Crispell Marylin Crispell Trio, Live in Zürich ...

Crispell Marylin Crispell Trio, Live in Zürich (Leo Records CD LR 122. Peggy Larson Peggy Larson Band Live, Rood Haar (PLB-001) Don Giovanni Don Giovanni o.l.v. Riccardo Muti. EMI CDS 7 54255 2 (3 cd's). Public Enemy Public Enemy: Apocalypse 91...The Enemy strikes black. (Def Jam-Sony Music 468751 2) The Ex The Ex & Tom Cora: Scrabbling At The Lock (Rec Rec Music 051D)

Crispell Pianiste Marylin Crispell (1947) voelde zich pas laat tot de geïmproviseerde muziek geroepen en moest daarna nog lang sappelen. Enig succes heeft ze eigenlijk pas de laatste jaren; haar door Leo Records uitgebrachte lp Gaia raakte uitverkocht en belandde op de Top 10 van 1988, opgesteld door de recensenten van het Engelse muziekblad Wire. Of de Live in Zürich opgenomen cd eenzelfde onthaal zal krijgen, moet worden afgewacht, maar het kan niemand ontgaan dat hier een pianiste met grote autoriteit aan het werk is. Na een korte vocale verwijzing naar haar folk-rock verleden gaat ze er in het openingsstuk Areas al snel keihard en percussief tegenaan. Met enorme energie stapelt ze cluster op cluster tot er een bouwwerk staat dat weliswaar zwaar en groots is, maar toch niet doods of neerdrukkend. Komt het doordat het allemaal zo helder blijft, zo doorzichtig van constructie? Waarschijnlijk wel. In het aan Areas vastgeplakte Solstice bouwt ze nog eens zo'n kasteel maar nu vanuit een duidelijke 4-4 maat met een walking bass van Reggie Workman. De drie resterende stukken zijn anders van opzet. Night Light Beach is zoekerig maar niet week, Duets bestaat uit "om-en-ommetjes' met slagwerker Paul Motian die voor zijn doen ongewoon heftig uitpakt, en Dear Lord is een eerbewijs aan wijlen John Coltrane die haar op het spoor van de geïmproviseerde muziek bracht. Geen dood spoor blijkbaar.

Marylin Crispell Trio, Live in Zürich (Leo Records CD LR 122.

Peggy Larson

De Amerikaanse Peggy Larson was hier al jarenlang actief met koren, theaterstukken en vooral haar a capella groep TAMAM voor ze begin vorig jaar haar eigen band oprichtte. Een heel weloverwogen stap kennelijk, want het samen met pianist Albert Veenendaal geproduceerde Rood Haar laat een vocaliste horen die weet wat ze wil: eigen muziek en met zorg gekozen teksten. Soms ligt het primaat duidelijk bij de woorden, zoals in het titelstuk, gebaseerd op een absurde tekst van de Russische OBERIOET Daniil Charms. Meestal echter staan woorden en muziek op gelijk niveau, zoals in I love him, een prachtig stem-contrabas duet waarvoor Larson zowel de tekst als de muziek schreef. Ook de bandleden leveren bijdragen, pianist Veenendaal het in het Italiaans gezongen Citta Fredda, trombonist Willem van Manen Gazpacho, een liefdeslied dat in een soeprecept ontaardt, en bassist Arnold Dooyweerd het koddige Dr. Livingstone, I presume. Zowel in de twee laatste composities als in No No Know No Rest toont Larson zich niet alleen een consciëntieuze zangeres maar ook een aanstekelijke comédienne. In een studio zou deze extra kwaliteit misschien verloren zijn gegaan, in deze opnamen voor publiek komt ook deze theatrale kant goed over. De kunst waar de Peggy Larson Band zich aan wijdt kan men misschien het best als "jazzcabaret' omschrijven, een genre dat naast de Engelse Mike Westbrook Band maar weinig beoefenaars kent.

Peggy Larson Band Live, Rood Haar (PLB-001)

Don Giovanni

Leuk dat William Shimell - "onze' Don Giovanni uit de goede produktie van de Nederlandse Opera die in juni volgend jaar wordt herhaald - nu ook in deze titelrol op de plaat is te horen. Maar dat is ongeveer ook wel het enige leuke van de nieuwe opname die Riccardo Muti maakte met de Wiener Philharmoniker en een voornamelijk Amerikaanse cast. Natuurlijk valt er wel wat te genieten, maar in vergelijking met het beste op dit gebied doet deze EMI-opname in vrijwel elk opzicht onder voor de glorie van het verleden, zoals de opwindende en tintelende oude EMI-uitgave onder leiding van de geïnspireerde Giulini.

