuit liggen maar vaak juist extra naar wapens dorsten en bereid zijn daar veel geld voor neer te tellen. Waarvan Bull overigens nauwelijks wist te profiteren: hij was zó bezeten van zijn werk dat hij doorgaans met een schijntje genoegen nam om maar zijn hartstocht te kunnen uitleven.

Daarin wijkt Bull dan wel af van het cliché-beeld van de wapenontwerper-handelaar, evenals in zijn reactie op de gevangenisstraf die hij in de VS kreeg vanwege zijn artillerieleveranties in de jaren zeventig aan Zuid-Afrika. Hij voelde zich, op puur formele gronden, niet schuldig aan schending van het internationale wapenembargo tegen Zuid-Afrika en hij voelde zich verraden door de Amerikanen - Pentagon en CIA - die op de hoogte waren van zijn leveranties. De resterende tien jaar van zijn leven spaarde hij geld noch moeite om eerherstel te krijgen.

Na Zuid-Afrika, dat Bulls artillerie met groot succes in de oorlog in Angola inzette, kwam de volgende schimmige klant: China. Hij woonde inmiddels in Ukkel - zijn Canadese staatsburgerschap was hem op wazige manier ontnomen en na zijn gevangenisstraf voelde hij zich niet meer thuis in de VS. Zijn vrouw, bij wie hij zeven kinderen had, bleef in Montreal.

Temidden van het artilleriewerk bleef het superkanon Bulls passie. Hij wijdde er een boek aan, en hij raakte er steeds meer van overtuigd dat met een speciaal daarvoor gebouwd kanon - niet Betsy of haar iets grotere opvolgers - een middelmaat satelliet in een baan om de aarde kan worden gebracht, voor circa 5.000 dollar per schot.

DOLENTHOUSIASTE IRAKEZEN

In november 1987 belden de Irakezen op. De zaken gingen niet briljant op dat moment. De werkzaamheden voor China waren afgerond en er waren geen grote nieuwe klanten. Irak, nog in oorlog met Iran, had zich echter onder de inventieve minister van militaire industrialisatie Hussein Kamel met volle overgave in een grootscheeps bewapeningsprogramma gestort. Diens schoonvader, Saddam Hussein, streefde een eigen wapenindustrie na om zo min mogelijk afhankelijk te zijn van het buitenland bij de verwezenlijking van zijn droom: uiteindelijk het leiderschap van de Arabische wereld.

Het was geen wonder dat Irak uiteindelijk ook bij Bull uitkwam. Het beschikte al over zijn artillerie, in de Oostenrijkse versie, en het kende zijn reputatie. Bagdad vroeg hem zijn artillerie verder te verbeteren maar dat was niet het belangrijkste. Het was speciaal geïnteresseerd in zijn rakettechnologie.

Bull had geen enkele moeite met het leveren van wapens aan een land in oorlog: ""Ik ben niet méér verantwoordelijk dan de man die de vrachtwagens ontwierp die de manschappen naar het front brengen', zei hij. Met repressieve regimes had hij evenmin een probleem. Ter plaatse zag hij alleen wat hij wilde zien en voor Saddam had hij bewondering (waarin hij in die tijd zeker niet de enige was in het Westen). Alleen de Irakezen hadden de visie die nodig was ""om de Arabieren de 20ste eeuw in te sleuren', zei hij tegen zijn vrouw.

Irak vroeg Bulls hulp bij zijn ruimteprogramma - een programma om vijf Scud-raketten te bundelen tot de eerste trap van een drietrapsraket voor de lancering van satellieten - allemaal puur wetenschappelijk vanzelfsprekend, al lijkt zo'n eerste trap sprekend op een ballistische raket. Het was voor Bull een uitgelezen kans om met zijn superkanon op de proppen te komen, waarmee Irak "de ruimte kon bezaaien' met satellieten en zo enorm aan wetenschappelijk prestige zou kunnen winnen.

De Irakezen gingen akkoord, omdat zo'n uitzonderlijk project zeker tot de verbeelding van de dictator sprak en zonder enige twijfel mede omdat Bull terloops had laten weten dat met het kleinere prototype van het kanon ballistische proeven kon worden genomen. Later droeg hij nog het idee aan om op basis van Baby Babylon superartillerie te ontwikkelen, met een loop van 30 meter en een bereik van 750 kilometer. De Irakezen waren dolenthousiast.

CHANTAGE

Bull heeft altijd volgehouden dat het superkanon - waarvan het grootste een kaliber van 1000 mm zou hebben en een loop van 156 meter - niet voor militaire doeleinden kon worden gebruikt, omdat het immobiel was en groot en daardoor eenvoudig uit te schakelen. Volgens Lowther waren de Israeliërs dat met hem eens, die geloofden absoluut niet in het hele project. Bull had trouwens de westerse inlichtingendiensten van dit project op de hoogte gesteld, om onnodige moeilijkheden te voorkomen.

Tot in de zomer van 1988 had ook eigenlijk niemand echte problemen met Bulls arbeid voor Irak. Zijn artillerie werd weliswaar steeds dodelijker, maar het bleef een conventioneel wapen: hij overschreed niet de grens naar het niet-conventionele, waardoor het machtsevenwicht in het geding zou komen. In die zomer echter raakte hij betrokken bij Iraks pogingen een eigen ballistische raket te ontwikkelen, zeker ook onder invloed van het theatrale beroep op hem van de zijde van Hussein Kamels tweede man: ""Dr. Bull, ik hoop dat u Irak zult helpen opnieuw omhoog te rijzen, eens te meer groot te worden'.

Maar ook had de gedreven Bull te veel hooi op zijn vork genomen. Hij had Irak het onmogelijke beloofd en hij kon al zijn beloften - artillerie, superkanon - niet nakomen. Om aan de Iraakse druk te ontsnappen, liet hij zich steeds verder betrekken bij het werk aan een oplossing van de problemen die Bagdad met zijn raketten had. In feite was Irak bezig hem te chanteren. Het werkte aan een kernbom - hoe hard is nu vast komen te staan bij de VN-inspecties - en de voltooiing van een betrouwbaar raketsysteem, met een grote precisie, was voor Israel totaal onaanvaardbaar. En zo werkte Gerald Bull aan zijn dood.

Hoeveel waarde Bull voor Irak had bleek uit de geruchtmakende toespraak waarin Saddam op 2 april 1990 dreigde Israel plat te leggen als het Irak aanviel. Saddam vergeleek Bulls lot met dat van de Observer-journalist Farzad Bazoft, die een week vóór Bulls dood in Bagdad was opgehangen wegens spionage. ""Niemand heeft gesproken over de mensenrechten van deze Canadese burger van Amerikaanse nationaliteit', zei Saddam. ""De Amerikaanse geheime diensten hebben het niet nodig geacht de moordenaar van deze Amerikaanse geleerde op te sporen. Maar zij maken veel drukte van andere zaken.'