"Als hij gaat zwalken, haal ik hem eraf'

Waar liggen de grenzen van het menselijk lichaam? Dat is de vraag die negen atleten en een atlete vanaf woensdagochtend bezig houdt. Tot en met zaterdag en voor een enkeling nog een dag langer zijn ze bezig met een vijfvoudige triathlon. Negentien kilometer zwemmen, negenhonderd kilometer fietsen en tweehonderdtien kilometer hardlopen.

DEN HAAG, 11 OKT. Zes uur vanochtend in het donkere Haagse Zuiderpark. Martin Feijen haalt als eerste van de tien duursporters zijn voeten van de pedalen om even later de bevrijdende loopschoenen aan te trekken.

“Ga je eerst even douchen, Martin”, zegt zijn vrouw Joke terwijl ze een prakje macaroni voor haar hem klaar zet. “Nee, ik lig al drie uur achter op schema, ik ga meteen door”, klinkt zijn antwoord. Op dat moment is de 35-jarige automatiseringsspecialist al ruim vijfenveertig uur op de been, zonder een seconde nachtrust. Toch lijkt hij nog steeds monter, maar schijn kan bedriegen.

Een uur eerder overweegt de enige Nederlandse deelnemer toch maar een uur nachtrust te nemen, omdat hij het onverantwoord vindt verder te gaan. Hij kan de slaap op het helverlichte circuit (rondjes van 2500 meter) nauwelijks meer de baas. Een bak zwarte koffie helpt hem weer op de been. Ietwat verontrust kijkt zijn vrouw hem bij zijn vertrek na. “Dit vind ik altijd moeilijk. Zolang het goed gaat, heeft hij aan mij een reuzesteun. Maar ik weet niet wat ik moet doen als hij er doorheen zit. Dan zijn zijn broers juist weer belangrijk. Die nemen dan de beslissing. Maar ik laat het niet zover komen dat hij hier zwalkend over de baan gaat, hoor.”

Moeilijk vond ze het wel toen haar man zich zo'n zes jaar geleden op de dubbele triathlon ging toeleggen, maar “na een sfeervol etentje” is ze overstag gegaan. “Je moet elkaar tenslotte vrij laten. Nu sta ik er helemaal achter. En dat is denk ik ook wel belangrijk. Anders was het voor Martin toch wel veel moeilijker geweest.” Wat haar man bezielt om zichzelf zo af te matten weet zij ook niet. “We kunnen lezen en schrijven met elkaar. Maar ik kan niet uitleggen waarom hij zo'n wedstrijd het einde vindt. Dat zul je hem toch zelf moeten vragen.”

De enige manier tot communicatie is de fiets pakken en meerijden. Feijen stelt het gezelschap op prijs. “Lekker dat er weer even iemand naast me komt fietsen die voor afleiding zorgt. Want je verveelt je dood zo'n nacht. Je hebt niets te doen. Net zat ik er echt doorheen. Ik zag allemaal vormen in de struiken die er helemaal niet waren. Dat krijg je in zo'n half wakker, half slaap toestand. Maar nu gaat het wel weer hoor. Gelukkig maar, want als het echt onverantwoord is, dan had ik moeten slapen. En dat zie ik niet zitten, hè. Het is een triathlon, niet een etappewedstrijd.

“Hoe ver kun je gaan, die vraag is mijn drijfveer. Het prikkelt me te onderzoeken waar de grenzen liggen. Dat heb ik al vanaf mijn achttiende jaar. Ik ben denk ik een man van de uitdaging. Steeds wil ik een stapje verder komen, een nieuw gebied ontdekken. Dat is ambitie, heel veel ambitie. En misschien ook een beetje gekte, maar dan wel positieve gekte. Want mijn lichaam kan het aan en het is toch zo'n enorm gevoel om dit te halen, om straks over de finish te komen en het gedaan te hebben. Dat is het mooie van zo'n uitdaging.”

Feijen heeft zelf voor de mogelijkheid van een “ultra-triathlon” moeten zorgen. De voorzitter van de triathlonbond, Frank Lambert, liet weten de monsterwedstrijd onverantwoord te vinden. Feijen nam daarom zelf het initiatief en richtte met een paar vrienden de Stichting Dutch (Dutch Ultra Triathlon Challenge) op. Twee jaar geleden werd een viervoudige triathlon georganiseerd en nu dus de vijfvoudige.

Van onverantwoorde slijtage lijkt aan het eind van het tweede onderdeel nog geen sprake te zijn. “Maar we hebben hier dan ook te maken met supergetrainde sporters”, legt de dienstdoende dokter Ger Mulder uit, die samen met een collega om de zes uur de sporters onderzoekt. “Tot nu toe hebben we niet in hoeven grijpen. Deze atleten lopen als een klokje. Het is fantastisch hoe ze met hun lichaam omgaan, er naar luisteren. Ik geef eerlijk toe dat ook ik sceptisch tegen zo'n uitputtingsslag aankeek. Maar die negatieve gevoelens zijn geheel omgeslagen in respect. Als je dit waanzin noemt, dan is alle topsport dat.”

Wie morgenmiddag als eerste over de finish gaat, zal pas bij het opgaan van de zon te voorspellen zijn. Feijen heeft een kleine drie uur voorsprong op de Deen Hobjerre, die evenwel al een aantal slaappauzes heeft gehouden. Dat telt ook voor de nummer drie, de Duitser Korn. Grote vraag is hoe lang de Nederlander het nog zonder nachtrust uit zal houden. Feijen: “De komende nacht is het ergst. De uitputting zal dan groot zijn en de verveling ondraaglijk. Maar daar staat tegenover dat als ik hem doorkom, morgen dat ene prachtige moment mag proeven: de finish.”

    • Geert-Jan Bron