EG: leger verlaat Kroatië; leger weet van niets

DEN HAAG, 11 OKT. Binnen een maand moet de terugtrekking van het Joegoslavische Volksleger uit Kroatië zijn voltooid. Dat heeft EG-voorzitter Van den Broek gisteren de strijdende partijen voorgelegd. Het leger heeft vanochtend al vraagtekens bij die bepaling geplaatst.

Volgens Van den Broeks voorstel moeten parallel aan de aftocht van het leger de tegenover elkaar staande partijen in Joegoslavië een politieke regeling treffen over hun toekomstige verhouding en over garanties voor de Servische minderheden in Joegoslavië. Met een uitloop van hoogstens nog een maand dienen dan alle details van die regelingen getroffen.

Vanochtend liet de informatiedienst van het Joegoslavische leger weten in Den Haag geen enkel akkoord te hebben getekend. “Er is dus geen overeenstemming over de terugtrekking van het JNA uit Kroatië”, zo werd gesteld.

Volgens Van den Broeks plan zal Op het moment dat de definitieve regeling haar voltooiing nadert, dus binnen uiterlijk twee maanden, de Europese Gemeenschap haar positie bepalen ten aanzien van eventuele erkenning van de onafhankelijkheid van Kroatië, Slovenië en andere republieken die deze onafhankelijkheid wensen. De Servische president Slobodan Milosevic, zijn Kroatische collega Franjo Tudjman en de federale minister van buitenlandse zaken Veljko Kadijevic zijn gistermiddag na vijf uren gesprekken met minister Van den Broek en ambassadeur Henry Wijnaendts met die regeling akkoord gegaan.

Er werd niet, zoals gebruikelijk de afgelopen maanden, een verklaring op papier afgegeven. Van den Broek droeg op de persconferentie na afloop dit verhaal voor, zonder dat de naast hem zittende drie heren er iets tegen inbrachten. Vandaag zouden militaire vertegenwoordigers van zowel Kroatië als van het Joegoslavische Volksleger (JNA) met de Nederlandse leider van de EG-waarnemersmissie Dirk-Jan van Houten in de Kroatische hoofdstad Zagreb opnieuw de details bespreken van de uitvoering van het akkoord van dinsdagnacht.

Daarin wordt al gedetailleerd bepaald in welke volgorde de belegering door de Kroatische milities zal worden opgeheven van dertig federale kazernes in Kroatië en wordt aangegeven waar en hoe de federale militairen naar toe gaan en met medeneming van welke wapens.

Die terugtrekking moet binnen een maand zijn voltooid, parallel aan de politieke regeling, waarvan garanties voor de veiligheid van Servische minderheden in Kroatië de kern vormen. Tegelijkertijd dient, met onmiddellijk begin, de blokkade te worden opgeheven van de Kroatisch-Adriatische kust.

De vijf mannen kwamen gisteravond, veel later dan men had gepland, bleek en enigszins aangeslagen uit de vergadering op het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag. Hoge ambtenaren van het ministerie hadden 's morgens al laten weten dat de minister naar een tijdslimiet voor de onderhandelingen toe wilde. Overleg met collega-EG-ministers leidde ertoe dat hij die op een maand, met een uitloopmogelijkheid voor nog een maand stelde.

Het was duidelijk dat de stemming op de bijeenkomst om te snijden was geweest, in het licht van het feit dat in de loop van de dag het staakt-het-vuren opnieuw werd doorbroken en de Kroaten niet aan de afgesproken opheffing van de belegering rond kazernes waren begonnen. EG-president Van den Broek, die ook in onderhandelingen dinsdagavond in Zagreb, waarbij hij telefonisch was betrokken, de zaak hard speelde, liet ook tijdens de bijeenkomst gisteren de Joegoslavische partijen weten dat de EG nu wil weten waar zij aan toe is.

Overdag had ook de leiding van de EG-waarnemersmissie in Joegoslavië laten weten niets meer in het land te zoeken te hebben als elke afspraak binnen 24 uur weer werd geschonden. In hoeverre deze dreigende houding van de EG, met op de achtergrond een volledig economisch embargo - zestig procent van de Joegoslavische exporten gaat naar EG-landen - en een politieke isolatie, heeft gefunctioneerd, is moeilijk te zeggen.

“Garanties dat ze er zich aan houden, hebben we niet”, aldus minister Van den Broek naderhand. “Het is een stapsgewijs proces, waarin we nu in elk geval het politiek onderhandelingsproces hebben gekoppeld aan de terugtrekking van de JNA-troepen uit Kroatië.” De minister ontkende echter niet dat indien er over een maand geen politiek akkoord is over de toekomstige politieke verhoudingen in Joegoslavië, het federale leger zich ook niet volledig terugtrekt uit Kroatië.

Hoe gevoelig de zaak ligt, bleek wel weer uit het feit dat Van den Broek terugverwees naar de overeenkomst van vorige week vrijdag, waarin werd gesproken van een “losse associatie of alliantie” van de Joegoslavische republieken die onafhankelijk willen worden. De Servische president zei tijdens de persconferentie, in antwoord op een vraag van de Belgradose tv, dat deze "losse associatie' niet de enig mogelijke oplossing is. Er is ook nog een Belgrado-optie, zei hij, “die evenveel recht op behandeling heeft”.

Minister Van den Broek gaf daarna aan, dat de EG “natuurlijk” niet zal protesteren tegen het feit dat drie of vier Joegoslavische deelrepublieken een nauwere band willen aanhouden dan in de regeling als minimum wordt genoemd. Milosevic noemde de periode van een maand overigens “realistisch”.

Koeltjes liet de Kroatische president Tudjman op deze uitspraken van Milosevic de mededeling volgen, dat de discussie over losse alliantie of nauwere alliantie niet meer relevant was: Kroatië is sinds maandag formeel onafhankelijk en kan relaties in welke vorm dan ook met andere onafhankelijke landen aangaan. Generaal Kadijevic was somber. De afspraken van gisteren, zei hij, boden een goede kans op een politieke oplossing, maar de ervaringen uit de afgelopen periode waren “bitter” geweest. Alle partijen hadden nagelaten zich aan hun afspraken te houden. Kritiek aan het Joegoslavische Volksleger was onterecht, zei hij: “Het leger heeft nooit de bedoeling gehad bepaalde politieke oplossingen af te dwingen.”

Hadden de Joegoslavische partijen werkelijk de wil om tot een vreedzame oplossing te komen, zo werd Van den Broek gevraagd. Het antwoord was veelbetekenend: “Dat is moeilijk te zeggen. Ik ben niet overdreven optimistisch. Er is nog veel voorbereiding nodig en de Joegoslavische partijen moeten nu zelf de conclusie trekken wat zij precies willen.”

    • Rob Meines