Sovjet-Unie krijgt meeste aandacht financiële wereld; Een oude vijand blijft fascineren

BANGKOK, 11 OKT. Thai High Tech. Zo karakteriseren de Thais hun spiksplinternieuwe Queen Sirikit-conferentieoord in boomtown Bangkok. Het is gelegen pal naast een krottenwijk met een menigte tv-antennes die voor een deel moest worden opgeruimd, net als het straatvuil en de bedelaars, om plaats te maken voor de jaarvergadering van IMF en Wereldbank. Die zijn deze week in Krungthep , de stad van de engelen, aan hun jaarlijkse financiële jamboree begonnen.

Bankiers, ministers en presidenten van centrale banken, in totaal circa tienduizend delegatie-leden, hebben bezit genomen van het majestueuze complex, dat negentig miljoen dollar heeft gekost. Dit weekeinde begint een serie vergaderingen van ministers van financiën, vooruitlopend op de officiële jaarvergadering van IMF en Wereldbank volgende week.

Belangrijkste bijeenkomst is echter die van de G-7, de groep van zeven grote industriestaten, die de toon zet hoewel ze helemaal geen officiële status heeft. Tot de G-7 behoren de Verenigde Staten, Japan, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Canada.

Bovenaan hun agenda hebben de ministers van financiën van de G-7 de Sovjet-Unie gezet. Het land is door het IMF nu officieel bestempeld tot ontwikkelingsland, net als trouwens heel Oost-Europa. Dit tot schrik uiteraard van de aloude ontwikkelingslanden, hoewel IMF-topman Michel Camdessus niet nalaat te beklemtonen dat hun problemen niet zullen worden weggedrukt van de officiële agenda van IMF en Wereldbank.

Eigenlijk heeft de Sovjet-Unie zichzelf op de agenda gezet door ongegeneerd bij haar oude vijanden te bedelen om hulp. Dat begon al in bedekte termen twee jaar geleden toen Gorbatsjov een brief schreef aan de economische topconferentie in Parijs en culmineerde in zijn aanwezigheid afgelopen juli op de top in Londen. En een oude vijand blijft fascineren, zeker als die economisch aan de grond zit en militair nog imponeert. Die wijs je niet zomaar de deur.

De gemankeerde supermacht blijft de meeste aandacht trekken, ondanks de geruststellende woorden van Camdessus jegens de ontwikkelingslanden. En ach, de oude schuldenkwestie, wie interesseert zich daar nog voor? Zei Camdessus zelf immers niet dat in de afgelopen tijd grote vooruitgang was geboekt, dat het vluchtkapitaal weer terugkeert naar landen als Chili, Venezuela en Mexico? De vragen van journalisten uit de ontwikkelingslanden worden beleefd, maar verveeld aangehoord. Camdessus staat hen hoffelijk te woord, aandacht vragend voor de armste landen, resultaten prijzend waar dat mogelijk is, verwijzend naar het interim-comité van het IMF, het "beleidsbepalende' orgaan dat zondag bijeenkomt en zich zou blijven ontfermen over de arme landen.

Arme landen exit. De Sovjet-Unie, die staat te popelen om lid te worden van de internationale haute finance, daar draait het allemaal om, hoewel iedereen volkomen in het duister tast over de feitelijke situatie in het land en men hooguit gist dat een complete economische ineenstorting van grote invloed kan zijn op de wereldeconomie.

Maar het IMF had toch studie gemaakt van de Sovjet-Unie? Jawel, maar die studie, van eind vorig jaar, was eigenlijk slechts natte vingerwerk, zegt een staflid van de Wereldbank nu onomwonden. Bovendien is het verzamelde cijfermateriaal alweer door de feiten achterhaald. “Ik weet niet met hoeveel hun reserves sindsdien zijn geslonken, ik weet alleen dat ze niet zijn gestegen”, grapt Camdessus op zijn persconferentie.

Om de Sovjet-Unie bij de inventarisatie van haar Augiasstal te helpen, zal het IMF technische bijstand verlenen, vandaar de vondst van het geassocieerde lidmaatschap dat aanspraak geeft op expertise van het IMF. En morgen arriveert een delegatie uit de Sovjet-Unie onder aanvoering van vice-premier en econoom Grigori Javlinski, ooit mede-auteur van het befaamde 500-dagen-plan van professor Stanislav Sjatalin. Javlinski zal tekst en uitleg te geven over de nieuwste hervormingsplannen, als die al bestaan. Daarbij komt ook de buitenlandse schuld van de Sovjet-Unie aan de orde, waar Westerse banken zo zorgelijk over doen en die hen doet aandringen op een volwaardig IMF-lidmaatschap.

Het duister waarin het IMF totnutoe tast, staat in mal contrast tot de rekensommen die het heeft gemaakt van de wederopbouw van Koeweit, Oost-Duitsland, Oost-Europa en nota bene de Sovjet-Unie zelf: 100 miljard dollar dit jaar (het equivalent van 0,6 procent van het gecombineerde BNP van de industrielanden) en 80 miljard dollar per jaar voor de periode 1992-'96. “Het kan meer zijn, het kan ook minder zijn”, zegt Camdessus. Hoeveel meer? De World Economic Outlook van het IMF vermeldt het netjes: als men ambitieuzer te werk gaat, loopt het bedrag op tot 100 miljard jaarlijks.

Wil de wereld aan de nodige besparingen komen, dan moeten de grote industrielanden, zoals de Verenigde Staten, Duitsland, Canada en Italië , hun begrotingstekorten jaarlijks met twee procentpunten (van hun BNP) verminderen. Als dat lukt zou de industriële wereld de komende jaren met ruim drie procent groeien. Camdessus waarschuwt dat bij mislukking de markt voor een oplossing zal zorgen: renteverhoging.

Hij doet daarom twee suggesties: bezuinigingen op defensie en op landbouwsubsidies. Als elk land in de wereld niet meer dan 4,5 procent zou besteden aan militaire uitgaven (“En dat is al een hoog bedrag”), levert dat een besparing op van 140 miljard dollar. Daarbij valt op dat hij de Sovjet-Unie, die 25 procent van haar BNP aan defensie besteedt, niet noemt. Op de landbouwsubsidies in de wereld is naar zijn schatting 100 miljard dollar te snoeien. Een impliciete verwijzing naar het wereldhandelsoverleg van de GATT, dat vorig jaar nog zo smadelijk mislukte.

Een dezer dagen arriveert hier directeur-generaal Arthur Dunkel van de GATT. Hij kan de geesten alvast rijp maken voor een soort grand design, waarbij in één grote greep de ontwapeningsbesprekingen, de rente, de economische groei, Oost-Europa, Koeweit, het wereldhandelsoverleg en de Sovjet-Unie worden aaneengesmeed.