De puinhopen van de 'verloren jaren tachtig' nog lang niet opgeruimd; Investeerders en banken keren terug naar Latijns-Amerika

LIMA, 11 OKT. De buitenlandse banken trokken als eerste hun handen af van Latijns-Amerika. Zij waren er ook als eerste weer terug. Na het schuldendebâcle in de jaren tachtig, waarbij Latijns-Amerikaanse economieën synoniem waren geworden met hyperinflatie, uit hun voegen geknapte overheden, stijgende werkloosheid en verlammende armoede, markeert het begin van de jaren negentig het niet eens zo voorzichtige economisch herstel van het continent.

Een bank die, uit de aard van zijn hoedanigheid, altijd is blijven zitten in Latijns-Amerika, de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank (BID), schrijft in zijn jaarverslag over 1990 nog voorzichtig: “Er zijn redenen om hoop te hebben op de middellange en langere termijn en bezorgdheid op de korte termijn.” Die omschrijving, zeker waar het de korte termijn betreft, heeft nog niets aan geldigheid ingeboet. Het merendeel van de Latijns-Amerikanen leeft nog steeds onder erbarmelijke omstandigheden. De gehele en gedeeltelijke werkloosheid blijft hoog, de infrastructurele achterstand groot.

Maar er moet iets aan worden toegevoegd. Namelijk dat Latijns-Amerika in 1991-1992 voor het eerst in tien jaar tijd weer netto importeur van kapitaal lijkt te worden. De terugkeer van vluchtkapitaal dat in het afgelopen decenniumin de jaren '80 massaal het continent verliet om een veilige haven in Amerikaanse en Europese banken te zoeken, wordt begeleid door zogeheten nieuw geld van internationale en multilaterale instellingen zoals IMF, Wereldbank en BID zelf en verse investeringen in een gebied dat kennelijk door banken en ondernemers als veelbelovend wordt beschouwd. Over vorig jaar noteerde de OESO (waarin de rijke industrielanden zijn verenigd) een stroom van 24 miljard dollar aan particulier kapitaal naar Latijns-Amerika, in vergelijking met 15 miljard in 1989.

De angst blijkt ongegrond dat Latijns-Amerika in het vorige decennium zijn reputatie voorgoed zou hebben verpest als aantrekkelijk investeringsgebied en dat de nieuwe democratieën in Oost-Europa (en recentelijk de Sovjet-Unie) de aandacht volledig zouden opeisen. “Oost-Europa en de Sovjet-Unie waren en zijn geen echte concurrenten voor Latijns-Amerika waar het om investeringsmogelijkheden gaat,” zegt Rudiger Dornbush. De hoogleraar aan het beroemde Massechusetts Institute of Technology ziet zijn gelijk bevestigd in de snelle toestroom van kapitaal naar landen als Mexico en Chili. Dornbusch concludeert dat de jaren negentig zonder twijfel “het decennium van Latijns-Amerika zullen worden.”

Het optimisme van Dornbush en vele anderen in de financiële wereld is vooral gebaseerd op de opmerkelijke en veel geciteerde succesverhalen van drie landen in de regio: Mexico, Chili en Venezuela. Maar ook een notoir instabiel land als Argentinië belooft momenteel economische hoogtijdagen. Financiële analisten zeggen dat de huidige hausse op de Bolsa de Valores (beurs) van Buenos Aires zeker niet alleen maar speculatief is. “Het is een indicatie dat vele plaatselijke en buitenlandse investeerders het stabilisatieplan van de regering serieus nemen en goede zakenmogelijkheden verwachten”, aldus de in New York uitgegeven Newsletter Business Latin America. De Bolsa is sinds begin dit jaar in dollars bijna 300 procent gestegen.

Het beeld dat Latijns-Amerika te zien geeft is dat van een zware kar die getrokken wordt door de volbloeds Mexico, Venezuela en Chili, dat zelfs zijn munteenheid de peso moest revalueren (!) ten opzichte van de dollar. Een krachtige remmer heeft achterop heeft plaatsgenomen. Dat is Brazilië, het land met in potentie de meeste mogelijkheden voor economische groei en ontwikkeling, maar in werkelijkheid met de zorgelijkste stand van zaken.

