Als je een film maakt (Brooks film) die Life Stinks heet dan vraag je om moeilijkheden, meer voor de hand liggend dan de violiste die een programma had dat zoiets als "Elsa Grant plays Mozart' heette en dat door de criticus werd neergesabeld met de z...

De film heeft een ouderwets verhaal: stinkend rijke man (merkwaardig genoeg bestaat "stinking rich' ook in het Engels) wil sloppenwijk kopen om er een duur kantoor op te zetten. Een stinkend rijke concurrent wil dat ook. In de ruzie die ontstaat scheppen ze op over hun arme komaf (een bekende Angelsaksische wedstrijd: wie had het het rotst vroeger, nog als sketch gebruikt door Monty Python) met zinnen als ""Jij zou het geen half uur uithouwen in die omgeving, verwende zak!''

Dit eindigt in een weddenschap dat Mel Brooks zonder geld, credit cards of cheques precies een maand moet overleven in de sloppenwijk. Lukt het hem, dan krijgt hij de grond voor niks, haalt hij het niet dan moet hij dubbel betalen of zoiets (en dat doet er niet toe want hij haalt het natuurlijk). Om het te controleren krijgt hij een elektronische enkelboei om, die alarm geeft als hij de wijk verlaat. Daarna volgen perikelen, hij wint, en helpt meteen de inmiddels tot vrienden geworden zwervers en slopbewoners door er géén kantoorgebouw neer te zetten, maar keurige eensgezinswoningen of zo. Mel trouwt dan met een bedelares en zet tevens zijn valsspelende tegenspeler te kakken die hem onder curatele had laten plaatsen (dus geld weg, huis weg etc.).

De vraag is nu: is Mel leuk genoeg om zo'n zwak verhaal te dragen? Misschien wel, maar dan niet alleen. Misschien wel, maar niet in eigen regie. Misschien wel, maar niet in eigen produktie en eigen verhaal. Hij mist kortom de onafhankelijke blik van buitenaf, de kritische stem die zegt nee Mel, die scène is niet leuk, dat daar is te lang, en dat ene, bouw dat maar wat langer uit, want dat is wèl leuk.

Je ziet het al misgaan als-ie de eerste minuut in de sloppen is. Zijn pak wordt ogenblikkelijk heel vuil en gescheurd. Zijn overhemd hangt open, de knopen vallen er spontaan af. Dan volgt de leukste scène van de film. Mel ziet in een portiek een negerjongetje "rappend' dansen. Voor geld. En met succes. Als het jongetje weggaat probeert Mel het ook, maar het lukt helemaal niet. Niemand betaalt - en Mel eindigt met woedend de rap-intro tegen voorbijgangers te roepen.

Als tegenspeelster heeft hij Lesley Ann Down, het eerste meisje uit Cheers zal ik maar zeggen, en de slechtste keuze om een ruwe-bolster-blanke-pit-bedelares uit te beelden. Die blanke pit daar heeft ze geen moeite mee, maar ze tracht de ruwe bolster te verpakken in een soort My-fair-lady-Liza, met zo'n wijde broek tot net boven de enkel en veel, veel lappen om. Aan het eind haalt ze uit die lappen heel mooi gekapt en fris gewassen lang haar tevoorschijn, en dat voor iemand die al vijf jaar in de sloppen leeft van de opbrengst van bier- en colablikjes. En niet komisch genoeg om Mel tegenspel te geven, want ze moet aangeven en daar is ze niet voor opgeleid. Wel voor ballet, dus dat mag ze nog even doen in die rags, altijd goed voor ach-kijk-'s.

Was Mel, voluit Melvin, ooit leuk?

32 jaar geleden werd Mel, toen tekstschrijver van Sid Ceasar, in één klap beroemd toen hij met Mel Tolkin, eveneens scriptwriter, op een feestje bij Moss Hart optrad ter ere van het uitkomen van diens autobiografie. Moss Hart was de schrijver van You can't take it with you, The man who came to dinner en de regisseur van My fair lady. Tolkin nam de plaats in van Carl Reiner (de vader van Meatball) die op het laatste moment niet aanwezig kon zijn en ze speelden een interview met een puriteinse psychiater, Melvin Brooks, die zogenaamd de psychiater van Hart was.

Vraag: Kunt u ons vertellen, dokter, waar meneer Hart over spreekt gedurende de analyse?

Antwoord: Vieze praatjes. Allemaal vuiligheid, smerige dingen zegt-ie, door en door vuile taal. Om van te kotsen, echt waar.

V.: Hoe eh wat doet u eraan?

A.: Ik geef hem een flinke tik. Ik spoel zijn mond uit met zeep. Ik zeg tegen hem: Niet zulke vuile taal. U mag zulke dingen niet zeggen.

V.: Waar ligt meneer Harts probleem eigenlijk? Heeft hij een oedipus-complex?

A.: Wie is dat?

V.: U bent toch een psychiater, dokter. Heeft u nooit van een oedipus-complex gehoord?

A.: Nooit.

V.: Wel eh, dat is dus iemand die een onbedwingbaar verlangen heeft met zijn eigen moeder naar bed te gaan.

A.: (na lange pauze) Dit is het smerigste dat ik ooit gehoord heb. Hoe komt u aan die vuiligheid?

V.: Dat komt uit een toneelstuk van Sophocles.

A.: Was die joods?

V.: Nee dokter. Grieks.

A.: Nou ja, met Grieken, wie weet. Maar met een joodse man, die doen zulke dingen niet, zelfs niet met hun vrouw, laat staan met hun moeder.

En zo nog even door.

De gasten onder wie John Gielgud, Claudette Colbert, Yves Montand, Simone Signoret, Alec Guinness, Truman Capote en Marlene Dietrich, om de toon even aan te geven, vielen om van het lachen. Phil Silvers was ceremoniemeester en deze sketch was de uitsmijter van de avond. Niemand had daarna nog kunnen optreden.

Mel Brooks verdiende op dat moment nog maar 85 dollar per week want comedyshows werden niet meer gevraagd. Binnen 15 jaar was hij miljonair na drie filmsuccessen: Blazing saddles, Young Frankenstein en Silent movie. In 1976 stond hij vijfde op de lijst van sterren met de beste box-office-opbrengst (zesde was Burt Reynolds).

Fans van Mel Brooks kunnen beter Life stinks niet gaan zien. Er komt wel wat beters, als hij weer minder geld heeft.

    • van Lennep