EG-beleid onder vuur

Het mededingingsbeleid van de Europese Commissie kwam deze week zwaar onder vuur te liggen na het veto dat de Commissie op instigatie van de Commissaris voor mededinging, sir Leon Brittan, uitsprak over de voorgenomen overname van de Canadese vliegtuigbouwer De Havilland door het Frans-Italiaanse consortium ATR. Nadat het afgelopen weekeinde de Franse minister van buitenlandse zaken Roland Dumas tijdens de informele raad in Haarzuilens al zijn bezwaren over die beslissing tot uitdrukking had gebracht, stond maandag al de directeur van Aérospatiale op de stoep van het Berlaymont-gebouw in Brussel om herziening van het besluit te bepleiten.

Diezelfde dag nog zetten de Franse en Italiaanse ministers van transport een gezamenlijke aanval in tijdens de Transportraad in Luxemburg, waarbij de Commissie verweten werd dat zij “Europa ontwapent” door tezeer naar concurrentie en te weinig naar industriepolitiek te kijken.

Voorzitter van Europese Commissie Jacques Delors zat intussen in een moeilijk parket: als Fransman, met (presidentiële) aspiraties in de Franse politiek, werd het hem zeer kwalijk genomen dat hij zich niet tegen het besluit van Brittan had gekeerd. Dat zijn concurrent Michel Rocard het besluit in een zelfgeschreven artikel in Le Monde “een misdaad” noemde, had vooral met presidentsverkiezingen over een paar jaar te maken. Delors had zich van stemming onthouden omdat “de rol van de voorzitter is het om zeventien commissarissen te laten samenwerken.”

Maar het felst aangevallen werd Sir Leon Brittan zelf. In het Europees Parlement in Straatsburg kreeg hij dinsdagavond een lawine van verwijten van vooral Franse en Italiaanse parlementariërs over zich heen. “Europa moet zich ontdoen van dit ongecontroleerde zootje technocraten”, foeterde een vertegenwoordiger. En de zaak voor het Hof van Justitie gaan aanvechten? Dat betekende op z'n best dat men na jaren “morele en postume” rechtvaardiging zou krijgen.

Sir Leon zelf, die dezer dagen door zijn omgeving als “woedend” wordt beschreven, verweerde zich uit alle macht tegen de “onwaardige” aanvallen. Het verwijt als zou hij nationale belangen hebben laten prevaleren (die van British Aerospace) noemde hij absurd: van de 52 gevallen waarin concentraties waren toegestaan waren er 23 Frans.

Er zijn ook genuanceerder geluiden te horen, onder meer van de Britse Labourafgevaardigde Donnelly en zijn Nederlandse partijgenoot Alman Metten. Zij pleitten er voor dat de Commissaris voor mededingingszaken nauwer samenwerkt met die voor industriepolitiek, Martin Bangemann, die vorige week tegenstemde.

Ook Frans Andriessen, die zelf voor het voorstel van Brittan heeft gestemd, kan wel enig begrip opbrengen voor de Frans-Italiaanse positie: “Het argument van Frankrijk en Italië is dat het verbod voor deze fusie het minder goed mogelijk maakt een Gemeenschapswijde en in de wereldsituatie competitieve onderneming op te bouwen. Er is natuurlijk ook een stukje nationale weerstand, maar het is meer een economisch belang dan dat het met de soevereiniteit te maken heeft.”

Brittan is niet tot concessies bereid. Tenzij het Frans-Italiaanse consortium met een geheel nieuw voorstel komt dat meer is dan een “eenvoudige juridische verkleding” van het door de Europese Commissie verworpen project. Hij kan de Fransen er ook nog eens fijntjes op wijzen dat zij twee jaar geleden enthousiast instemden met de nieuwe Europese mededingingsregels.