Patijn: vorm één Randstadprovincie

DEN HAAG, 11 OKT. Binnen tien jaar moet de Randstad bestaan uit één provincie en 25 gemeenten. Daarvoor pleitte de commissaris van de koningin in Zuid-Holland, mr. S. Patijn, vandaag tijdens het Randstatencongres in Den Haag. Doel van het congres is dat de provincies van Noord- en Zuid-Holland en Utrecht in de toekomst gezamenlijk standpunten innemen en uitdragen.

“De Europese trein dendert verder zonder op ons te wachten”, aldus Patijn. Volgens hem brengen de bestuurlijke en financiële omstandigheden onherroepelijk met zich mee dat het rijk macht verliest aan "Brussel' en anderzijds gedwongen is tot verregaande decentralisatie. De Randstadprovincies vormen het enige platform waarbinnen de belangen van de Randstad samenhangend kunnen worden behartigd.

“Het rijk doet dit niet omdat er nog negen provincies zijn waarmee het zich bemoeit; de grote steden niet, omdat de wereld toch vaak ophoudt bij hun grenzen en omdat ze bezig zijn met het saneren van hun soms wanhopige financiële situatie, iets wat ze alléén nooit zal lukken”, meent Patijn. De bestuurlijke versnippering en de grote bestuursdichtheid binnen de Randstad vormen volgens hem een groot probleem, waardoor ruimtelijke ordening, milieubeheer, afvalverwerking en bereikbaarheid niet adequaat kunnen worden aangepakt en opgelost. Daardoor kan de Randstad geen “internationaal wervend vestigingsklimaat” ontwikkelen en raakt zij achterop bij vergelijkbare gebieden in Europa.

Patijn wees er op dat de Randstad het politieke en economische hart van Nederland is. Zij huisvest 44 procent van alle inwoners (meer dan zes miljoen mensen) op slechts 18 procent van het totale oppervlak van Nederland. Bovendien biedt de Randstad de helft van alle werkgelegenheid en neemt zij de helft van het bruto nationaal produkt voor haar rekening. Daar tegenover staat dat het gebied is verdeeld over drie provincies, de vier grootste steden heeft en meer dan tweehonderd kleinere gemeenten. Daarnaast zijn er nog eens vierhonderd samenwerkingsverbanden, “met alle problemen van afwezige of falende afstemming, belangentegenstellingen, onvoldoende democratische controle, inefficiëntie, dubbel werk en verspilling van gemeenschapsgelden van dien,” aldus Patijn.