Bizarre tonelen in het land van de puriteinen

Het was een Engelsman, de grote historicus Macaulay die in de negentiende eeuw de veel geciteerde opmerking maakte: “Wij kennen geen schouwspel dat zo belachelijk is als het Britse publiek bij een van zijn periodieke toevallen van zedelijkheid”. Een recente illustratie vormt de director of public prosecutions, sir Allan Green die prompt ontslag nam nadat hij door een politieman was betrapt op het tonen van belangstelling voor straatprostituees.

Volgens de Britse wet mag dat niet en het is ook los daarvan, niet direct de situatie waarin men een hoge justitie-functionaris graag wenst aan te treffen. De terugtreding van Green wegens zijn overwegend privé-escapade contrasteert echter met de moeite die de Britse justitie heeft om in het reine te komen met de vertrouwenscrisis waarin zij onmiskenbaar verkeert. Een hele reeks veroordeelden is - vaak pas na lange tijd - uit de gevangenis gelaten wegens serieuze gebreken in de bewijsvoering. Dat is nog wel andere koffie dan een uitje in de rosse buurt.

In de voormalige kolonie Amerika is de Angelsaksische hypocrisie nooit zo goed van de grond gekomen en staat de schandalenkunde van meet af aan vooral in het teken van the cohesive power of public plunder, zoals de tweede president van de VS, John Adams het onnavolgbaar uitdrukte. Toch is dit ook het land van de Mayflower. A Nation of Finger Pointers, gaf het weekblad Time deze zomer als titel mee aan een omslagverhaal over de "nieuwe puriteinen'. In Georgia wordt een politie-agent van de straat gehaald omdat hij een heavy metal-tatoeage op zijn onderarm draagt, in Colorado neemt de politie alleen niet-rokers aan.

Zo krijgt nu ook de kandidatuur voor het federale hooggerechtshof van de zwarte Clarence Thomas op de valreep een bizarre draai. Een voormalige, vrouwelijke assistent is in de publiciteit getreden met de klacht dat hij haar placht te vergasten op verhalen over pornografische films. Schrik alom in de Senaat, die de benoeming moet goedkeuren en waar de betrokken Senaatscommissie toch al niet erg enthousiast was over de kandidaat. Vervelend is alleen dat de commissie dit verhaal al kende maar het liet voor wat het was.

Het is ook het woord van Thomas, die ontkent, tegenover dat van zijn voormalige assistente, de huidige hoogleraar Anita Hill. En het gaat om tien jaar geleden. Nu zegt het op zichzelf niet alles dat professor Hill nu pas komt met haar klacht. Wie zou haar, net afgestudeerd, hebben geloofd? Het is ook nog wel te begrijpen dat zij ondanks haar bezwaren contact met Thomas zou hebben gehouden. Minder duidelijk is, zoals The Washington Post in een commentaar opmerkte, waarom zij hem van de ene betrekking in de andere zou zijn gevolgd terwijl zij dit had kunnen vermijden. Dat de Senaatscommissie geheel uit mannen bestond is nog geen reden voorbij te gaan aan de eis dat beschuldigingen van dit kaliber geobjectiveerd worden.

Dat de kritiek op Thomas een onfrisse draai neemt, is vooral wrang omdat er al redenen genoeg waren voor bezwaar. Niemand kon van president Bush verwachten dat hij een kandidaat zou voordragen van dezelfde progressieve signatuur als de aftredende raadsheer Thurgood Marshall. Het federale hooggerechtshof heeft het recht wetten en besluiten van de overheid te toetsen aan de grondwet en deze bevoegdheid maakt iedere rechtersbenoeming tot een politieke keuze. In het Amerikaanse systeem van de scheiding der machten in de staat, ontslaat dat echter niet van de plicht van terughoudendheid van de politieke organen tegenover de onafhankelijke rechterlijke macht. Het is overigens juist deze spanning die de Amerikaanse perikelen interessant maken voor Nederland. Wij hebben een geheel andere traditie, maar ook hier rukt het toetsingsrecht van de Hoge Raad op - en daarmee politieke ouvertures, zoals eerder dit jaar door het CDA-Kamerlid Van den Burg.

De progressieven zijn begonnen, luidt vrij vertaald het weerwoord van de conservatieven, die wijzen op de baanbrekende en vernieuwende uitspraken van het hooggerechtshof onder Earl Warren in de jaren vijftig en zestig. Nu is het hof onder leiding van William Rehnquist (benoemd door Reagan) duidelijk bezig aan een restauratie. Dit "middel' is echter op de keper beschouwd net zo erg als de "kwaal'. En het ideologische karakter van de vroegere benoemingen, inclusief die van Warren, is nooit zo uitgesproken geweest als onder Reagan en Bush.

Reagan leed spectaculair schipbreuk met de kandidatuur van het conservatieve boegbeeld Bork, wiens uitgesproken opvattingen de Senaat te ver gingen. Bush probeert een onwijkingstaktiek. Zo loodste hij de als kleurloos gepresenteerde David Souter al het hooggerechtshof binnen. Maar die was tenminste eerder minister van justitie geweest en was een rechter met een serieuze staat van dienst in New Hampshire; niet de belangrijkste deelstaat, maar toch. Thomas daarentegen is opgeklommen uit een diepe achterstand, hetgeen respect verdient, maar heeft daarvoor een prijs betaald van (een schijn van) opportunisme.

Dat is naar het zich laat aanzien, verkeerd gevallen in althans de Senaatscommissie. Dat het nu aankomt op de manier waarop Thomas zich tien jaar geleden zou hebben gedragen op zijn kantoor is oneigenlijk. Net zoals het stickie waaraan de afgeschoten kandidaat Ginsburg zich in zijn jeugd had bezondigd. Een openlijk ideologische voordracht vraagt om gelijke munt in de Senaat, de ongrijpbaarheidstactiek kent echter ook een wal die het schip keert.

De enige behoorlijke uitweg is de (bewezen) kwaliteit van de kandidaat. Met reden bracht Tom Wicker dezer dagen in The New York Times de statuur in herinnering van vroegere - wèl benoemde - kandidaten voor het federale hooggerechtshof: een oud-president (Taft), een vooraanstaand oud-diplomaat (Jay), een oud-gouverneur (Warren) en vooral grote juristen als Brandeis, Holmes, Cardozo en Frankfurter. Het nageslacht heeft ontdekt dat sommigen van hen als hoogste rechter de nodige bezwaren meebrachten. Maar toch, wat een contrast met de schamele karakteristiek van Thomas nu als “een puzzel die op een oplossing wacht”.

    • F. Kuitenbrouwer
    • Commentator Nrc Handelsblad