Verzorgingsstaat

Negen jaar geleden pleitte ik op deze pagina al eens voor een vervanging voor het woord verzorgingsstaat, waarbij ik het woord zowel taalkundig, als meer bij kamerplanten of huisdieren passend, als inhoudelijk, een min of meer paternalistische opvatting van zorg vertolkend, bestreed.

In deze kritiek zie ik mij thans bijgevallen door wat NRC Handelsblad op 13 september berichtte over een CDA-discussienota over de "kerntaken van de overheid', resonerend als het ware op de titel van het op 14 september in het Zaterdags Bijvoegsel besproken boek van professor Schuyt: Op zoek naar het hart van de verzorgingsstaat. Wel sprak men destijds in CDA-kring niet van "verzorgingsstaat' maar van "zorgzame samenleving', waarop het ook niet aan kritiek ontbroken heeft, als deed het aan de oude bedéling denken. Gekozen werd vervolgens voor "verantwoordelijke samenleving', recentelijk voor "herstelde verantwoordelijkheid'. Wellicht is het nog niet te laat om terug te komen van die onbedoeld declasserende benaming "verzorgingsstaat'.

Eigenlijk kènnen we al een uitstekende verwoording van de onderliggende solidariteitsidee, namelijk "bijstand', gezwegen van het tamelijk verbleekte begrip "maat', altijd nog te beluisteren in "maatschappij'. Weliswaar is ook het begrip "bijstand' vatbaar gebleken voor een zekere devaluatie, gezien het spreken over uitkering "op bijstandsniveau'. Een mooi woord is ook wel "opvang', al ligt dat meer in de EHBO-sfeer. Vooreerst volsta ik nu maar met een volstrekt nee tegen het ongelukkige woord "verzorgingsstaat'. Wij dreigen ongevoelig te worden voor slechtgekozen woorden. Om een paar te noemen: de deftige "dienstverlening' (in plaats van werkstraf), "onomkeerbaar' in WAO-jargon en de wel heel sinterklaasachtige uitgevonden "inkomensverdeling'. Er zou een instantie moeten zijn, die dergelijke vindingen met gezag af- of goedkeurt.