"Succes voor shuttle diplomatie Den Haag'; "Volharding werkt blijkbaar toch'; Bemiddeling oefening in conflictbeheersing

DEN HAAG, 10 OKT. "Shuttle'-diplomatie per telefoon. Dat bedrijft de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Hans van den Broek, dezer dagen met Joegoslavië.

Bijna acht uren aan de telefoon dinsdagmiddag en -avond, opnieuw vijf uren gisteren, tussendoor concepten voor akkoorden lezend aan de regeringstafel in de Tweede Kamer, met een half oor luisterend naar de premier. Alle personen van betekenis in Joegoslavië worden bij de telefonade betrokken, collega-ministers als Genscher, Dumas, Hurd en De Michelis en ook James Baker en tenslotte lord Carrington worden geraadpleegd. Resultaat: de uitvoering van zeer gedetailleerde afspraken tussen de strijdende partijen komt op gang.

“Voor het eerst”, aldus gisteravond een tot dan toe zeer sceptische diplomaat uit het Genscher-kamp, “lijkt het alsof we werkelijk een stap verder zijn gekomen. Van den Broeks volharding werkt blijkbaar toch.” Vanmiddag zouden de presidenten Franjo Tudjman en Slobodan Milosevic van Kroatië en Servië en de federale minister van defensie, Veljko Kadijevic, weer naar Den Haag komen om de losse eindjes aan elkaar te knopen. Daar zijn vragen bij als hoeveel federale troepen in Kroatië mogen achterblijven en hoeveel tanks de Kroaten mogen houden, waaraan ze immers in de federatie hebben meebetaald.

Dinsdagavond was de beslissing gevallen: om twaalf uur komt er een verlossend telefoontje uit Zagreb, waar sinds die ochtend elf uur de Nederlandse leider van de EG-waarnemersmissie, ambassadeur Dirk-Jan van Houten, confereert met generaal Andrija Raseta, commandant van het Vijfde district van het Joegoslavische Volksleger (JNA), de Kroatische vice-minister van defensie Stjepan Adamic en kolonel Imra Agotic van de Kroatische defensiestaf. In zijn telefoontje om twaalf uur 's nachts kan Van Houten aan Van den Broek melden dat de zaak in orde is: alle partijen hebben een akkoord getekend, waarin een staakt-het-vuren is vastgelegd, waarin is afgesproken dat alle blokkades van JNA-kazernes in Kroatië worden opgeheven, dat het federale leger zijn kustblokkade opgeeft en onmiddellijk voedsel en medicijnen mogen worden gebracht naar de van de buitenwereld afgesneden gebieden Vukovar en Vinkovci.

En deze keer houdt iedereen zich aan z'n afspraken. De belangrijkste oorzaak daarvan, zeggen mensen die rechtstreeks bij de onderhandelingen betrokken waren, is dat ambassadeur Van Houten in Zagreb en minister Van den Broek vanachter de telefoon in Den Haag tot de kern van het probleem doordringen: alle details moeten worden vastgelegd; stap voor stap wordt bepaald van welke van de dertig kazernes de belegering door de Kroatische milities worden opgeheven, op welke dag, onder welke omstandigheden en met meeneming van welke wapens.

Stap voor stap wordt ook afgesproken waar de soldaten uit deze kazernes naartoe gaan, voor wat in het akkoord "hergroepering' heet, en hoeveel EG-waarnemers hen zullen begeleiden. De eerste kazerne waarvan de blokkade bij wijze van vertrouwenwekkende maatregel met onmiddellijke ingang moet worden opgeheven, is de Borangaj-kazerne in Zagreb.

Van den Broek moet deze dinsdagavond pokerspelen op hoog niveau. Als de zaak 's avonds om tien uur vrijwel rond is, komt de federale generaal Raseta ineens met nieuwe eisen. Hij wil, tegen de afspraken in, toch nog allerlei wapenmaterieel uit deze en andere kazernes in Kroatië meenemen. Ambassadeur Van Houten komt niet verder; voor de zoveelste keer zoekt hij contact met Van den Broek in diens kamer op Buitenlandse Zaken. De minister wil het nu hard spelen: als Raseta bij deze eis blijft, zal de EG het federale leger verantwoordelijk stellen voor de mislukking van de besprekingen.

Korte ruggespraak met de generaal; geen resultaat. Van den Broek raadt hem aan zijn chef in Belgrado, admiraal Brovet, te bellen, de federale onderminister van defensie. Het gesprek wordt beëindigd. Korte tijd later, opnieuw ambassadeur Van Houten: het is niet gelukt.

De minister laat het nummer van admiraal Brovet draaien en stelt hem, in duidelijke woorden, dezelfde eis: als het akkoord niet wordt getekend, is zonneklaar wie de schuldige is: het federale leger. De economische strafsancties zullen dan worden doorgezet en de EG zal het bewind in Belgrado politiek isoleren. Brovet vraagt bedenktijd en tijd om het federale presidentschap toestemming te vragen de door generaal Raseta gepresenteerde eis in te trekken. Akkoord, als het maar niet te lang duurt. Na contact met ondermeer de Servische president Milosevic belt Brovet na een half uur terug: het is okee, maar dan moet hij van de EG de garantie hebben dat de Kroaten zich aan hun afspraken houden om de belegering van de kazernes op te heffen.