De benadering van Riccardo Muti is vaak al te stevig en bijna soms liefdeloos voor het dubbelzinnige en spirituele van Mozarts partituur en Da Pontes libretto. En bij de vocale vertolking mist men dat gevoel voor het theatrale. De recitatieven missen flitsende levensechtheid en Don Giovanni's hellevaart kent nauwelijks demonische overtuigingskracht.

De meeste rollen worden in een iets te holle akoestiek al te rechtoe-rechtaan gezongen en gaan te veel uit van cliché-opvattingen. De fijnzinnige "regie', de hoorbare en navoelbare subtiele karakterisering van de personages met al hun poses en onoprechtheid ontbreekt. De verlekkerde pesterigheid van een expressief zo rijk geschakeerde aria als Madamina verbleekt in de Leporello-vertolking van Samuel Ramey. Het duet tussen Don Giovanni en Zerlina (Susanne Mentzer) mist de spanning van het avontuurlijk betreden van het domein der verboden geilheid. Cheryl Studer (Donna Anna) en Carol Vaness (Donna Elvira) kunnen zeker bewonderenswaardig zingen, maar het is ook vaak wel steriel en wat hoort men bij deze directheid van de opname soms ook de fysieke inspanning. Frank Lopardo, ooit een bijzondere Almaviva in de Amsterdamse Il barbiere di Siviglia, valt in gunstige zin op als een niet zo zijïge Don Ottavio.

Don Giovanni o.l.v. Riccardo Muti. EMI CDS 7 54255 2 (3 cd's).

Public Enemy

Het oeuvre van de Newyorkse rapgroep Public Enemy laat zich beluisteren als een serie. Niet alleen omdat de titel van hun nieuwe lp, Apocalypse 91...The Enemy Strikes Black, aansluit op de vorige (Fear of a Black Planet), maar ook omdat de woede over de blanke overheersing en de uitbuiting van het zwarte ras al vier cd's lang standhoudt. Chuck D., die sneller rapt dan wij kunnen meelezen, beschrijft het troosteloze leven in het ghetto en veroordeelt de blanken als racisten. Soms is zijn radicalisme drammerig, soms komisch. Muzikaal lijkt Public Enemy een collage van de geluiden in een probleemwijk op zaterdagavond. Sirenes, gegil, gierende banden of de repeterende sample van het geraas van een cirkelzaag (in Lost at Birth) - de klanken van Apocalypse 91 zijn even verontrustend als de teksten. Het gebruik van samples is minder prominent dan op Fear of a Black Planet, een verstikkend effect wordt verkregen door de hectische ritmes van de drummachine en het herhalen van simpele, dreigende loopjes. Vooral het intro van A Letter to the New York Post, waarin een vertegenwoordiger van de Ku Klux Klan de "niggers' bedankt voor de snelheid waarmee ze elkaar uitmoorden, is beklemmend. Deel vier in de vervolgserie van Public Enemy over "zwart versus wit' is niet verrassend maar wel sterk.

Public Enemy: Apocalypse 91...The Enemy strikes black. (Def Jam-Sony Music 468751 2)

The Ex

De dagen van de toepasselijke elpeetitel Pokkeherrie lijken voorgoed voorbij. Op het beduidend genuanceerdere Scrabbling At The Lock bundelt de voormalige punkgroep The Ex haar krachten met de Newyorkse cellist Tom Cora voor een verbluffende muzikale cocktail van punk, modern klassiek en volksmuziek van Turkse en Hongaarse origine. De grimmige teksten en krassende gitaren herinneren aan de anarchistische punk van weleer, maar de temperamentvolle viool, de "minimale' cellopartijen en de indringende vocale improvisaties verbreden het muzikale kader tot een niet eerder gehoorde vorm van wereldmuziek. Daarbij worden grenzen verlegd en doorbroken.

Het instrumentale Batium heeft waarschijnlijk weinig meer gemeen met de Turkse muziek die er aan ten grondslag ligt. De interpretatie klinkt intrigerend en dreigend, als een verklanking van een nog niet ten volle verwezenlijkte smeltkroes van Europese culturen. Pas wanneer The Ex zich als vanouds laat leiden door politieke sentimenten, zoals in het pessimistische King Commie of de anti-oorlogssmartlap Fire And Ice, verandert de gouden koets in een pompoen en zijn we terug in een kraakpand in Wormer, waar de in eigen beheer geperste platen met gebalde vuisten in de hoesjes worden geschoven.

The Ex & Tom Cora: Scrabbling At The Lock (Rec Rec Music 051D)

    • Jan Vollaard
    • Paul Luttikhuis
    • Frans van Leeuwen
    • Hester Carvalho
    • Kasper Jansen