Rekenkamer: intern milieubeleid Rijk faalt

DEN HAAG, 11 OKT. De overheid deed tot eind vorig jaar te weinig aan milieu in eigen kring om als voorbeeld te kunnen dienen voor bedrijven en burgers. De daarvoor benodigde inspanningen zijn kennelijk onderschat, zo concludeert de Algemene Rekenkamer in het gisteren verschenen rapport "Interne milieuzorg rijksdienst'. De uitkomsten van het onderzoek zijn voorgelegd aan alle ministers. Volgens enkelen van hen is op hun ministeries sinds eind 1990 veel verbeterd.

Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) stelde dat de rijksoverheid een voorbeeldfunctie zou moeten vervullen voor de rest van de maatschappij. In mei 1990, een jaar na het verschijnen van het NMP, was nog bij geen van de departementen sprake van een samenhangend milieubeleid. Wel waren er werkgroepen ingesteld, milieufunctionarissen benoemd en informatie uitgewisseld, maar de Rekenkamer noemt deze maatregelen “te fragmentarisch en te beperkt van opzet”.

Ook is het moeilijk om de effecten van de genomen maatregelen aan te geven. In veel gevallen ontbreekt meting en registratie van bijvoorbeeld het energieverbruik en het verbruik van milieugevaarlijke stoffen. Slechts in enkele gevallen stellen departementen milieu-eisen aan leveranciers, zoals de levering van cadmiumvrije kantoorartikelen en milieuvriendelijke schoonmaakmiddelen.

De Rekenkamer heeft vorig najaar ook de hoeveelheid en de samenstelling van het afval bij zes ministeries geanalyseerd. Van het afval dat ongescheiden werd afgevoerd bleek 50 tot 70 procent geschikt voor hergebruik. Daarbij waren onder meer 4,5 miljoen koffiebekertjes. Ook bleek in het afval van alle departementen klein chemisch afval voor te komen, zoals batterijen en kopieerpoeder.