Tories: de feiten gaan verloren in het gejuich

BLACKPOOL, 11 OKT. John Major moest vanmiddag in zijn eerste toespraak als leider tot het Conservatieve Partijcongres drie applausrecords breken. Vóór alles moest hij meer en warmer bijval oogsten dan zijn verstoten voorgangster Margaret Thatcher woensdag deed. Dan moest hij uitstijgen boven het vertoon van affectie dat het Congres zijn meest belegerde minister, William Waldegrave van gezondheidszorg, ten deel liet vallen. En misschien het moeilijkst van alles: Major moest laten zien dat hij méér is dan de beste prime-minister die het land ooit kreeg.

Want het meest enthousiaste, het in vuur oplaaiende applaus van de congresgangers was gisteren gereserveerd voor de moedermoordenaar, de blondgelokte Michael Heseltine. De man die de dolk in de rug van Margaret Thatcher stak door een strijd om het leiderschap te ontketenen werd gisteren na een speech die klonk als een klok als de verloren zoon door het Congres aan de boezem gedrukt. Michael Heseltine, altijd al de lieveling van de congresgangers, is na zes jaar politieke woestijn omiskenbaar terug.

Tot nu toe heeft dit partijcongres een verbijsterend vermogen tot ontkenning van de feiten aan de dag gelegd. Zoals gebruikelijk heeft de regie van de partijleiding er zorg voor gedragen dat elk onderdeel van het debat wordt ingeluid door een motie die de regering prijst. De sprekers die vervolgens naar de microfoon worden geroepen, zijn zelden tegen de motie. Maar als ze zich al dissident opstellen, dan is dat omdat ze vinden dat de motie niet prijzend genoeg is. De suikerzoetheid waarmee het ene “U Prime-Minister als onze leider” en het andere “U minister, bij wie de opleiding van onze kinderen veilig is” elkaar opvolgen, maakt de toeschouwer wel eens wee in de maag.

De ontkenning van de feiten heeft ook de ministers in zijn greep. Hun toespraken zijn in het algemeen vol van huldebetoon over het eigen beleid. De druk van de komende verkiezingen maakt bovendien dat pagina's lang de beleidsvoornemens van Labour moeten worden aangevallen. Zo slaagde bij voorbeeld Kenneth Baker van justitie er in geen woord te wijden aan de spektaculaire gerechtelijke dwalingen die in het afgelopen jaar aan het licht zijn gekomen, of aan de rol van de politie daarin. In plaats daarvan annonceerde hij strengere straffen voor joyriders en een hardere aanpak van quasi-asielzoekers. Het publiek in de zaal juichte hem staande toe.

Michael Heseltine, de man die door Major is belast met het formuleren van een alternatief voor de gehate polltax (gemeenschapsbelasting), haalde dezelde truc uit. Geen woord over het feit dat het nog twee jaar duurt vóór een nieuwe vorm van inkomstenheffing voor gemeenten wordt ingevoerd, maar wel de zaal overeind krijgen met de mededeling dat Labour-raadsleden die geweigerd hebben hun polltax te betalen, bij wet zullen worden uitgesloten van het uitbrengen van een stem over de hoogte van gemeentelijke heffingen.

De toespraak van William Waldegrave, de minister van gezondheidszorg, ging gisteren vrijwel geheel op aan ontkenningen. De staat van de nationale gezondheidszorg wordt een van de verkiezingsonderwerpen bij uitstek. Labour, geholpen door de bonden van verplegend personeel en de artsenorganisatie British Medical Association, beschuldigt de regering ervan dat ze de National Health Service (NHS) wil privatiseren. Dat zou gaan in het voetspoor van privatiseringen als bij de telefoondienst, waterleidingmaatschappijen en grote industrieën als British Steel en British Aerospace. “Het doordrukken van het marktprincipe in elk hoekje en gaatje van onze maatschappij”, zoals Neil Kinnock dat vorige week voor Labour in Brighton afschilderde. En met succes; tweederde van het grote publiek vertrouwt de Tories niet met de National Health Service.

Waldegrave beschuldigde Labour van leugens, van het behalen van elektoraal gewin uit het verspreiden van griezelverhalen en dat ten koste van de zieke ouden en zwakken. Dat leverde ook hem een langdurige ovatie op.

Maar het veroveren van een zaal met aanhangers is iets anders dan het behalen van een vierde verkiezingsoverwinning. Daarom is het naar John Major dat iedereen vanmiddag zou opkijken voor het grote idee, voor de inspiratie die tot de verkiezingsdatum moet blijven leven. De premier heeft zich relatief weinig vertoond deze week. Dat alleen garandeert al dat het publiek in de zaal zijn opkomst vanmiddag met donderend applaus zal begeleiden. Zoals misschien ook de bedoeling was.

    • Hieke Jippes