Die garantie kan Van den Broek hem niet geven. Hij zou dan omgekeerd van het federale leger ook de garantie kunnen vragen, dat aanvallen op het paleis van Tudjman niet meer voorkomen. Dat blijkt een slimme zet te zijn, want de officiële versie van de legerleiding is dat de piloot die het paleis bombardeerde daartoe geen instructies had, maar op eigen houtje handelde. De legerleiding zou deze daad scherp moeten veroordelen en openlijk bekendmaken dat de dader wordt gestraft, zegt de minister. Admiraal Brovet zegt niets toe, maar tegen twaalf uur meldt Van Houten zich opnieuw uit Zagreb: de handtekeningen zijn gezet, ook die van generaal Raseta.

Inmiddels had Van den Broek ook geregeld president Tudjman uit Zagreb en president Milosevic uit Belgrado aan de telefoon en overlegt hij met Genscher, Dumas en De Michelis. “De strijd is van ons uit eigenlijk de hele tijd op twee fronten gestreden”, zegt een hoge ambtenaar: “In Joegoslavië en in de EG. De laatste tijd hebben de Duitsers zich meer achter onze lijn geschaard, maar in het begin ging het moeizaam met ze.” Van den Broek raadpleegt zijn collega's om dekking te krijgen voor het hoge spel dat hij speelt met de Joegoslaven. Die krijgt hij, ook van de Amerikaanse minister Baker.

De hele woensdag gaat ambassadeur Van Houten in Zagreb door met het uitwerken van gedetailleerde plannen voor opheffing van de verdere belegering van kazernes en hergroepering van de federale legereenheden. De hoeveelheid manschappen moet nauwkeurig worden opgegeven, de bewapening opgesomd, vastgesteld worden welke wapens wel en welke niet mogen worden meegenomen. Tegen zevenen woensdagavond ligt een eerste uitgebreide concept op tafel. Het gesprek verloopt gemakkelijker, naarmate het staakt-het-vuren standhoudt en de onderhandelaars iets meer vertrouwen in elkaar krijgen.

“Hier op het ministerie zijn we ons van het begin af aan bewust geweest van het feit, dat wij als EG-president de laatsten zijn die kunnen zeggen: laat die arme burgers daar in Joegoslavië maar aan hun lot over. In andere landen hoorde je die opvatting wel: ze moeten het zelf uitvechten, je kunt er toch niets aan veranderen.” De functionaris die dit vertelt, voegt eraan toe dat er bovendien een voor de Europese Gemeenschap fundamenteler kant aan de zaak zit. “Als we er niet in slagen het probleem-Joegoslavië zodanig aan te pakken, dat er een oplossing in zicht komt, kunnen we het helemaal vergeten als we met nog grotere en gecompliceerder kwesties komen te zitten elders in Oost-Europa en de Sovjet-Unie.”

Joegoslavië is voor de EG een testcase en tegelijkertijd een oefening in conflictbeheersing in Europa. “Mensen die zich nu afvragen of de minister de afgelopen dagen niet beter met de Europese Politieke Unie had kunnen bezig zijn, moeten zich dat realiseren. Bovendien gaat het hier toch om een testcase voor de politieke samenwerking van de Twaalf.”

Het verwijt, vooral van Duitse zijde, dat Nederland te weinig ervaring op de Balkan heeft om deze kwestie tot een goed einde te kunnen brengen, wordt op Buitenlandse Zaken niet geaccepteerd. In de eerste plaats is de minister erbij betrokken door de regeringsleiders op de topconferentie in Luxemburg eind juni en ten tweede heeft hij, zegt men in Den Haag, in zo'n korte tijd zoveel prestige verworven bij de Joegoslavische leiders, dat ze voortdurend zelf bellen, naar hem luisteren en - zoals vandaag - op een eerste teken van Van den Broek weer in Den Haag verschijnen.

Op het ministerie wordt toegegeven dat men aanvankelijk teveel het volgende principe heeft gehandhaafd: de Joegoslavische partijen moeten het zelf doen, de EG kan hoogstens behulpzaam zijn. Dat werkte niet, elke afspraak werd binnen de kortste keren geschonden. Nu dicteert de EG-president bijna letterlijk zelf telefonisch de zinnetjes van de akkoorden. “Elk detail moet door óns ingebracht worden, van de andere partij accepteren ze dat niet.”

Als de presidenten en de federale minister van defensie vandaag bereid zijn hun volle gewicht in de schaal te werpen voor de oplossing van deze problemen, heeft de EG-president nog een beloning in het verschiet: een tijdstip voor erkenning van Kroatië. Op voorwaarde uiteraard dat de zaak met de Servische minderheden is geregeld, dat de vredesconferentie tot een goed einde is gebracht en Kroatië bereid is tot een “losse associatie of alliantie” van Joegoslavische staten.

De scepsis blijft. Er is nog veel te doen. De vraag die vanmiddag aan de presidenten zou worden voorgelegd - hoeveel federale troepen mogen nog in Kroatië achterblijven - kan een bron van conflict worden. Evenals bijvoorbeeld de kwestie wat er met de zevenhonderd treinwagons met wapentuig van het federale leger moet gebeuren, die in Slovenië op een rangeerspoor staan.