Snel vergeten

DE ALGEMENE POLITIEKE beschouwingen eindigden gisteravond in de Tweede Kamer zoals ze dinsdag waren begonnen: mat en ongeïnspireerd. Op de in de meeste gevallen futloze verhalen van de fractievoorzitters volgde een even futloos antwoord van premier Lubbers. En zodoende was het driedaagse debat vooral een kwestie van uitzitten. De wereld buiten het Binnenhof zit nu met een katterig gevoel. Hoe kan het toch dat als het land een zomer lang in rep en roer is over enkele omstreden kabinetsvoorstellen, de Tweede Kamer een oase van rust is. Toch was het voorspelbaar dat het op deze manier zou verlopen. Als de besluitvorming over maanden wordt uitgespreid, gebeurt hetzelfde met het politieke debat daarover.

De financiële kaders voor het kabinetsbeleid zijn dit voorjaar uitvoerig besproken tijdens het debat over de Tussenbalans. De belangrijkste "open einden' uit dit pakket, WAO en koppeling, kwamen vorige maand tijdens een ingelast debat aan de orde, plus nog eens op het PvdA-conges van twee weken geleden. Gaandeweg verdween de politieke lading. Daarmee kwamen de algemene beschouwingen dit jaar wel heel erg in het luchtledige te hangen. Daarom is het zo teleurstellend, zoals deze week al eerder op deze plaats geconstateerd, dat de politieke leiders de ontstane ruimte niet hebben benut voor een algemeen en fundamenteel debat.

ERKEND MOET worden dat dit wel is gebeurd op het terrein van het minderhedenbeleid. Die zaak lijkt eindelijk bespreekbaar te zijn geworden. Dat moest langzamerhand ook wel gezien de ontwikkelingen op het terrein van asiel en opvang van vreemdelingen in het omringende buitenland. Voor Nederland had bovendien VVD-fractievoorzitter Bolkestein enkele weken geleden met een rede voor de Liberale Internationale een aanzet gegeven voor debat. Aanvankelijk dreigde dat debat zich in de politiek te beperken tot de vraag over het "waarom op dit moment?' van de opmerkingen van de VVD-leider in plaats van zich uit te strekken tot de inhoud. Maar nu Bolkestein deze week tijdens de Algemene Beschouwingen volkomen instemde met de clausule van PvdA-fractievoorzitter Wöltgens dat het boeken van politiek gewin over de ruggen van migranten het enige taboe in de discussie moet zijn, kon het snel over de zaak zelf gaan.

HET IS toe te juichen dat de Kamer gisteravond in overgrote meerderheid direct al duidelijk heeft gemaakt meer te willen dan louter vrijblijvend discussiëren. Zeggen dat mensen die zich in Nederland willen vestigen zich het Nederlands eigen moeten maken is één. Maar dan moeten er ook garanties komen dat er voor dat doel ook voldoende opleidingscapaciteit is. Dat heeft de Kamer dan ook terecht in een zeer breed gesteunde motie aan het kabinet laten weten.

Al met al blijft het echter een wat magere oogst voor een driedaags debat van nationale politici die in een geheel nieuw Europa en in totaal andere Oost-West verhoudingen aan de vooravond staan van een grootscheepse herdefiniëring van de verzorgingsstaat. Het was duidelijk dat de beide coalitiepartners CDA en PvdA na de zomerse spanningen op dit moment geen behoefte hadden aan een nadere positie positiebepaling: niet ten opzichte van elkaar maar ook nauwelijks ten opzichte van de andere partijen in de Tweede Kamer. Dit had ook weer zijn weerslag op de oppositie, want ook van die kant was het toch vooral rustig. Men had zich er blijkbaar al bij voorbaat bij neergelegd dat er niets te winnen was. De algemene politieke beschouwingen van 1991: ze moeten maar snel worden vergeten.