Roberto Zucco als snelle stoelendans

Voorstelling: Roberto Zucco van Bernard-Marie Koltès door Toneelgroep Amsterdam en Theatergroep Carrousel. Vertaling: Thérèse Cornips; regie: Lidwien Roothaan; decor: Paul Gallis; licht: Reinier Tweebeeke; spel: Mark Rietman, Celia Nufaar, Luutgard Willems, Tania van der Sanden, e.a. Gezien: 8-10 Bellevue Amsterdam. Nog te zien aldaar t-m 3-11.

Roberto Zucco van Bernard-Marie Koltès moet een onmogelijk stuk zijn voor acteurs. Die gedachte drong zich op na kort na elkaar twee onbevredigende uitvoeringen ervan te hebben gezien. De emotionele geladenheid van het stuk bleek in beide gevallen moeilijk op een geloofwaardige en aanvaardbare manier vorm gegeven te kunnen worden. De door Karst Woudstra geregisseerde voorstelling die eind september haar première beleefde bij het Noord Nederlands Toneel had te kampen met bijna groteske gevoels-explosies, de acteurs overschreeuwden zichzelf letterlijk in hun poging Wanhoop, Woede en Vertwijfeling voor het voetlicht te brengen.

In de voorstelling die Lidwien Roothaan nu heeft geënsceneerd bij Toneelgroep Amsterdam en Carrousel zijn de emoties juist angstvallig uit de weg gegaan en wel zo grondig dat van enige betrokkenheid bij de personages nauwelijks nog sprake kan zijn.

Hoewel de rustige toon van Toneelgroep Amsterdam in eerste instantie een verademing is na de hysterie van het Noord Nederlands Toneel, begint de luchtige aanpak van Lidwien Roothaan - hoe amusant die soms ook is - na een poosje toch te irriteren, want het lijkt of op een enkeling na niemand meent wat hij zegt en doet. Die indruk wordt versterkt door de snelle opeenvolging van scènes - de spelers jassen het stuk in anderhalf uur erdoor, vlug pratend zodat de tijd ontbreekt om lang bij de dingen stil te staan.

Dat hoge tempo geeft de voorstelling iets surrealistisch, ook het feit dat de meeste acteurs voortdurend op de toneelvloer blijven speelt hierbij een rol. Als het stuk begint komen ze tegelijk in een rij op - oh, wat is dat toch vervelend - en lopen ze op een drafje naar een paar houten bankjes om daar te wachten op hun beurt. Zo nu en dan staat iedereen op om van plaats te wisselen, het lijkt wel een stoelendans. Er wordt trouwens veel gelopen in deze voorstelling en voornamelijk in de breedte. Evenals Niek Kortekaas bij het Noord Nederlands Toneel ontwierp vormgever Paul Gallis een langgerekt decor zonder diepte: in de lengte van Bellevue staat een grijze muur met een roestige stalen deur, enigszins grauw belicht door Reinier Tweebeeke. Toneelbeeld en belichting zijn prachtig op elkaar afgestemd in wat misschien wel de mooiste scène van het stuk is: die waarin Roberto Zucco (Mark Rietman) de nacht doorbrengt met een oude heer (Joop Admiraal) in een verlaten metrostation. In het flakkerende licht van een schommelende lamp zitten de mannen wat ongemakkelijk naast elkaar. Half onwillig, half gelaten luistert Zucco naar de oude man die met starre blik en met de aktentas stijf voor zich op schoot bekent dat hij zijn eerste doorwaakte nacht meemaakt. Om zich gerust te stellen vraagt hij Zucco iets over zichzelf te vertellen en Zucco, de stuurse, zwijgzame jongen, begint inderdaad te praten.

Roberto Zucco is een moordenaar. Hij is ontsnapt uit de gevangenis en pleegt daarna nog vele misdrijven; toch is hij geen maniak. Mark Rietmans interpretatie van deze gecompliceerde persoonlijkheid is adequaat: zijn Zucco is kalm, ondoorgrondelijk en niet onvriendelijk - kortom, het type dat je je voorstelt bij het door Koltès beschreven personage. Veel meer moeite had ik met Luutgard Willems als het meisje dat door Zucco wordt verkracht. Hoe integer ze ook speelde, ze bleef te keurig en daardoor te vlak. Vlak waren ook een heleboel andere rollen, zo zelfs dat ik terugdenkend aan de voorstelling van de meeste figuren geen duidelijk beeld kan ophalen. Met iets meer inleving had dit voorkomen kunnen worden.

    • Noor Hellmann