Weer botsing Koerden en leger Irak gemeld

NICOSIA, 10 OKT. Iraakse troepen en Koerdische guerrillastrijders zijn ook gisteren weer enige tijd slaags geweest in de buurt van de noordoostelijke stad Sulaymaniyah, in weerwil van een officieel staakt-het-vuren. Washington heeft er bij beide partijen op aangedrongen het staakt-het vuren na te leven, en de tienduizenden vluchtelingen die weer op pad zijn gegaan, naar hun woningen te laten terugkeren.

Iraakse troepen gingen zaterdag in het offensief tegen Koerdische guerrillaposities bij de plaatsen Kalar en Kifra ten zuiden van Sulaymaniyah. Dinsdag werd een staakt-het-vuren overeengekomen, nadat de Irakezen enige terreinwinst hadden geboekt. Bij de gevechten zijn tot dusverre honderden doden gevallen.

Een woordvoerder van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), een van de twee grote Koerdische partijen, kritiseerde gisteren het ontbreken van Westerse steun in deze gevechtsronde, de ergste sinds de onderdrukking van de Koerdische opstand in het voorjaar. Volgens hem waren de geallieerden teruggekomen van een belofte tussenbeide te komen als het Iraakse leger in de aanval ging. De geallieerde legereenheden die daartoe in het Turkse grensgebied met Irak waren gestationeerd, zijn inmiddels echter naar huis teruggekeerd.

Koerdische guerrillastrijders verzamelen zich nu op punten dicht bij Iraks grenzen met Iran en Turkije voor het geval de strijd in ernst wordt hervat. De PUK-woordvoerder onderstreepte wat dit betreft dat “we hebben geleerd dat we alleen op onszelf kunnen vertrouwen”. (Reuter, AP, AFP)