Achtereenvolgende stabiliseringsplannen hebben niet kunnen leiden tot het bedwingen van de notoire inflatie, terwijl de recessie nog onverminderd slachtoffers maakt onder bedrijven en werknemers. Desondanks kende Brazilië in de eerste zeven maanden van dit jaar een toestroom van zes miljard dollar particulier kapitaal. Onduidelijk is echter, of het hierbij gaat om geld voor investeringen of voor nieuwe varianten op de beruchte "overnight' markt, waar letterlijk van de ene op de andere dag fabelachtige speculatiewinsten konden worden gemaakt.

Ook in Peru komt het geld met bakken tegelijk binnen. Jarenlang was het door drugs en terrorisme geplaagde Andesland de zieke man van de internationale financiële gemeenschap. Vooral nadat de vorige president, Alan Garciá, de banken had genationaliseerd en de schuldaflossing gestaakt. Inmiddels heeft de huidige president, Alberto Fujimori, dank zij de hulp van de VS, Japan en Europa de reinserción (heropname) van zijn land in de internationale financiële gemeenschap weten te bevechten en een serie voorwaarden geschapen die Peru wel het meest aantrekkelijke land voor investeringen in Latijns-Amerika moet maken.

Maar het kapitaal dat (terug)komt, maakt alleen maar gebruik van de hoge rentevergoedingen die de Peruaanse banken op rekeningen in zowel dollars als nuevo soles (de Peruaanse munteenheid) geven. De toenemende onveiligheid en de verslappende greep van de centrale overheid op een steeds groter deel van het land, werken duidelijk afschrikwekkend op de investeringen. Het moet voor de Peruaanse regering een tantaluskwelling zijn zoveel geld te zien rondslingeren en zoveel staatsondernemingen in de aanbieding te hebben, terwijl de twee niet bij elkaar kunnen worden gebracht.

In landen waar de politieke situatie niet of niet meer een instabiele factor vormt, blijken de privatiseringen grote hoeveelheden kapitaal uit binnen- en buitenland aan te trekken. In Argentinië, Venezuela en Mexico hebben recente privatiseringen grote successen geboekt. Argentinië verwacht ruim 10 miljard dollar van zijn 60 miljard dollar grote schuld te kunnen aflossen dank zij de verkoop van staatsbedrijven. De verkoop van Mexicaanse staatsbanken heeft bijna driemaal het begrote bedrag opgeleverd.

De interesse van de investeerders geldt niet alleen de landen zelf, maar ook de vrijhandelsverdragen en economische gemeenschappen die zij met andere landen in de regio overeenkomen. Hoewel de processen nog lang niet zover zijn als in de EG, krijgen de verschillende blokken steeds duidelijker vorm. Ondertussen wordt de ene na de andere tariefmuur geslecht.

In het zuiden is er de MercoSur (Brazilië, Argentinië, Paraquay en Uruquay), in het noorden de TLC of Nafta, het vrijhandelsakkoord tussen de VS, Canada, Mexico (en mogelijk ook Chili) dat vermoedelijk volgend jaar zomer een realiteit zal zijn. De vijf Andeslanden Venezuela, Colombia, Ecuador, Peru en Bolivia hebben hun Pacto Andino.

Toenemende samenwerking krijgt ook gestalte in Midden-Amerika en in het Caribisch gebied. Op termijn moeten al deze interne markten in wording aansluiting bij elkaar vinden om te komen tot de door de Amerikaanse president Bush gewenste vrijhandelszone van Alaska tot Vuurland, de 'Enterprise for the America's'.

Toekomstmuziek voorshands. De economische hervormingen in Latijns-Amerika beginnen hun vruchten af te werpen, en de toestroom van kapitaal is daar een bewijs van. Maar de puinhopen van de “verloren jaren tachtig” zijn in dit continent nog lang niet opgeruimd.

    • Reinoud Roscam Abbing