Steun voor uitbreiding van haven Rotterdam

ROTTERDAM, 11 OKT. De havenbedrijven in Rotterdam zijn sterk voor de uitbreiding van het havengebied, zoals gisteren voorgesteld door de gemeente in het ontwerp Havenplan 2010. Ze zijn bereid op grote schaal in het gebied te investeren. Ook de Vervoerbond FNV reageert in grote lijnen positief, maar uit twijfels over een aantal onderdelen van het plan. De land- en tuinbouworganisaties uit het Westland wijzen de aanleg van een nieuwe haven aan de noordkant van de Nieuwe Waterweg af.

De havenondernemers achten een een gebiedsuitbreiding van 20 procent “absoluut noodzakelijk, wil de haven niet uitverkocht raken”. De Vervoersbond FNV is minder enthousiast over de plannen die zo'n 35 miljard gulden aan investeringen vergen.

De Havenondernemingsvereniging (HOV) kan zich ook geheel vinden in het verbeteren van de verbindingen met het achterland, zoals die in het nieuwe havenplan worden bepleit. “Daar mag geen element uit worden gehaald. Die verbindingen zijn hard nodig”, aldus de HOV. De Vervoersbond FNV is van mening dat het bestaande wegennet doelmatiger gebruikt moet worden. Het heeft volgens de bond geen zin enorm veel nieuwe wegen en tunnels aan te leggen die later wellicht niet meer nodig zijn.

De aanleg van de nieuwe Oranjehaven tussen Maassluis en Hoek van Holland, waartegen de Westlandse agrariërs zich verzetten, zou zich volgens de gemeente Rotterdam moeten richten op het Westland en de Randstad. Uit een onderzoek dat verricht is door de Erasmus Universiteit bleek dat de Oranjepolder een geschikte plaats is voor de overslag van groente uit het Westland.

Havenwethouder Smit ontkent dat deze haven lijkt op de plannen voor de Rijnpoorthaven uit de jaren zeventig. Deze haven is kleiner en heeft een andere functie. De Westlandse Land- en Tuinbouworganisaties hebben andere plannen met de Oranjepolder en zeggen dat ze geen speciale haven nodig hebben. Volgens secretaris H. Groenewegen heeft de glastuinbouw deze ruimte in de toekomst nodig wanneer het landbouwareaal afneemt door woningbouw in Wateringen ten behoeve van Den Haag. Bovendien wordt een nieuw distributiecentrum voor Westlandse goederen gebouwd bij Maasland, aan de rijksweg A20, waardoor de haven al via de weg snel kan worden bereikt.

Het overgrote deel van de produkten uit het Westland, zo'n 90 procent, wordt over de weg getransporteerd. Landbouwprodukten die over het Kanaal naar Engeland worden vervoerd, worden nu vanuit Hoek van Holland en Scheveningen verscheept. Groenewegen verwacht niet dat het aandeel dat over het water wordt vervoerd, nog veel zal stijgen. “Ons streven is erop gericht de produkten op dezelfde dag na de veiling in de winkel te hebben. Dat kan niet als de produkten over het water worden vervoerd”, aldus Groenewegen.

Ook de Vervoersbond FNV is niet gecharmeerd van de nieuwe Oranjehaven. De aanleg van de haven gaat, volgens K. van Nimwegen, ten koste van een “prachtig natuurgebied”. Verder zet de Vervoersbond vraagtekens bij voorspellingen van het Gemeentelijk Havenbedrijf omtrent de stijging van de werkgelegenheid. “De nieuwe terminals zullen als gevolg van uiterst moderne los- en laadtechnieken niet erg veel werkgelegenheid opleveren”, aldus Van Nimwegen.

De Vervoersbond vindt dat voorkomen moet worden dat er overcapaciteit in de haven ontstaat als gevolg van de ambitieuze plannen, die onder andere voorzien in de uitbreiding van de Maasvlakte. Overcapaciteit stimuleert de concurrentiestrijd en die zal volgens Van Mimwegen over de ruggen van de werknemers worden uitgevochten.